Ik weet dat ik een bemoeial ben

Peter Westerveld (60) wil binnen tien jaar de wereld redden door kuilen te graven.

„Ik wil het klimaat graag onder de knie krijgen voordat het te laat is.”

„Ik kan er voor zorgen dat er binnen tien jaar weer sneeuw ligt op de Kilimanjaro.” Peter Westerveld (60) is een man met een missie, maar hij presenteert zichzelf niet als zendeling en zijn methodes zijn ook niet erg hoogdravend. Westerveld gaat de wereld redden door kuilen te graven. Op televisie werd hij al gepresenteerd als de man die het klimaatprobleem op gaat lossen, bij een lezing bij TED (Technology, Entertainment, Design) in Amsterdam kreeg hij een staande ovatie. Een nieuwe Nobelprijswinnaar was in aantocht, zo was de reactie.

Westerveld werd geboren in Tanzania en de Kilimanjaro behoorde dus tot het uitzicht van zijn jeugd. Misschien was het daarom wel extra pijnlijk om te zien hoe die karakteristieke witte kap steeds kleiner werd. Hij wilde niet wachten op globale oplossingen voor mondiale problemen. Het moet simpeler meent hij, door een combinatie van goed kijken en nuchter nadenken. Neerslag valt er genoeg in Afrika, het probleem is dat die niet wordt vastgehouden. En als je een kuil graaft, en Jatropha plant om de erosie tegen te gaan, dan kan dat wel. Westerveld is net terug uit Burkina Faso, ook daar moeten geulen straks hun werk gaan doen.

Geulen graven is dus de oplossing?

„Ja, je moet kijken waar de regenval vandaan komt. Nou, dat is vanuit de Indische oceaan. Als je in het aanvoergebied geulen graaft en bomen plant, dan gaat de regenval omhoog. En bovenop de berg blijft de sneeuwval. Dat is geen wereldwijd probleem, dat is een lokaal probleem met een lokale oplossing.”

Het klinkt eigenlijk te simpel om waar te zijn.

„Maar het is waar. Je hoeft Google Earth maar bij te houden om te zien dat het werkt. In Kenia hebben we samen met de bevolking geulen gegraven en planten gezaaid die onder relatief droge omstandigheden succes kunnen hebben. En als een gebied groener wordt, valt er meer regen, en als er meer regen valt, krijgen andere gewassen de kans. En voordat je het weet, is zo’n gebied groen, is landbouw mogelijk, is er genoeg voedsel voor het vee.”

Gebeurt dat nu in Burkina Faso?

„Ook daar wordt geklaagd over watertekort, maar ik ga naar een gebied waar meer regen valt dan in Nederland. Weliswaar in een beperkte periode, maar met die geulen los je dat probleem op. En in Spanje gaan we het ook proberen. Het zal wel wat gemakkelijker zijn om geld te krijgen voor een project dat in de buurt is. Maar we concentreren ons voorlopig op Kenia, Mali, Burkina Faso en dus straks ook op Spanje.”

Bent u overal meteen welkom?

„In Kenia was er wel wantrouwen in het begin. Toen ik voor het eerst met de plannen kwam om de geulen te graven, vroeg ik aan een vriend van mij bij Kenya Wildlife Service: gaan we eerst alles doorspreken met de Masai? Nee, antwoordde hij, dan ben je over tien jaar nog aan het praten. Dus we zijn met bulldozers die kant opgegaan en meteen begonnen te graven.”

Hoe reageerden de Masai?

