Britse sociale code: het antwoord op 'Koud, he?' is 'Ja'

Britten zijn gewend aan mist en regen. Als de zon schijnt, wordt dat ogenblikkelijk gevierd door het ontbloten van het witte vel. Rokjesdag in het Verenigd Koninkrijk.

Vijftien graden in een windstille hoek en in de volle zon komt hier nu af en toe voor. In Nederland is het morgen met temperaturen boven de 20 graden naar verwachting rokjesdag, de dag waarop volgens de twee jaar geleden overleden columnist Martin Bril vrouwen „voor het eerst na een lange, barre winter, ineens, als bij toverslag, met blote benen onder hun rokjes naar buiten gaan”.

Maar dit is Engeland. Als het even niet regent, zijn de terrassen al vol, in de parken worden de eerste al fresco lunchpauzes gehouden. Blote armen en benen komen tevoorschijn, blinkend wit na een seizoen gehuld te zijn geweest in dikke kleding. Bobbies met korte mouwen onder hun kogelvrije vest, schoolmeisjes in uniform met korte rokjes en kniekousen, vrouwen met haltertopjes en zonnebrillen, volwassen mannen in kakishorts. Vrijwel niemand draagt een jas.

Hebben de Engelsen zo’n andere temperatuurbeleving? De buitenlanders pik je er zo uit. Die hebben hooguit hun winterjas misschien over de arm. Of de mouwen van hun trui opgestroopt. Korte mouwen of blote benen? Brrr, nog lang niet.

Het heeft te maken met een permanente verbazing van de Britten over het eigen weer. „Je weet maar nooit wanneer dit over is”, zegt Emma Williams. De student aan de modeacademie zit te lunchen in een park in Noord-Londen. Blote benen, witte rok, Hawaiiaans rood-wit gebloemde blouse. Heeft ze het koud? Ze laat haar kippenvel zien. Maar „de zomer kan wel eens heel erg tegenvallen. Dus als de zon schijnt, moet je er het beste van maken.”

Het weer hoort, volgens de Engelsen, niet onderhevig te zijn aan grote temperatuurverschillen of extreme natuurverschijnselen. Een dag begint met mist, gevolgd door bleke zon of miezerregen. Ook onder die weersomstandigheden kun je het beste naar het strand of picknicken.

Verbaasd zijn ze dan ook wanneer het lekker weer is, vandaar de blote ledematen in de eerste zonnestralen. Een paar weken hevige zomerzon leidt al snel tot krantenkoppen over ‘Scorching England’ en een verbod op het sproeien van de tuin of het wassen van de auto. Omgekeerd, wanneer het eens stevig sneeuwt, komt het openbaar vervoer tot stilstand en rukken nieuwsrubrieken uit naar alle hoeken van het land om verslag te doen van ‘Frozen Britain’.

Dat levert dan gelukkig wel weer gesprekstof op; Engelsen doen niets liever dan over het weer praten. Al in de achttiende eeuw concludeerde Samuel Johnson: „Wanneer twee Engelsen elkaar ontmoeten, gaat hun eerste gesprek over het weer.” Vorig jaar bleek uit onderzoek van YouGov dat meer dan de helft van de Engelsen elke zes uur een gesprek voert over het weer.

„De belangrijkste functie van de fascinatie met het weer is om de natuurlijke gereserveerdheid van een Engelsman te doorbreken”, zegt Debrett’s, uitgever van het Adelsboek en etiquettehandboeken. Socioloog Kate Fox beschrijft in Watching the English dat ‘Koud hè?’ of ‘Mooie dag nietwaar?’ de Engelse code is voor ‘Ik wil graag een praatje met u maken’.

Wee de buitenlander die daar niet goed op reageert. Geen antwoord betekent immers dat je niet wilt praten. Afwijkend antwoorden zorgt voor verwarring, je doorbreekt een stilzwijgende sociale code. ‘Koud hè?’ heeft als enige antwoord ‘Ja’.

Vandaag is het dus, met 15 graden en lentezon „heerlijk warm”. Maar blote benen? Nee, nog even niet.