Dansbare remixen op Minimal Music Festival

World Minimal Music Festival. Met o.a. Lunapark en Asko|Schönberg. Gehoord: 30/3 en 31/3 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Festival t/m 3/4 in Eindhoven en Amsterdam, inl.: wmmf.muziekgebouw.nl ****

„Zo snel heb ik Piano Phase nog nooit gehoord”, zei een zichtbaar onder de indruk geraakte Steve Reich woensdag tijdens een panelgesprek na het openingsconcert van het World Minimal Music Festival. De virtuoos beheerste uitvoering van Reichs klassieker uit 1967 door Toon Bierman en Ramon Lormans was één van de hoogtepunten van het festival dat nog tot zondag plaatsvindt in Amsterdam en Eindhoven.

Eerder had eregast Reich samen met slagwerker en initiator Arnold Marinissen de officiële opening verricht door Clapping Music (1972) uit te voeren, net als Piano Phase gebaseerd op simpele faseverschuivingen die een duizelingwekkende complexiteit opleveren.

Eenvoudiger en misschien ook wel iets minder tijdloos klonk daarnaast het werk van Philip Glass, mede-grondlegger van het minimalisme. Lunapark speelde Music in Fifths (1969) en Music in Similar Motion (1969) precies en lenig, met herhaalde, groter en kleiner wordende patroontjes als zichzelf eindeloos in de staart bijtende slangen.

In het Muziekgebouw aan ’t IJ hangt een levendige festivalsfeer, mede door het randprogramma, waar onder meer de relevantie van het minimalisme voor actuele dansmuziek wordt onderzocht. Slim, want zoiets trekt ook jong publiek naar de ‘reguliere’ concerten.

Het levert ook interessante momenten op, zoals gisteravond laat, toen een wat vermoeide Reich door het deejay-collectief 22tracks een aantal remixes van zijn gitaarwerk Electric Counterpoint (1987) kreeg voorgeschoteld – een idee geleend aan de cd Reich Remixed uit 1999.

In de meeste remixes werd een gitaarloopje uit Electric Counterpoint vrij oppervlakkig en statisch gebruikt als sample, zonder het structureel uit te diepen. Maar zonder twijfel dansbaar was bijvoorbeeld de remix van dubstep-deejay Gomes, die echo’s, een schelle beat en een dof dreunende basdrum toevoegde. Reichs commentaar: „Beautiful, absolutely beautiful” en „thank you”.

Even daarvoor had hij onder meer een warme, maar niet steeds even strakke uitvoering van Tehillim (1981) gehoord, door Asko|Schönberg en de Synergy Singers. De lichtshow die Carel Kuitenbrouwer met de muren van de zaal creëerde, was bij vlagen prachtig, maar vaak was het (vergeefs) zoeken naar een relatie tussen licht en geluid.

Er klonken ook enkele wereldpremières. De Amerikaanse Julia Wolfe voorzag een zwijgende boksfilm van de Belgische cineast Charles Dekeukeleire van een nogal letterlijke soundtrack. Vuistslagen, het applaus van het publiek, de rondebel: alles wat je zag, werd ook in de muziek verklankt. Maar afgezien daarvan was Combat de boxe een interessante compositie, met die wat vuilige, vintage-achtige toon waar Bang on a Can patent op heeft.

Joey Roukens had zijn tweede wereldpremière in korte tijd, nadat het Concertgebouworkest een week geleden al zijn Out of Control (2010) in première bracht. In Scenes from an Old Memory Box presenteert hij knap gemaakte toverbalmuziek, die van stijl, sfeer en emotie wisselt voor je er erg in hebt. Het geheel maakt een aangenaam kolderieke indruk, maar wat het op een festival voor minimal music deed, bleef een raadsel.