Aftellen tot de eindstrijd

De mannen van Ouattara, de rivaal van president Gbagbo, hebben Abidjan omsingeld.

Niemand in de grootste stad van Ivoorkust durft nog de straat op.

Pro-Ouattara fighters from a group which calls itself the "invisible commandos" walk on a street in northern Abidjan's Abobo district March 26, 2011. Fighting in Ivory Coast's main city is spreading and the death toll from a power struggle between incumbent leader Laurent Gbagbo and his rival Alassane Ouattara is mounting. REUTERS/Luc Gnago (IVORY COAST - Tags: CIVIL UNREST POLITICS)
Pro-Ouattara fighters from a group which calls itself the "invisible commandos" walk on a street in northern Abidjan's Abobo district March 26, 2011. Fighting in Ivory Coast's main city is spreading and the death toll from a power struggle between incumbent leader Laurent Gbagbo and his rival Alassane Ouattara is mounting. REUTERS/Luc Gnago (IVORY COAST - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) REUTERS

De gevechten zijn begonnen. Tot gisteravond laat echoën explosies over de stad. In sommige buurten wordt geschoten, in andere wijken geplunderd. Maar het blijft gissen voor de inwoners van Abidjan, de grootste stad van Ivoorkust. Niemand durft de straat op. De wildste geruchten circuleren op internet: de staatstelevisie zou zijn overgenomen, een generaal is mogelijk doodgeschoten door zijn lijfwacht, de politieschool zou leeggelopen zijn. Een ding was zeker: gisteren, vroeg in de middag, maakte de Zuid-Afrikaanse regering bekend dat de stafchef van het Ivoriaanse leger, generaal Philippe Mangou, met zijn vrouw en vijf kinderen onderdak had gezocht in de Zuid-Afrikaanse ambassade.

Ivoorkust staat aan de rand van een burgeroorlog, waarschuwden organisaties als de VN en de denktank International Crisis Group vorige week. De oorzaak: de weigering van de zittende president Laurent Gbagbo om de macht over te dragen na een verkiezingsnederlaag in november. Zijn omstreden tegenstander Alassane Ouattara, die 54 procent van de stemmen kreeg, zit sindsdien in een hotel opgesloten dat omsingeld is door militairen. De aanhangers van Ouattara mochten niet protesteren. De politie en het leger schoten met scherp op demonstranten, bliezen een groep vrouwen met een mortiergranaat aan flarden, ontvoerden tientallen mensen en zorgden ervoor dat bijna honderd anderen ‘verdwenen’.

Na vier maanden geduldig wachten en moeizaam onderhandelen nam Ouattara alsnog het heft in handen. Nu probeert hij de macht te grijpen met een militair offensief. Hij wordt gesteund door de leiders van vijf oppositiepartijen, inclusief de 76-jarige voormalige president Henri Konan Bédié, die noodgedwongen in hetzelfde bewaakte hotel in Abidjan verblijft. Samen gaven die oppositiepartijen woensdag een verklaring uit waarin ze zeiden geen vertrouwen meer te hebben in een vreedzame oplossing. Geen van de onderhandelaars van de Afrikaanse Unie (AU) heeft Gbagbo de afgelopen maanden tot vertrek kunnen bewegen.

Voor een militaire interventie was binnen de landenorganisatie onvoldoende steun. De VN-Veiligheidsraad legde gisteren een reisverbod op aan Gbagbo en zijn vrouw, en kondigde aan hun financiële tegoeden te bevriezen. Veel Ivorianen vonden dat het ferme optreden van de internationale gemeenschap laat kwam – te laat. Naar schatting een miljoen mensen is de stad ontvlucht. De VN heeft sinds de verkiezingen bijna 500 doden geteld. Het werkelijke dodental ligt vermoedelijk veel hoger. Een militaire woordvoerder van Ouattara zei het vorige week zo: „Niemand komt ons helpen, dus zullen we het zelf moeten doen.”

Het rebellenleger van Ouattara trok deze week razendsnel op richting Abidjan, waar Gbagbo koppig in zijn presidentiële paleis blijft zitten. Ze naderden vanuit het oosten, het westen en het midden van het land en passeerden provinciestad na cacaoboerendorp zonder noemenswaardige gevechten. Een opgeluchte inwoner van een oostelijk provinciestadje dat woensdag werd ingenomen, zag hoe sommige militairen in zijn stad hun uniform uittrokken en hun wapens wegsmeten. „Het leger heeft helemaal geen zin om voor Gbagbo te sterven”, zegt Moussa Tanoh. „Ik zag een jonge militair die een spijkerbroek aantrok en naar het busstation rende om te kijken of hij naar Ghana kon vluchten.” De VN-vredesmissie in Ivoorkust patrouilleert met gevechtshelikopters, maar heeft de rebellen tot dusver niet geprobeerd te stoppen. Hoofd van de VN-vredesmissie in Ivoorkust Choi Young-jin erkent Ouattara als president. „Het gaat veel sneller dan verwacht”, zei Choi woensdag.

