Een koranschool thuis? De minister wil controle

97 islamitische kinderen die thuis onderwijs krijgen? De Kamer sprak er gisteren over. Minister Van Bijsterveldt gaat uitzoeken hoe ze eisen aan thuisonderwijs kan stellen.

„Voortschrijdend inzicht”, noemde minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) het. In december had ze nog een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin ze schreef dat het met het thuisonderwijs in Nederland wel goed zat. Meer regels waren niet nodig voor de ruim 300 kinderen die nu thuis les krijgen.

Maar gisteren maakte ze tijdens overleg met de Kamer bekend dat ze toch gaat onderzoeken hoe er strengere eisen kunnen worden gesteld aan ouders die hun kinderen van school halen om die zelf te onderwijs te geven.

Reden voor de ommezwaai is dat ouders met kinderen op het Islamitisch College Amsterdam straks thuisonderwijs aan hen willen gaan geven. De school wordt gesloten omdat het onderwijs er beneden de maat is. In januari stelden de ouders van 97 kinderen de Amsterdamse onderwijswethouder Asscher (PvdA) op de hoogte van de wens hun kinderen zelf te onderwijzen, omdat er in Amsterdam geen school is die aan hun religieuze eisen voldoet. Asscher is er inmiddels in geslaagd een flink aantal ouders te overtuigen hun kinderen toch naar een reguliere school te sturen.

Van Bijsterveldt prees de Amsterdamse wethouder gisteren voor zijn inspanningen, maar zei toch dat ze „grote problemen” heeft met wat er in Amsterdam gebeurt. Het is wat haar betreft niet de bedoeling dat ouders zich op deze manier aan het reguliere onderwijs onttrekken. Daarom gaat ze onderzoeken hoe ze dat in de toekomst moeilijker kan maken.

De minister moet daarbij een lastig probleem oplossen. Formeel bestaat in Nederland namelijk geen recht op thuisonderwijs. Dat verdween in 1969 uit de leerplichtwet. Daarvoor in de plaats kwam een ontheffing van de leerplicht als ouders voor hun kinderen geen school kunnen vinden die past bij hun levensovertuiging. Wanneer een kind op die gronden eenmaal van de leerplicht is vrijgesteld, heeft de overheid geen controle meer over wat er met hem of haar gebeurt. Het zou kunnen dat het kind thuis onderwijs krijgt, van bijvoorbeeld antroposofische of oud-katholieke snit, maar de ouders kunnen ook een wereldreis gaan maken.

Als Van Bijsterveldt het recht op vrijstelling van de leerplicht koppelt aan de plicht tot het verzorgen van goed thuisonderwijs, voert ze in feite thuisonderwijs weer in als wettelijk goedgekeurde vorm van onderwijs. Dat brengt het risico met zich mee dat meer ouders ervoor kiezen kinderen van school te halen. En dat willen de minister en Tweede Kamer nu juist voorkomen. „Kinderen horen gewoon op school te zitten”, aldus PvdA-Kamerlid Çelik.

Een voorstel van D66 en SP, om het recht op vrijstelling van de leerplicht op religieuze gronden helemaal uit de wet te schrappen, kreeg geen meerderheid. De christelijke partijen, VVD en PVV waren tegen. Deze laatste twee partijen pleitten wel voor strengere eisen voor ouders die vrijstelling van de leerplicht willen. Zij zouden op zijn minst met goed gevolg een taaltoets moeten afleggen.

De christelijke partijen toonden zich afkerig van iedere verdere overheidsinmenging. Kamerlid Dijkgraaf (SGP) had alle vertrouwen in de ouders die thuisonderwijs geven. De kinderen op de publieke tribune prees hij om hun vermogen van een „een aanval een leerdoel te maken”. Een hartelijk applaus was zijn deel.