Vernuftige schuimkunstwerken

Waarschijnlijk heb ik al zo’n honderd keer koffie besteld in een meeneemkoffiebar zonder ooit na te denken over hoe die koffie gemaakt werd. Dat gaat zo: „Hallo, mag ik een koffie verkeerd? Oké, ik wacht hier” – mmm… Oei, die fietser was bijna plat. Waarom zitten er pluisjes op mijn jas? Zouden het navelpluisjes kunnen

Waarschijnlijk heb ik al zo’n honderd keer koffie besteld in een meeneemkoffiebar zonder ooit na te denken over hoe die koffie gemaakt werd. Dat gaat zo: „Hallo, mag ik een koffie verkeerd? Oké, ik wacht hier” – mmm… Oei, die fietser was bijna plat. Waarom zitten er pluisjes op mijn jas? Zouden het navelpluisjes kunnen zijn? Wat zijn navelpluisjes eigenlijk? Hee, dit liedje lijkt een beetje op die ene van Peter Andre. Peter Andre… Hoe heb ik die toch ooit knap kunnen vinden vroeger. Hij lijkt op een… – „Ah, mijn koffie, dank je wel.”

Ik heb nooit in de horeca gewerkt, dus de andere kant van de bar is voor mij een raadselachtige wereld, waarin verhitte mensen dingen zeggen als ‘ga jij even glazen poleren’, machines gorgelen en een vastgeknoopte theedoek op de heup oplossing biedt voor alles.

Toen ik de kans kreeg een drie uur durende cursus tot koffiezettende barista te volgen, twijfelde ik. Ik heb geen enkele ervaring. Ik heb butter fingers. Bovendien zou ik een fraudeur in sloof zijn: ik drink graag oploskoffie.

Aan de andere kant: misschien zouden ze me leren hoe ik een blaadjesfiguur in cappuccinoschuim kan maken.

In de cursusruimte staat een man, Jasper. Hij is een koffiepurist. Ik houd me maar even stil over de oploskoffiekwestie. „Heb je ook weleens die ene hele speciale koffie gedronken, die door een civetkat is uitgepoept?” vraag ik. Hij knikt. „Het was vies”, zegt hij. „Het is een hype. Er is ook niks natuurlijks meer aan, die beesten zitten in kleine kooitjes en worden geforcefeed. Net als ganzen. Het zijn ook rotbeesten, trouwens. Een soort schichtige ratten.”

Daarna zet Jasper koffie die hij net uit Guatemala heeft gekregen. Hij zet het met een kleine wit porseleinen houder en een filter. „Hee, zo doen mijn ouders dat ook!” zeg ik. „Maar dan met een filterhouder die de seventies nog heeft meegemaakt.” Ik kijk toe hoe Jasper het water met een draaiende beweging op de maling giet, precies zoals ik het ook ooit van mijn ouders leerde. „Met een filter zetten is nu het hipste in New York”, zegt Jasper. „Wij moedigen het ook weer aan. In plaats van die vieze Senseo.” Ik luister maar half, aangezien ik even mijn ouders aan het sms’en ben dat ze tot de hipste vogels van New York behoren.

In de cursus leer ik dat koffie zetten jammer genoeg niet een kwestie is van een knop indrukken en vervolgens al je tijd besteden aan vernuftige schuimkunstwerken. Drie uur lang leer ik alles over malingen, levelen, temperen, zuurgraden en het martelapparaat: de schuimmaakstoomtuit. Pas dan begin ik aan het echte werk. De schuimdraak wordt prachtig. De koffie is dan alleen niet meer helemaal warm.

Op het laatst komt de eigenaar langs, die me nog waarschuwt: „Vanaf nu ben je altijd op zoek naar de perfecte koffie. En die bestaat niet.”

Ik vertel hem dat ik al blij ben dat ik voortaan enigszins begrijp wat er achter die gorgelende machines gebeurt.