Het publieke belang mag wel wat kosten

Het spant erom voor Loek Hermans, kandidaat-fractieleider van de VVD in de nieuwe Eerste Kamer. Op 23 mei beslissen de Provinciale Statenleden over het lot in de Eerste Kamer van de VVD-CDA-PVV regerings- en gedoogcoalitie. Net een meerderheid. Of niet.

Uiterlijk anderhalve week eerder beslist de ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof of er een onderzoek komt naar de raad van toezicht, inclusief voorzitter Hermans, en naar de bestuurders van het gesneefde zorgconcern Meavita.

Gisteren zaten de hoofdrolspelers opnieuw in de harde bankjes van het gerechtshof aan de Prinsengracht om hun zaak te bepleiten. De kans op zo’n onderzoek is groot, zegt vrijwel iedereen.

Meavita is een proefproces. Niet eerder heeft vakbond AbvaKabo FNV om een gerechtelijk onderzoek gevraagd naar een groot zorgconcern. Meavita groeide jarenlang door een serie fusies. Het balanceerde, zoals de hele gezondheidszorg, tussen dwang van marktwerking, drang naar ondernemerschap en publieke taken.

In zijn bloeiperiode bood Meavita werk aan 20.000 mensen, die samen 100.000 burgers hielpen en verzorgden in Den Haag, het Gooi, de Achterhoek en Groningen.

Begin 2009 ging Meavita op de fles en maakten verschillende regionale zorgbedrijven met 37 miljoen euro staatssteun een doorstart. Dat was het pluspunt van een geflopte integratie: iedereen kon opnieuw beginnen zonder complexe ontvlechtingsprocessen.

Vervolgens stapte AbvaKabo FNV naar de ondernemingskamer om een onderzoek te eisen naar de oorzaken van het debacle. Het komt weinig voor dat bonden dit zogeheten enquêterecht gebruiken. Het is een machtig wapen, maar een langdurig proces. Afhankelijk van de uitkomsten kunnen de verzoekers bij het gerechtshof verregaande maatregelen eisen, tot en met de vaststelling dat bestuurders en/of commissarissen of een raad van toezicht wanbeleid heeft gepleegd. En dat kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid.

Vakbonden zijn traditioneel bang om enquêtes te vragen. Zij vreesden schadeclaims van bedrijven als het verzoek zou worden afgewezen. Dat bleek onterecht. Ander nadeel: het kost tijd. En met een rechter kun je niet onderhandelen, zoals met een werkgever over een cao of een sociaal plan.

Aandeelhouders hebben hun schroom over enquêtes jaren geleden overwonnen. Zo heeft de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) een sterkere machtspositie voor beleggers opgebouwd.

Beleggers en vakbonden zijn twee van de drie belanghebbenden die een enquête kunnen vragen. De derde is het Openbaar Ministerie (OM). In het openbaar belang. Maar het OM doet zelden iets. Geen tijd, geen geld, geen bloed op straat, andere prioriteiten.

Daardoor voelen aandeelhouders en vakbonden zich steeds vaker min of meer verplicht om hun eigen belang ook in te kleden als het algemeen belang. En soms ís het ook algemeen belang om concrete normen voor goed ondernemingsbestuur vast te stellen.

Bij Meavita was de hamvraag anderhalf jaar: wie betaalt het onderzoek? Bij een faillissement zijn de curatoren niet verplicht om het (schaarse) geld van de boedel aan zo’n onderzoek te spenderen. Maar zij komen, zo werd gisteren duidelijk, mede in het „algemeen maatschappelijk belang” over de brug met 450.000 euro en AbvaKabo met maximaal 50.000.

Daar mag wel iets tegenover staan. Belangengroepen helpen hier bij rechtshandhaving, een essentiële staatstaak. Zo scoorde de VEB deze week punten met het vonnis van de rechtbank in Utrecht dat Super de Boer het overnamebod van concurrent Jumbo in 2009 eerder openbaar had moeten maken. Door dat na te laten, was de kans op misbruik van voorkennis gegroeid.

Als de overheid zulke zaken overlaat aan particuliere belangenorganisaties jaagt ze hen op extra kosten. Maak hun lidmaatschap daarom maar aantrekkelijker. Vakbondsleden kunnen nu soms profiteren van fiscale tegemoetkomingen, maar dat loopt via hun werkgever. Maak het lidmaatschap fiscaal voordeliger voor álle leden van organisaties zoals vakbond en beleggersbond VEB die ook acties voeren met een publiek belang.

MENNO TAMMINGA