Onder het motto 'Allahu akbar!' gaat de fik erin

Radicaal-islamitische knokploegen winnen snel aan invloed in Indonesië. Autoriteiten durven niet op te treden. Of maken zelfs gebruik van deze groepen. Om het geloof en het gewin.

Bahrudin heeft het huis van een religieuze fanaticus. Muren vol gekalligrafeerde koranverzen, foto’s van islamitische leiders en een zelf in elkaar geknutselde Bin Laden-pop. Aan zijn voorgevel hangen posters die ageren tegen liberale Indonesiërs en de ‘afvallige’ islamitische stroming Ahmadiyah. Zelf draagt de imposante man van 57 een wit kalotje en een wit-groene jas van het Front ter Verdediging van de Islam (FPI): Indonesiës meest beruchte islamitische knokploeg.

Na een uur praten blijkt dat Bahrudin niet altijd interesse had voor religie. Hij was een dronkenlap, vertelt hij. Slikte medicijnen om high te worden, waaronder ooit – per ongeluk – een strip anticonceptiepillen. In een fotoalbum van zijn vorige leven is te zien hoe hij voor sterren en politici decoraties maakte voor traditionele feesten. In die tijd bracht hij zijn avonden door in discotheken, waar hij meedeed aan wedstrijden bier drinken en hopeloos verliefd werd op een prostituee. Het leidde tot zijn meest schaamtevolle episode: een rolletje in een Duitse pornofilm.

Maar sinds een bijna-doodervaring na een overdosis pillen, heeft hij zijn ‘leven gebeterd’ en ging hij bij de fatsoensrakkers van de FPI. Met hen vocht hij vorig jaar tegen ordedienst Satpol PP, toen die een islamitisch graf wilde sluiten. Er vielen drie doden. „Ik kwam aan, riep ‘Allahu akbar’ en viel meteen aan”, zegt Bahrudin. Hij stak auto’s van de ordedienst in brand, „omdat er drank in zat”. Voordat de fik erin ging, werd de drank overgedragen aan de leiders.

Bahrudin is een typisch voorbeeld uit het voetvolk van de FPI, een organisatie die steeds meer invloed weet uit te oefenen in Indonesië. Door met geweld te dreigen, dwingen zij de autoriteiten in actie te komen tegen ‘godslastering’ of ‘moreel verval’. Hun laatste doelwit is Ahmadiyah, een afwijkende stroming binnen de islam. Nadat een menigte drie leden van Ahmadiyah had doodgeslagen, heeft FPI het voor elkaar gekregen dat verschillende lokale overheden de stroming hebben verboden om ‘anarchie’ te voorkomen.

Misbahul Anam, een van de oprichters van de FPI, weet het mooi uit te leggen: zijn organisatie is nodig omdat de politie nalatig is. Wanneer de FPI een bordeel of ‘godslasterlijke’ actie van Ahmadiyah signaleert, stuurt de organisatie brieven naar de politie, praat ze met de eigenaar en stimuleert ze de buurtbewoners om in actie te komen. „Als niemand iets doet, is geweld de laatste weg en treden we zelf op.”

En inderdaad zitten in de FPI veel preman, zoals criminele bendeleden in Indonesië worden genoemd, geeft Anam toe.

FPI-leider Habib Rizieq, die zelf twee keer heeft vastgezeten voor aanzetten tot geweld, reciteert regelmatig de Koran in de gevangenis, vertelt hij. Zo komt het dat ex-bajesklanten lid worden van de FPI. „Het is niet dat we per se op zoek zijn naar preman. Maar als ze moedig genoeg zijn om naar de gevangenis te gaan, durven ze ook hun leven te wagen voor de islam”, zegt Anam. Bij acties staan zij altijd vooraan.

Maar laten zij echt hun criminele activiteiten achter zich, zoals Anam zegt? Het is een publiek geheim dat veel acties van de FPI tegen bordelen of gokhallen uitlopen op afpersing, waarbij de eigenaar moet betalen om zijn zaak te behouden. „Als dat hun zaak veilig maakt, vinden ze het geen probleem om geld te geven aan de radicalen”, zegt Bonar Tigor Naipospos van het Setara Instituut, dat onderzoek doet naar radicale groepen. Anam geeft toe dat het wel eens gebeurd is, maar volgens hem heeft de organisatie de dader toen aangegeven bij de politie.

Ook wordt de FPI gezien als instrument van lokale politici om de eigen macht te vergroten. De organisatie provoceert de bevolking om actie te ondernemen tegen Ahmadiyah, waarna de politici stemmen winnen met beloftes om de stroming te verbieden. „Als een politicus dezelfde visie heeft als wij, kunnen we ze steunen”, zegt Anam.

Maar FPI-leden als Bahrudin hebben andere belangen. Het religieuze aura rond de FPI geeft hun een status in de buurt die ze als ex-drugsgebruiker of bajesklant niet hadden, legt Naipospos uit. En dat terwijl ze hun gewelddadige gewoontes niet vaarwel hoeven te zeggen. Bahrudin vertelt trots hoe hij heeft geholpen een Chinese gokhal te sluiten. „Zij hadden tien gewapende preman. En wij vochten alleen met stenen en bamboestokken.”