Extra medicijn verbetert genezing van hepatitis C

De infectieziekte hepatitis C geneest bijna tweemaal zo goed als een derde medicijn aan de bestaande medicijncombinatie wordt toegevoegd. Het genezingspercentage steeg van bijna 40 naar ongeveer 65 procent bij mensen die voor het eerst medicijnen tegen hun hepatitis C-infectie namen.

Het gaat om het nieuwe medicijn boceprevir. Dat blokkeert een van de eiwitten van het meest voorkomende subtype van het hepatitis C-virus. Het medicijn is nog niet op de markt. De onderzoeksresultaten die vandaag in The New England Journal of Medicine (NEJM) staan, zien eruit als een spectaculaire verbetering. Wel kregen twee op de vijf proefpersonen bloedarmoede, soms zo ernstig dat een bloedtransfusie nodig was. Toch schrijft een commentator in de NEJM over ‘het begin van een nieuw tijdperk’.

Hepatitis C is een virusziekte die bij ongeveer een kwart van de besmette mensen leverschade veroorzaakt, vaak pas na meer dan 20 jaar. Een paar procent van de patiënten krijgt leverkanker. De standaardbehandeling bestaat uit een combinatie van de afweeroppepper interferon en de virusremmer ribavirine en dat zes maanden lang. Ook het nieuwe boceprevir werd maandenlang gegeven.

Het hepatits C-virus verspreidt zich door bloed-bloedcontact. De meeste van de ongeveer 60.000 besmette Nederlanders liepen het virus op door een bloedtransfusie. Sinds 1991, kort na de ontdekking van het virus, bestaat er een test en wordt het Nederlandse donorbloed getest.