Behoud polder iets dichterbij

De Zeeuwse natuurorganisaties willen niet langer dat de Hedwigepolder onder water wordt gezet. Onder druk van de publieke opinie in Zeeland laten zij hun wens tot ontpoldering van de driehonderd hectare grote polder op de grens met Vlaanderen varen.

Dat hebben de Zeeuwse Milieufederatie en het Zeeuwse Landschap gisteren bekendgemaakt. In ruil voor dit standpunt pleiten zij voor een nieuw fonds voor natuurherstel in de rest van Zeeland.

„We kunnen ecologisch en juridisch wel gelijk hebben, maar de ontpolderingsplannen leiden tot veel onrust en verdeeldheid in Zeeland”, aldus directeur Tjeu van Mierlo van de Zeeuwse Milieufederatie. Volgens adjunct-directeur Chiel Jacobusse van het Zeeuwse Landschap is de ontpoldering van de polder in Zeeuws-Vlaanderen een „sleepanker” bij andere onderwerpen. „Het publiek keerde zich tegen ons en dat is niet in het belang van de natuur. Ook het zwalkende overheidsbeleid heeft aan de tweespalt bijgedragen. Het deed pijn om deze afweging te maken.”

Landelijke politici en de boeren in Zeeland hebben verheugd gereageerd op de ommezwaai. Toch is de vraag welke betekenis deze heeft. Vogelbescherming Nederland houdt vast aan de ontpoldering. „Het natuurherstel in de Westerschelde is geen Zeeuwse kwestie, maar internationaal van levensbelang voor honderdduizenden trekvogels.”

Het onder water zetten van de polder maakt deel uit van een omvangrijke operatie om de Westerschelde toegankelijker, veiliger en natuurlijker te maken. Nederland sloot daartoe een verdrag met Vlaanderen. In dat verdrag werd ook de verdieping van de vaargeul van de Westerschelde geregeld. Het vorige kabinet probeerde al onder de afspraak uit te komen. Dat lukte niet, omdat uit onderzoek bleek dat ontpoldering de enige optie was om de voor de Westerschelde typische natuur te herstellen. Het kabinet laat nu opnieuw onderzoek doen naar alternatieven. Het gewijzigde standpunt van de Zeeuwse natuurbeweging kan „bijdragen aan het draagvlak” voor zo’n alternatief, aldus de woordvoerder van staatssecretaris Bleker.