'Alles wat een kind zegt is waar'

Zondag begint een nieuwe reeks van het populaire kinderprogramma ‘Taarten van Abel’. Siemon de Jong bakt taarten met kinderen en laat ze praten. „Ik doe niet lullig met die kinderen, ik doe gewoon gewoon.”

„Voor marsepein of slagroom hoef je mij niet wakker te maken”, zegt Siemon de Jong, beter bekend als bakker Abel. Zelf geniet hij er niet meer van, maar hij maakt dit jaar weer dertien kinderen blij met hun eigen taart. Zondag begint de achtste reeks van het programma Taarten van Abel. Met veel marsepein en slagroom.

In zijn taartenwinkel De Taart van m’n Tante in de Amsterdamse Pijp vertelt De Jong over de vele brieven die elke week binnen komen, zo’n vier- tot vijfhonderd per week. Hij bemoeit zich niet met de selectie, maar weet dat de redactie ongeveer de helft jongens en meisjes wil, van verschillende kleuren uit het hele land. „Ik roep alleen af en toe dat ik een Chinees wil, of een kind van een Hells Angel.” Verder wordt dit seizoen niet voor opa’s en oma’s gebakken, maar voor andere kinderen.

Zo wil Roos, een meisje dat door haar anorexia afgelopen zomer in het ziekenhuis terechtkwam, een taart bakken voor een vriendin die haar altijd heeft gesteund. Volgens De Jong is dit de eerste aflevering waarin een traantje vloeide. „Ik vroeg haar of haar moeder niet radeloos van haar ziekte werd. Dat raakte haar. Het is niet janken maar je ziet dat er een traan langs haar wang loopt, ontzettend ontroerend.”

Met zo’n onderwerp laat de bakker ook iets van zichzelf zien, als hij merkt dat Roos het moeilijk heeft. „Ik vertelde haar dat ik vroeger te dik was en dat ik me toen doodongelukkig voelde. Dat komt dan niet in de aflevering, want het gaat om het verhaal van de kinderen. Toch is het belangrijk dat ik ook mijn eigen knelpunten, zwaktes en gektes laat zien.”

Dit seizoen worden de jonge bakkers ontvangen in het buitenhuisje van De Jong, een knusse bakkerij met houtkachel. „Ik wilde het presenteren wat dichterbij huis doen, dus toen hebben we een buitenstudiootje gemaakt, net buiten Amsterdam.” Door de nieuwe studio wordt het iets minder druk voor de bakker. „Ik noem Abel altijd mijn hobby en dat moet het wel blijven. Anders hoor ik mezelf lullen, dan is het niet meer spontaan.”

Die spontaniteit is juist de kracht van het programma. De Jong bereidt zich niet voor op de gesprekken. Maar hoe komt het dat al die kinderen zo makkelijk hun verhaal vertellen? „Ik zeg altijd: kinderen zijn net mensen. En zo behandel ik ze ook. Nu ben ik bijna vijftig en als ik terugkijk naar mijn jeugd denk ik: zoveel veranderen we ook helemaal niet. De blauwdruk is gemaakt, het gedrag verandert misschien wat, maar ik ben toch nog die jongen van acht.”

Als hij met kinderen praat is De Jong eerlijk en rechtdoorzee. Juist door die oprechte interesse lijken kinderen hem veel te willen vertellen. Zo ook Gerrit, een jongen met brandwonden. „Tegen Gerrit zeggen ze gebakken kip en volwassenen wijzen hem na. Dan vraag ik: moet je horen Gerrit, je valt op. Wat vind je acceptabel, wat mogen mensen zeggen? Ze weten meestal heel goed hoe ze benaderd willen worden over hun handicap. Ze zijn juist blij dat iemand het gewoon een keer vraagt.”

Alles wat de kinderen tegen bakker Abel zeggen is waar. „Toen ik zelf eens werd geïnterviewd vertelde ik over een herinnering van vroeger, toen ik een jaar of drie, vier was. Die journaliste zei dat dat niet kon. Zoiets zou Abel nou nooit doen.” Hij klinkt nog steeds verontwaardigd.

„Ik doe niet lullig met die kinderen, ik doe gewoon gewoon. In de Randstad is dat één ding, maar ik hoor ook van vriendinnen uit Limburg dat mensen verbaasd staan dat je zo met kinderen kunt praten.”

Het programma wordt door iedereen bekeken. Door jong en oud en mensen uit alle lagen van de bevolking. Zo is het ook in De Jongs winkel. „Het mooiste vind ik dat iedereen het hier leuk vindt. Van zuigeling tot hoogbejaard, van boerka tot leernicht. Hier kom je echt van alles tegen. Dat vind ik mijn grootste verworvenheid. Oude dames komen hier en zeggen: zo’n schemerlamp had ik ook. En kinderen vinden de kleurige taartjes mooi.”

Toen De Jong begon met zijn huidige broodwinning ging hij op onorthodoxe wijze te werk om zijn taarten aan de man te brengen. „Ik ging naar plekken waar je nooit banketbakkers tegen komt, in de Roxy of op feesten.” Een van zijn succesvolste stunts was een pornopoppenhuis van gebak. „Dat heeft jarenlang op kinderhoogte in de bakkerij gestaan. Dan kwamen er mensen voorbij en zeiden: o, wat schattig, een poppenhuisje. Alle poppetjes hadden een piemel en dan keken ze naar een gezicht met sperma erop. Ineens zaten ze naar porno te kijken. Het is natuurlijk tegen alle regels in, maar het was wereldberoemd. Bussen Japanners kwamen hier. Gebak en porno moeten er allebei jammie uitzien.”

In de toekomst zou De Jong nog graag het programma Oude Taarten maken. Met oude mensen dus. „Vorig weekend had ik een verjaardag van een vriendin en dan zit ik weer met die oude dames te beppen. Dat is kennelijk toch de aard van het beessie hè?”

Taarten van Abel

Zondag, Ned. 3, 19.00 - 19.25 uur