Niemand heeft begrip voor Guido Westerwelle

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Guido Westerwelle, wordt in binnen- en buitenland scherp bekritiseerd. Is hij te licht voor zijn functie?

Foto AP

In Berlijn gaat het gerucht dat minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle in de Veiligheidsraad adviezen van zijn naaste medewerkers negeerde toen hij zich twee weken geleden onthield van stemming over een vliegverbod boven Libië. Bondskanselier Angela Merkel zou hem er met moeite van hebben kunnen overtuigen dat hij beter geen tegenstem kon uitbrengen. Dat zou Duitsland ongetwijfeld nog grotere diplomatieke problemen hebben opgeleverd.

Westerwelle zelf verklaarde zijn stemgedrag met de „cultuur van militaire terughoudendheid” die hij namens Duitsland heeft te vertegenwoordigen, afgedwongen door het oorlogsverleden van het land.

Maar volgens sommige Berlijnse diplomaten zou Westerwelle de opstelling van de Verenigde Staten fout hebben ingeschat. Washington maakte laat een draai en stemde voor het vliegverbod. De Duitsers zouden rekening hebben gehouden met een veto en kwamen met hun onthouding plotseling geïsoleerd te staan; in dubieus gezelschap van Rusland en China.

Of dit nu klopt of niet, feit is dat het Duitse stemgedrag negatief afstraalt op Westerwelle. Merkel was zo handig om na de stemming te zeggen dat de loyaliteit van Duitsland „vanzelfsprekend” uitgaat naar de bondgenoten Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. „Onthouding is geen neutraliteit”, zei ze. Westerwelle zelf deed nauwelijks pogingen de diplomatieke schade voor Duitsland te beperken; opmerkelijk voor de chef-diplomatie van zo’n groot land.

Zijn „slecht onderbouwde” stemgedrag kwam hem op internationale hoon te staan. Maar ook in Duitsland zelf is er kritiek. De gezaghebbende oud-diplomaat Rudolf von Thadden, jarenlang regeringscoördinator voor de Duits-Franse samenwerking, schreef deze week in de Frankfurter Allgemeine dat in het conflict met Gaddafi geen plaats is voor een Duitse Alleingang. „Met zijn onthouding heeft Duitsland zich niet alleen opgesteld tegenover z’n geprivilegieerde bondgenoot en Europese partner Frankrijk, maar is ook een confrontatie aangegaan met twee andere westerse, permanente leden van de Veiligheidsraad: Groot-Brittannië en Amerika”, schrijft Thadden. Het opstel van de nog steeds invloedrijke diplomaat wordt in Berlijn als „uiterst pijnlijk voor Westerwelle” gekarakteriseerd.

In het conflict met Gaddafi is geen plek voor een ‘Alleingang’

In de weekbladen Der Spiegel (in een essay) en Die Zeit (in een interview) wordt Westerwelle gekastijd door de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy, regelmatig bezoeker van de crisishaarden in de wereld en fel pleitbezorger van westers militair optreden tegen dictatoren. Lévy hekelt het Duitse standpunt over Libië. „Angela Merkel”, schrijft hij in Der Spiegel, „heeft de slechtste minister van Buitenlandse Zaken sinds lange tijd. Guido Westerwelle is een ramp.” De bewindsman zou volgens Lévy eigenlijk moeten opstappen, „maar hij schijnt zich niet eens voor z’n beslissing te schamen”.

Bernard-Henri Lévy wordt door medewerkers van Westerwelle niet erg serieus genomen. Probleem is dat de Franse president Nicolas Sarkozy dat wel doet. Lévy is een belangrijk adviseur van hem en wordt wel de tweede Franse minister van Buitenlandse Zaken genoemd. De woorden van zo’n man komen internationaal hard aan.

Guido Westerwelle (49) heeft altijd meer affiniteit met de binnenlandse politiek van Duitsland gehad dan met het buitenlands beleid. Hij was een uitstekend oppositievoerder; een pitbull die zijn politieke tegenstanders in de Bondsdag hard aanpakte. Na een uitgekiende verkiezingscampagne werd zijn FDP bij de landelijke parlementsverkiezingen in september 2009 beloond met een historische stembuszege.

Maar toen hij zelf moest regeren, ging het fout. Westerwelle bleef oppositie voeren in Merkels kabinet. Geen moment slaagde hij erin om de rol van bezonnen staatsman op zich nemen, zoals de Duitsers verwachten van hun minister van Buitenlandse Zaken. Zijn toon was ondiplomatiek, op het schrille af. Hij maakte veel ruzie met Merkel. Pas toen hij in de peilingen kelderde en de FDP bij regionale verkiezingen aanhang verloor, bond Westerwelle in.

„De waarheid luidt, dat Guido Westerwelle geen Hans-Dietrich Genscher is”, zegt een diplomaat. Genscher, partijgenoot en minister van Buitenlandse Zaken onder de bondskanseliers Helmut Schmidt en Helmut Kohl, wordt nog steeds regelmatig door Westerwelle opgebeld en om advies gevraagd. Maar anders dan Westerwelle heeft Genscher (84) grote belangstelling voor het Duitse buitenlandse beleid. Hij was een gewiekst politicus en een kundige, soft spoken minister aan wiens oordeel waarde werd gehecht. Bij de Duitsers is hij nog steeds populair – populairder in elk geval dan Westerwelle.