'N verflenterde kaalvoetklonkie

Het Afrikaans bleef heel lang schatplichtig aan het Nederlands. Maar uit het nieuwe woordenboek van Willy Martin blijkt dat de emancipatie van de dochter is voltooid.

Sign protecting Flightless dung beetle {Circellium bacchus} Addo_Elephant park, South Africa
Sign protecting Flightless dung beetle {Circellium bacchus} Addo_Elephant park, South Africa Nature Picture Library/Holland>

Wie in Zuid-Afrika in de auto zit, loopt de kans dat hij af en toe moet ‘wag vir ’n robot’. Wachten voor een robot? Rijden er in dat land dan zoveel robots rond?

Het Afrikaans lijkt op het Nederlands, maar zet de Nederlander ook voortdurend op het verkeerde been. ’n Robot is een stoplicht. En wat wij een robot noemen, noemen ze daar ’n blikman en ook wel ’n robot.

„Afrikaanssprekenden begrijpen ons en wij begrijpen hen, met de nodige misverstanden”, zegt de Vlaming Willy Martin. Hij is de hoofdredacteur van het Prisma Groot woordenboek Afrikaans en Nederlands dat deze maand is verschenen. Het is een omvangrijk boek (2.200 bladzijden) en ook uniek van opzet. De gebruikelijke twee delen (Nederlands-Afrikaans en Afrikaans-Nederlands) zijn in elkaar geschoven: de Nederlandse en Afrikaanse trefwoorden staan door elkaar heen. „Zo ziet de lezer in één keer de gelijkenissen en verschillen”, zegt Martin tevreden. „De beide talen worden als het ware met elkaar geconfronteerd.”

Neem het woord ‘aardig’. Dat komt in beide talen voor, maar de betekenissen overlappen maar gedeeltelijk. In het Nederlands kun je zeggen ‘een aardig bedrag’, in het Afrikaans ’n aardige bedraggie. Maar voor de betekenis ‘sympathiek, welwillend, leuk’ gebruikt het Afrikaans heel andere woorden. Wel gebruikt men daar aardig in de betekenis van ‘misselijk’ en ‘ongemakkelijk’.

Het Afrikaans houdt het Nederlands een spiegel voor, vindt Martin. „Het is toch een beetje ‘onze taal in Afrika’.” Nederlanders vinden het grappig dat een verkeersdrempel in Zuid-Afrika een spoedhobbel is. Dat de metro een moltrein is, en paniek wildeweghol. Maar niet alle woorden zijn zo herkenbaar. Sommige moet je, hoe Nederlands ze ook klinken, gewoon opzoeken. Wat is ’n verflenterde kaalvoetklonkie? Een armoedig jongetje zonder schoenen.

Martin: „Je kunt dit woordenboek gebruiken als een leeswoordenboek. Je kunt erin ronddwalen, je laten verleiden door de vindingrijkheid en beeldenrijkdom van het Afrikaans.”

Een computer is ’n rekenaar, een laptop is ’n skootrekenaar. „Het Nederlands ontleent veel aan het Engels, het Afrikaans lijkt zuiverder”, zegt Martin. Al zie je in zijn woordenboek dat ook het Afrikaans zich niet meer kan onttrekken aan de invloed van het Engels. Een ezel was vroeger een esel, maar is tegenwoordig een donkie. Een meisje wordt soms een girl of girltjie genoemd, een mobiel is een selfoon.

Zuid-Afrika is een veeltalig land, er zijn alleen al elf officiële talen. Het Afrikaans en het Engels lopen vaak door elkaar heen. „Afrikaanssprekenden doorspekken hun Afrikaans, zeker in informele situaties, met Engelse woorden. Ook de kranten en de romans van André Brink staan vol met Engelse woorden. Maar dat betekent nog niet dat die Engelse woorden tot het Afrikaans behoren. Men switcht gewoon gemakkelijk van de ene naar de andere taal.”

Meestal wordt het Afrikaans gezien als een dochter van het Nederlands. Zo ziet Martin het ook: „Het Afrikaans heeft zich ontwikkeld uit het Hollands van de zeventiende eeuw. Dat Hollands mag je eigenlijk nog geen Nederlands noemen, want er was toen nog geen Standaard Nederlands.” Er zijn ook taalkundigen die vinden dat het Afrikaans en het Standaard Nederlands zusjes zijn van elkaar. Want ook het Standaard Nederlands heeft zich ontwikkeld uit het Hollands van de zeventiende eeuw. Martin deelt die visie niet. „Het Afrikaans is altijd heel schatplichtig gebleven aan het Nederlands. Men beschouwde wat men sprak als Nederlands. Men heeft heel lang nog geprobeerd Nederlands te schrijven, terwijl het ‘Nederlands’ dat men sprak heel erg veranderde. Daar heeft men mee geworsteld. Het Afrikaans diende zich als het ware van het Nederlands te bevrijden. Pas sinds 1925 wordt het Afrikaans als een aparte taal gezien.”

In Zuid-Afrika zelf wordt sinds 1926 gewerkt aan een groot, alomvattend woordenboek: het Woordeboek van die Afrikaanse Taal (WAT). Daarvan zijn inmiddels twaalf delen verschenen. Men is nu bij de R. Dat het Afrikaans de sprekers ervan wat waard is, moge blijken uit een actie die het WAT momenteel voert. Op de website worden mensen opgeroepen om een Afrikaans woord te adopteren: ‘Borg ’n woord teen R100 per woord!’ Honderd rand, tien euro – dat is niet duur voor een eigen trefwoord.

Willy Martin (red.): Prisma Groot woordenboek Afrikaans en Nederlands. Unieboek / Het Spectrum. 2.228 blz., € 70.-