Kamer krijgt inzage in vertrouwelijke informatie

Toezichthouders op de financiële sector moeten, ondanks hun geheimhoudingsplicht, openheid van zaken geven aan de parlementaire enquêtecommissie-De Wit. De commissie, die de kredietcrisis onderzoekt, zal daartoe wel strikte vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie moeten garanderen.

Dat adviseert de Raad van State aan minister De Jager (Financiën, CDA). De minister had advies gevraagd omdat de parlementaire enquêtecommissie op het probleem stuitte, dat toezichthouders een wettelijke geheimhoudingsplicht hebben voor de financiële instellingen die zij moeten controleren.

Tegelijkertijd is de informatievoorziening voor het parlement van groot belang om zijn controlerende taak uit te oefenen. De vraag is welke rechten en plichten moeten prevaleren. Het is niet de eerste keer dat dit probleem opkomt. De Algemene Rekenkamer stuitte bij haar onderzoek naar het functioneren van De Nederlandsche Bank ook al op de vraag of de toezichthouder vertrouwelijke informatie wel moet delen.

De Raad van State zegt in zijn advies dat hij „geen juridisch eenduidig antwoord” kan geven op de vraag welk belang het zwaarst moet wegen, maar dat een combinatie het dilemma kan oplossen. Informatieverstrekking zou het uitgangspunt moeten zijn, maar dan zal de enquêtecommissie wel een aantal waarborgen van vertrouwelijkheid dienen in te bouwen.

Dit betekent in de praktijk dat toezichthouders als De Nederlandsche Bank, de Autoriteit Financiële Markten en ook het ministerie van Financiën vertrouwelijke documenten alleen in een besloten ruimte ter inzage zouden kunnen leggen voor leden van de enquêtecommissie. Daarmee wordt informatie gedeeld, maar de vertrouwelijkheid niet geschonden.

De documenten zouden geanonimiseerd moeten zijn, zodat afzonderlijke banken en personen niet herkenbaar zijn. De commissieleden moeten op hun beurt geheimhouding garanderen en de documenten niet vermenigvuldigen.

Ewout Irrgang (SP) noemt het advies „een stap richting ruimere medewerking”. Hij vindt dat de Kamer de maximale ruimte moet opzoeken en dat de geheimhoudingsplicht van toezichthouders zoveel mogelijk moet wijken. „Ik voel er voor om als Kamer juridisch advies in te winnen, want het blijft nog onduidelijk.”

De Tweede Kamer is blij met het advies van de Raad van State. „De vraag van voorlichting die de Raad beantwoordt, geeft aan hoe belangrijk en bijzonder de positie van de Tweede Kamer is”, zegt een woordvoerder van de Tweede Kamer. „Op deze manier kunnen zaken niet geheim blijven voor het parlement.”