GroenLinks vreest Libisch 'avontuur'

GroenLinks was gisteravond laat de eerste afhaker binnen de Libië-coalitie in de Tweede Kamer. Bij andere fracties nemen de vragen toe. Waar gaat dit eindigen?

Nog altijd onderschrijft een grote meerderheid in de Tweede Kamer deelname van Nederland aan de internationale militaire acties tegen Libië. Het kabinet kreeg gisteravond ruime steun voor het besluit om niet alleen toe te zien op het wapenembargo, maar nu ook mee te doen aan het handhaven van de no-flyzone.

Tegelijk neemt de bezorgdheid onder parlementariërs toe. Waar gaat het Libische avontuur eindigen? Voor de fractie van GroenLinks is het niet eens meer een vraag. De partij besloot gisteravond na lang intern beraad af te zien van verdere steun aan de militaire acties. Daarmee kwam ze in het kamp van de tegenstanders, dat tot dan toe alleen bestond uit kabinetsgedoger PVV, SP en Partij voor de Dieren.

GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed legde het uit. „Mijn fractie maakt zich ernstige zorgen over de verschillende interpretaties en onduidelijkheden tussen NAVO-bondgenoten over de uitvoering van VN-resolutie 1973”, zei hij. Het dreigt volgens hem „de verkeerde kant” op te gaan. Vanwege de onduidelijkheden schaarde GroenLinks zich niet langer achter de missie.

Zo ver gaan de meeste andere fracties in de Tweede Kamer niet. Maar voor het eerst was gisteren, in het derde Libië-debat binnen twee weken, bij de voorstanders in het parlement een bezorgde ondertoon te bespeuren. Over de doelen van de internationale gemeenschap zijn te veel verschillende verhalen in omloop. Wel of niet bombarderen van gronddoelen. Wel of geen regime change. Wel of niet wapens leveren aan opstandelingen. Zoals dat in het jargon heet: mission creep.

Het gaat om, zoals PvdA-Kamerlid Timmermans stelde, „de randen van het mandaat”. Sommige landen leggen de resolutie uit als toestemming voor het verdrijven van Libiës leider Gaddafi. Mocht die „agenda” worden uitgevoerd, dan zou het voor de PvdA „niet langer mogelijk zijn de missie te steunen”, zei hij.

Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) stelde hem gerust. Ook de Nederlandse regering leest de Veilligheidsresolutie zo dat verwijdering van Gaddafi er niet onder valt. Hij moet wel weg, maar dat is nadrukkelijk niet het doel van de militaire acties. Rosenthal: „Wij zullen ons tot het uiterste inspannen om de bondgenoten te houden aan het afdwingen van het wapenembargo en de no-flyzone.”

Bewapening van opstandelingen door de bondgenoten die de no-flyzone handhaven wees hij af.

Wat wel onder de resolutie valt, zo bevestigde minister Rosenthal, is het bestoken van gronddoelen in Libië. Alleen doet Nederland niet mee aan deze agressieve variant, net als Zweden en Spanje. Om binnenlands-politieke redenen, vermoedde SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij. Bronnen bij coalitiepartijen bevestigen dat; het minderheidskabinet van CDA en VVD is afhankelijk is van de linkse oppositie, en kan dus niet all out gaan.

En dan is er nog de vraag waartoe de acties die onder mandaat van de Verenigde Naties worden uitgevoerd uiteindelijk leiden. Volgens Henk Jan Ormel, Tweede Kamerlid voor het CDA, moet juist die precedentwerking de internationale gemeenschap terughoudend maken.

„Het kordate optreden in Libië schept verwachtingen en creëert teleurstellingen”, waarschuwde Ormel. Want: „Waarom wel verder gaan in Libië en te weinig doen om menselijk leed te voorkomen in Ivoorkust?”