„Die kwamen met hun speren en messen even bij ons polsen: wat staan jullie hier te doen? Toen heb ik ze gezegd: binnen anderhalf jaar is hier gras. Gebeurt het niet, dan graaf ik alles weer dicht en wordt het weer zoals het nu is. Toen mocht ik mijn gang gaan. Ze zagen hoe grondig we te werk gingen, met steenwallen en dergelijke. Daardoor ontstond nieuw wantrouwen: ze dachten dat we aan het werk waren in opdracht van Serena Hotels [een hotelketen die in het wildpark safarigasten onderbrengt. red.] en van plan waren om het land te stelen voor toeristisch gebruik. Zo van: jij bent een Europeaan en je bent zo professioneel bezig, dat kan niet voor ons zijn. Er kwam gelukkig binnen enkele maanden gras en vervolgens struiken en daarna bomen. Geen hotels. Ze waren het niet gewend dat een Europeaan bezig was die niet met verhaaltjes kwam, maar actie ondernam. Overal waar we nu met geulen aan de slag gaan, werken we samen met de bevolking en zij moeten het verder doen, de aanplant, het onderhoud.”

Mengt u zich niet te veel in het leven en de cultuur van anderen?

„Ik denk dat het de hoogste tijd is om in te grijpen! Elke drie jaar gingen daar de koeien dood. Dan kun je wel nieuwe fokken, maar als je weet dat er over drie jaar weer een nieuwe droogte komt, waar sta je dan koeien voor te fokken?

„Als er nu een droogte is, komen er mensen uit Nairobi houtskool kopen en kopen ze dus bomen van de Masai. Daarvoor worden bomen omgehakt, het groen verdwijnt, het gebied wordt droger. De Masai verliezen op deze manier hun land en de koeien gaan steeds sneller dood. Het is dus maar de vraag in hoeverre je in levens ingrijpt, misschien maak je juist de ingrepen in hun levens wel ongedaan. De droogte is veel ingrijpender voor hun levens. Het gaat erom dat je op lokaal niveau naar oplossingen zoekt. Je kunt heel hard roepen: dat moet wereldwijd, en de kritiek dat ik me bemoei met andere culturen hoor ik natuurlijk wel vaker. Maar de wereldwijde klimaatverandering heeft op sommige plekken direct merkbare problemen en dan moet je daar dus aan de slag.”

Toen u nog wildparkbeheerder was, kreeg u een auto-ongeluk waardoor u Kenia twee jaar niet had kunnen bezoeken. Viel daardoor de klimaatverandering extra op?

„Toen ik weer terug kwam, zag ik wat er allemaal weg was. Als dat ongeluk niet had plaatsgevonden, was ik daar langer als beheerder blijven werken. Maar ik was me ook schuldig gaan voelen dat ik niets aan de verandering van het gebied deed. Die verwoestijning heb ik al veel langer zien gebeuren. Ik heb altijd naar water gekeken, naar stroombeddingen, naar de Kilimanjaro. Ik wilde alles wat met het klimaat te maken had, onder de knie krijgen. Dat ongeluk gaf wel duidelijk aan: vanaf nu moet je stoppen met reizen. Eerst thuis de oplossing bedenken.”

Daar liep u al langer mee rond.

„Ja, ik speelde als twaalfjarige altijd in het regenwoud en liep door dat woud naar school. Ik was het enige Nederlandssprekende kind tussen allemaal Franstalige kinderen. En dus werd ik gepest, waardoor ik vaak naar school liep in plaats van met de schoolbus meeging. Dat was drie kilometer door het regenwoud heen. En ik zag dat daar in 1980 helemaal niets meer van over was.”

U bent met uw vrouw aan de projecten in 1997 begonnen. Zij overleed in 2008. Was het ingewikkeld om toch door te gaan?

„Het was rampzalig dat ze overleed. We hebben altijd samengewerkt. Maar tijdens haar ziekte, ze overleed aan longkanker, besprak ik wel al met haar dat ik nog doorging met werken. Zij stopte uiteraard omdat het niet meer ging. Zij deed alle financiering vanuit Nederland. Maar ik heb nooit gedacht dat ik ermee zou stoppen. Het is ook eigenlijk heel simpel: er moet snel iets gebeuren, want we hebben geen tien jaar meer.”

Hoe de geulen (trenches) precies werken is te lezen op www.nagafoundation.org.