Deuren dicht

De Amsterdamse mysticus Johan Cruijff kijkt naar de schepselen om zich heen en monkelt. Niet eerder was zijn innerlijke paraatheid zo massief. Geen snipper twijfel, geen spat verontrusting. Hij weet het nu zeker: de anderen zouden sterven aan zijn leven.

Toch was zijn nonchalance niet helemaal overtuigend. De handen in de broekzakken waren iets te clichématig, te ouderwets. En zijn paladijnen stonden er ook maar bedremmeld bij. Als armoezaaiers zelfs, iets te zomers gekleed voor de tijd van het jaar. In hun ogen ook de bange vraag hoe herinneringen nou precies te werk gaan.

Cruijff, Bergkamp, Jonk: ze keken elkaar geen moment aan. Als tochtgaten van gemeenschappelijkheid staarden ze wezenloos voor zich uit. Rillingen van vermoorde onschuld. Ik dacht er bijna de bedelstaf bij.

Namens wie stonden ze daar, eigenlijk? Misschien niet eens namens zichzelf. Poppetjes in de oorlog tussen twee grootmachten: Ajax en De Telegraaf? Ging dit nog wel over voetbal? De wederzijdse ontluisteringwoede was ongezien. Ik moest ineens aan wijlen Jesús Gil y Gil denken, de maffiose voorzitter van Atlético Madrid en burgemeester van Marbella. Een leven met alleen maar kabaal en schandaal. Met trawanten die de vileine pen voerden.

Johan Cruijff zou de kliek van Coronel en Van den Boog hebben toegeroepen: „Ik schrijf jullie kapot.” Taal uit de tijd van de verzuiling, toen kranten nog propagandamachines waren. Een roekeloze uitspraak, want Johan Cruijff heeft nog nooit een brief geschreven, laat staan een column. Dat klusje wordt geklaard door de chef sport van De Telegraaf. De band tussen hem en de legende is innig. Al jarenlang laat de chef sport de eerste Hollandse Nieuwe naar Barcelona invliegen, nog voor de koningin de delicatesse heeft geproefd. Een fijne attentie die aankomt: Cruijff is wild van maatjes.

Omgekeerd, de familie in Barcelona verzuimt niet een babysetje te laten bezorgen als in Volendam een kind is geboren. Sinds mensenheugenis verlenen ze elkaar autoriteit en intimiteit, Johan en Jaap. Ze delen politieke en commerciële belangen.

Ajax kapot schrijven: het hoeft niet meer. De club is reeds onttakeld tot in het hart. Wat nu nog rondloopt, zijn helden van de chaos en cynici van de brokstukken. In één woord: ramptoeristen. Nu krijg je ook nog de lynchpartijen tussen het kleine grut dat werkzekerheid wil afdwingen door verraad, stigmatisering en indianenverhalen over de wankelmoedige concurrentie die nog geen kamp heeft gekozen.

De slachting houdt niet meer op.

Straks vliegen op De Toekomst kantinejuffrouwen elkaar in de haren. De vakbond kan niet bemiddelen, want die is er niet.

De vereniging is steendood, vermorzeld. De blessuretijd van de club gaat helemaal op aan sociale razzia’s. De lafheid waarmee Danny Blind zondag gewoon op de bank gaat zitten, na een karaktermoord, geeft aan dat bij Ajax alle trots is gebroken. Het bewijst dat de assistent inderdaad onbetrouwbaar is. Sjacheren met je persoonlijke eer doe je niet nadat je vrouw de tranen uit haar kop heeft geweend voor jouw vernedering. Het moeten dombo’s zijn die zich nog vooruit laten branden door Danny Blind.

De enige chique uitkomst voor Ajax is: opheffing. Het stamnummer inleveren, de Arena laten doodbloeden tot een Cruyff Court voor aso’s. Dennis Bergkamp en Wim Jonk als doelpalen.

Wat ook kan: maak van de Arena een gesloten asielcentrum met tentjes op het veld. Prostitutie mag. Als er maar nooit nog gevoetbald wordt. Dichters en zangers moeten er ook wegblijven.

Na de bloederige raid van Cruijff is de behekste Arena geen ruimte meer waar schoonheid gedijt.