'Anders lag pensioengeld maar dood te wezen'

De Tweede Kamer boog zich gisteren over de problemen in de pensioenwereld. Hoe kon het zo fout gaan, ondanks de rijke jaren negentig? Niemand voorkwam „de rooftochten” op de reserves.

Soms leek het wel een parlementaire enquête.

Had u niet meer verzet moeten plegen toen de pensioenkassen in de jaren negentig werden leeggehaald? Wat zou u tijdens de financiële crisis anders hebben gedaan met de kennis van nu? Vragen gisteren in de Tweede Kamer in een zogeheten rondetafelgesprek over de huidige problemen in de pensioenwereld.

De vragen leverden fraaie antwoorden op. Jean Frijns, de voormalige baas van ambtenarenpensioenfonds ABP, betreurde bijvoorbeeld dat hij niet meer verzet had gepleegd bij „de rooftochten” van de overheid op zijn kas. „Het waren geen vriendelijke gesprekken met de werkgever over premieverlagingen, maar uiteindelijk gingen we toch altijd akkoord. Daar heeft u een punt”, zei hij tegen de kritische parlementariërs.

Volgens Frijns is in de jaren negentig een flink gat in de pensioenpremies geslagen, voor het ABP een gat van minimaal 20 miljard euro. Maar, zo wilde hij wel duidelijk maken, iedereen wist dat het gebeurde, maar niemand deed iets. De politiek niet, de sociale partners niet. „Maar ik wil wel zeggen dat de werkgevers het voortouw hebben genomen. Er was met pensioenfondsen te verdienen. De overheid had er baat bij. De gepensioneerde in elk geval niet.”

Het rondetafelgesprek – in status iets minder dan een hoorzitting – met verscheidene spelers in de pensioenwereld werd gisteren naar aanleiding van een uitzending in februari van televisieprogramma Zembla gehouden. Het beleggings- en premiebeleid van de pensioenfondsen stond centraal. En vooral werd er lang bij de jaren negentig stil gestaan: overheden en bedrijven staakten massaal hun premiebetalingen want de dekkingsgraden [reserves ten opzichte van de pensioenverplichtingen] waren ongekend hoog. Maar juist in die jaren was het door het goede beleggingsklimaat mogelijk nog grotere reserves te kweken, die nu zo goed zouden uitkomen. Een voorzichtige schatting is dat de pensioenwereld door de ‘premieholidays’ toen 80 miljard euro is misgelopen, en niet de 800 miljard waar in Zembla over werd gesproken.

Valt de ‘rovers’ uit de jaren negentig nog iets kwalijk te nemen? Soms betaalden de werkgevers helemaal geen premie of werd er zelfs geld uit de kassen gehaald. „De korte termijn was bepalend”, gaf voormalig toezichthouder Rein van Dam toe. „Maar er was zoveel geld, dus zo’n gekke gedachte was het niet om met die premies wat anders te doen. Anders lag het geld maar dood te liggen.” En voordat iemand nog een kritische vraag kon stellen, belichtte Van Dam de rol destijds van de wetgever, de parlementariërs dus. „Die rol was ongelukkig. In de jaren negentig was er voortdurend de dreiging van een wet die de overschotten op de pensioenfondsen extra zou belasten. Het werd gewoon veel te veel”, vond men in Den Haag.

Van Dam had overigens nauwelijks sancties om pensioenfondsen of bedrijven te straffen. „In die tijd moesten de fondsen voor 1 oktober hun jaarverslag bij ons hebben ingeleverd. Minder dan de helft deed dat”, zo karakteriseerde hij het liberale klimaat. Een ernstig gesprek voeren met de fondsen was alles wat hij kon doen. En dat gebeurde ook toen bleek dat bij sommige cao-onderhandelingen bepaald werd wat de premies moesten worden. „Dan was het pensioenfonds gewoon niet ‘in control’”, concludeerde gespreksleider Pieter Omtzigt (CDA) verbaasd. „Inderdaad”, bevestigde Van Dam. „Als dat gebeurde, is men er ook op aangesproken.”

Natuurlijk zijn de pensioenproblemen van dit moment niet alleen te wijten aan de lagere premiebetalingen in de jaren negentig. Ook de lagere rente, de crises op de aandelenmarkten, gebrek aan capaciteiten bij pensioenbesturen en de steeds naar boven bijgestelde levensverwachting speelden een negatieve rol voor de reserves.

Gaat het nu beter? Zonder twijfel. Het toezicht is strenger, maar Directeur Joanne Kellermann van De Nederlandsche Bank (de huidige toezichthouder) noemde het huidige pensioenstelsel „niet langer houdbaar”. Was dat niet overdreven, vroeg Paul Ulenbelt (SP) zich af. Het systeem heeft zware stormen overleefd en het gemiddelde fonds zit op een dekkingsgraad van 107 procent.

Nee, zeker niet overdreven, vond Kellermann. „Er is nooit helder gecommuniceerd.” Veel pensioneerden gaan er nog altijd van uit dat zij standaard op 70 procent van hun loon kunnen rekenen. „Dat heeft het vertrouwen ondermijnd. Voor ons is een absolute voorwaarde dat het nieuwe pensioenstelsel [waar sociale partners en de overheid al maanden hun hoofd over breken] glashelder en eerlijk is.” En dus moet voor iedereen snel duidelijk worden dat het pensioen geen vetpot is. Of wordt. „Ik begrijp heel goed dat het een akelige boodschap is.”