Politieke zorgen in Moskou

Het was gisteren onrustig in Rusland, op straat en in de coulissen van de macht. Op de 31ste van elke maand betoogt de minuscule oppositie voor artikel 31 van de Grondwet. Daarin is de vrijheid van vergadering verankerd. De politie arresteerde ruim 150 mensen, onder wie voormalige vicepremier Nemtsov. Er werd zelfs een helikopter ingezet.

Tegelijkertijd ontbood president Medvedev procureur-generaal Tsjaika en de chef van de nationale recherche die een conflict hebben over de zoon van Tsjaika, die wordt verdacht van „machinaties met gokhallen”. Eerder op de dag kondigde een adviseur van Medvedev aan dat er deze zomer een einde komt aan het gebruik dat ministers naast hun politieke taak ook in de raden van commissarissen van grote strategische bedrijven zitten. Het gaat onder anderen om minister Koedrin van Financiën en zeker om vicepremier Setsjin, die leiding geeft aan het staatselektriciteitsbedrijf. Het gaat dus om veel en heimelijk geld.

Met die laatste stap wekt Medvedev, die graag tamboereert op zijn anticorruptiebeleid, de indruk dat hij de regering van Poetin in het vizier heeft. Want Setsjin is de rechterhand van Poetin en de sloper van het olieconcern Yukos. Vorige week weersprak Medvedev zijn mentor ook openlijk, nadat de premier was uitgevaren tegen de „kruistocht” die het Westen in Libië zou voeren.

Wat is hier aan de hand? Spelen de president en de premier gewoon toneel om de indruk te wekken dat Rusland niet is gelijkgeschakeld? Louter incidenten op één tandem van de macht? Of zijn ze een voorbode voor een ingrijpender conflict binnen de politiek en economische elite?

In Rusland zelf wordt over het algemeen weinig waarde gehecht aan meningsverschillen tussen president en premier. Ze hebben slechts cosmetische betekenis. Poetin heeft gewoon de macht, is de redenering.

Er is veel te zeggen voor deze sceptische benadering. Iedereen die afgelopen tien jaar hoopte op een lossere teugel in de Russische politiek, is tot nu toe bedrogen uitgekomen. De cynici kregen steeds gelijk.

Maar het kan nu anders zijn. Over precies een jaar zijn er presidentsverkiezingen in Rusland. Vooralsnog ligt de uitkomst vast. Poetin keert terug of Medvedev blijft in het Kremlin als Poetin dat goedvindt. Een feit is echter ook dat beiden steun verliezen. Corruptie en stagnatie – het blijft bij loze woorden over hervormingen – wekken groeiende ergernis.

Er zijn geen alternatieve politici die de stem van het volk kunnen zijn. Maar voor een sociale protestbeweging is dat ook niet altijd nodig, zo illustreert de Arabische wereld. Dat inzicht is vermoedelijk ook tot Moskou doorgedrongen. Zelfs als het slechts een spel is, dan nog zijn de incidenten een signaal dat deze Byzantijnse macht bang voor onrust is.