De waarde van 'anders zijn'

Tien jaar geleden werd het eerste homohuwelijk in Nederland gesloten. Een maatschappelijke en juridische gelijkstelling van de relatie die partners van hetzelfde geslacht met elkaar hebben aan het huwelijk tussen man en vrouw. Sindsdien is de strijd tegen discriminatie van burgers op grond van hun seksuele geaardheid bepaald nog niet voltooid. Homoseksuele leraren kregen het op scholen de laatste jaren eerder lastiger dan makkelijker. En dat komt niet alleen door de houding van islamitische leerlingen die homoseksualiteit afwijzen op basis van achterhaalde culturele en religieuze vooroordelen. Het komt nog steeds voor dat leraren op orthodox-christelijke scholen worden geweerd met een beroep op godsdienstvrijheid. Weliswaar mag een school niet op grond van het ‘enkele feit’ van homoseksuele geaardheid een leraar discrimineren, maar in de praktijk wordt daar een mouw aan gepast. Dan is het diens ‘levensstijl’ of gebrek aan de gewenste discretie waaraan de school aanstoot neemt. Hier valt nog een wereld te winnen. Dit is discriminatie onder de vlag van onderwijsvrijheid.

Officieel houdt de overheid een rechte rug. Bij de recente staatshervorming werden de nieuwe Caraïbische ‘gemeenten’ verplicht om behalve abortus en euthanasie ook het homohuwelijk binnen een of twee jaar te legaliseren. Ook leek het erop dat het probleem van de ‘weigerambtenaren’ bij gemeenten meer een kwestie van elegant plooien was dan van beginselpolitiek. Zolang gemeenten garanderen dat de wettelijke mogelijkheid voor partners van hetzelfde geslacht in het huwelijk te treden bestaat, mogen individuele trouwambtenaren hun gewetensbezwaren volgen.

Daarvoor is begrip op te brengen. In een samenleving die cultureel en religieus divers is, moet ruimte zijn voor onderscheid. Tolerantie en respect voor elkaar zijn grondwaarden in een rechtsstaat. Dat vraagt echter ook om betrokkenheid en een positieve houding. Zoals toenmalig minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) in 2009 bij het vijftienjarig bestaan van de Commissie Gelijke Behandeling zei: „Het gaat niet alleen om het erkennen van het bestaan van de ander of diens anders zijn. Het gaat om het erkennen van de ander als waardevol voor de samenleving.’’

De gemeenteraad van Rhenen heeft daar nog grote moeite mee. Vorige week besloot een christelijke meerderheid actief de mogelijkheid aan te bieden om te worden getrouwd door nog aan te stellen gewetensbezwaarde ambtenaren. De gereformeerde bevolking zou namelijk behoefte hebben aan trouwambtenaren die zich van homoparen afkeren. Van dit gewetensbezwaar maakt Rhenen nu een keurmerk, een instituut. Dat is in elk geval tegen de geest van de wet. Overheidsdienaren die gewetensbezwaren hebben moeten juist ander werk zoeken. En gemeenten moeten de wettelijke norm uitdragen. Niet uithollen.