Het laatste 31ste-protest

Gisteravond om zeven uur kwamen op het Poesjkinplein in Moskou zo’n vierhonderd demonstranten bijeen om te demonstreren voor eerbiediging van artikel 31 van de Russische grondwet, dat vrijheid van samenkomst garandeert. Het was voor het laatst dat dit protest - op de 31ste van de maand - plaatsvond. Volgens de organisatoren van de ‘31ste’-demonstraties is hun doel bereikt, sinds ze na het afzetten van burgemeester Loezjkov, in september 2010, steeds toestemming van het stadhuis hebben gekregen om hun protest te houden, ook al mogen er slechts duizend mensen aan deelnemen. Dat is natuurlijk heel wat minder dan wat bij de jaarlijkse Russische Mars is toegestaan, als  zo’n tienduizend extremistische  ’patriotten’  en neonazi’s op een kade bij Hotel Oekraïne de Hitlergroet mogen geven onder het scanderen van ‘Rusland voor de Russen’.

De bejaarde mensenrechtenactiviste Ljoedmila Aleksejeva, de drijvende kracht achter het protest, maakte in haar toespraak de nieuwe koers van haar beweging bekend. Nu het recht van samenkomst is gegarandeerd, wordt het tijd om te demonstreren voor vrije en eerlijke verkiezingen, zei ze. En dat gaat op 16 april al gebeuren. ,,Weg met Verenigd Rusland, partij van dieven en rovers”, voegde ze eraan toe, refererend aan de door en door corrupte regeringspartij, die steeds gehater wordt onder de bevolking.

Een paar honderd meter verderop was het niet-toegestane protest van Edoeard Limonov en zijn aanhangers op het Trioemfalnaja-plein toen allang door de politie opgebroken. De dwarsliggende schrijver en zo’n twintig van zijn aanhangers werden  gearresteerd nog voordat ze echt samen hadden kunnen komen.

In Sint-Petersburg was de vrijheid van samenkomst gisteren in het geheel niet toegestaan. Toch protesteerden er zo’n duizend mensen bij de Gostinyj Dvor om daarna een mars te houden door het stadscentrum. Meer dan honderd deelnemers werden opgepakt.

Twee activisten van de pop-artgroep Vojna, die in 2010 een reusachtige stijve penis op de Liteyni-brug tegenover het FSB-hoofdkwartier schilderden, werden op het politiebureau door agenten mishandeld. Eerste hulp werd niet toegelaten en hun advocaten mochten hun cliënten evenmin bezoeken. Een derde kunstenaar-activist, die met zijn zoontje naar de demonstratie was gekomen, werd door de politie bedreigd dat ze hem uit het ouderschap zouden zetten. Actievoeren en kinderen opvoeden gaan in de ogen van de autoriteiten blijkbaar niet samen.

Dat laatste dreigmiddel is onlangs ook ingezet tegen Jevgenia Tsjirikova, de leidster van het voortdurende protest tegen het kappen van het bos bij het Moskouse voorstadje Chimki.  Door de grote verontwaardiging die het dreigement indertijd bij haar aanhangers wekte, ging de scheiding van ouder en kinderen niet door. Ook zij sprak gisteren  op het Poesjkinplein, waar ze de betogers dankte voor hun steun.

Tsjirikova is tegenwoordig een van de meest vooraanstaande oppositieactivisten van Rusland. Ze is niet besmet door de politieke erfenis van de jaren negentig zoals Boris Nemtsov en laat zich door niemand intimideren. Op grond van haar strijd tegen de corruptie in Chimki alleen al zou ze een goede president zijn. Maar de kans dat ze zich kandidaat kan stellen is gering. Terwijl Rusland op dit kritieke moment van zijn geschiedenis juist een fatsoenlijk iemand van onbesproken gedrag als leider nodig heeft.