Werd de opmars van de rebellen in Abidjan aanvankelijk nog met een mengeling van nieuwsgierigheid en verbazing gevolgd, gisteren sloegen de zenuwen toe. Voetgangers renden paniekerig naar huis, taxichauffeurs lieten klanten langs de weg staan. De best bewapende en meest loyale soldaten van Gbagbo zitten in Abidjan. In een noordelijk stadsdeel vochten zij de afgelopen weken al met aanhangers van Ouattara die door de lokale media „het onzichtbare commando” werden genoemd. Onzichtbaar omdat ze geen militaire kleding droegen en zich onder burgers mengden. Dat commando kreeg vannacht versterking van het officiële rebellenleger van Ouattara.

Zo is het de tweede keer in tien jaar tijd dat rebellen Gbagbo proberen te verjagen. In 2002 veroverde een groep onderofficieren uit het Ivoriaanse leger in korte tijd de noordelijke helft van het land. Hun staatsgreep mislukte: ze slaagden er niet in Abidjan in te nemen. Maar ze hadden wel ineens het noorden in handen en moesten een naam voor hun rebellenbeweging verzinnen. Dat werd de Democratische Beweging van Ivoorkust (MPCI). De MPCI beweerde te vechten voor meer gelijkheid tussen Ivorianen uit het islamitische noorden en Ivorianen uit het groene zuiden. Ze leek vooral boos dat de noorderling Ouattara twee jaar eerder uitgesloten was van deelname aan de verkiezingen.

Ouattara heeft altijd ontkend dat hij de rebellenbeweging steunde. Zeker is dat president Blaise Compaoré van het noordelijke buurland Burkina Faso de beweging van wapens en geld heeft voorzien. Toch zijn de aanhangers van Gbagbo ervan overtuigd dat Ouattara de aanstichter was van de korte burgeroorlog van 2002-2003. Zij houden hem verantwoordelijk voor het slechte imago dat het eens zo welvarende land kreeg. Ivoorkust was jarenlang een rolmodel voor andere Afrikaanse landen: nu was het een wankel ontwikkelingsland geworden.

Na een paar jaar bleek de verdeling van het land voor beide partijen echter allerlei voordelen te hebben. Gbagbo, volgens velen een typische zuiderling omdat hij gemoedelijk overkomt en uit de losse pols regeert, had steeds een perfect excuus om geen verkiezingen te organiseren. Dat kon pas, zei hij, als de rebellen waren ontwapend. De rebellenleiders verdienden intussen een fortuin aan tolheffingen, smokkel en zelfverzonnen belastingen. Ze investeerden in nachtclubs en restaurants, en de meest kleurrijke commandanten schopten het tot landelijke beroemdheid.

In 2007 benoemde Gbagbo rebellenleider Guillaume Soro tot premier. Soro eiste dat Ouattara zich kandidaat kon stellen bij de komende presidentsverkiezingen. Gbagbo gaf toe, al trok hij in de aanloop naar de tweede kiesronde in november opnieuw de nationaliteit van Ouattara in twijfel. Zelf presenteerde hij zich als „volbloed Ivoriaan”.

De rebellen, die zich na een tijdje de Nieuwe Krachten (FN) gingen noemen, hebben inmiddels weer een nieuwe naam. Ouattara hoopte dat het leger Gbagbo zou afvallen als hij geen geld meer had om salarissen te betalen. Dat was een misrekening. Gbagbo blijft zitten dankzij het leger. En dankzij Liberiaanse huurlingen, die iedere vorm van burgerprotest bloedig hebben neergeslagen.

Ouattara’s herhaaldelijke oproepen aan militairen om zich bij hem aan te sluiten, leken aan dovemansoren gericht. Eerder deze maand doopte hij de Nieuwe Krachten daarom om tot de Republikeinse Krachten. Nu zijn ze volgens hem het echte leger van Ivoorkust. Gisteren werd duidelijk dat veel militairen van Gbagbo bereid zijn over te lopen.

Commentaar: pagina 19