Militairen met keverlarven tussen de kiezen

Caspar van Bruggen: ‘Verget ons niet.’ Het Papoea Vrijwilligers Korps (1961- 1963). Aspekt, 315 blz. €22,95

In 1949 moest ons land afstand doen van Nederlands-Indië: het roemloze einde van onze batige bemoeienis met de Gordel van Smaragd. Het Akkoord van Linggadjatti voorzag echter niet in de zelfstandigheid van Nieuw-Guinea, het op één na grootste eiland ter wereld, 800.000 vierkante kilometer, waarvan Nederland de helft bestuurde.

Na het uitroepen van de Republiek Indonesia had Nederland er belang bij Nieuw-Guinea in zijn koloniënportefeuille te houden. Het islamitische Indonesië wilde van de Molukkers af, een christelijke minderheid, en vurige Oranje-klanten. Die konden op Nieuw-Guinea wonen. Dan was er nog een strategisch belang: het was een geschikte halteplaats tussen de Filippijnen en Australië.

De tijdgeest vroeg om zelfbestuur, maar daar was de papoea-bevolking nog niet klaar voor, vond ons land. Het kabinet-De Quay presenteerde een tienjarenplan om dit te realiseren. Bij zelfbestuur hoorde landsverdediging. Er werd dus een Papoea Vrijwilligers Korps opgericht en over dat Korps verscheen nu ‘Verget ons niet’. Het Papoea Vrijwilligers Korps (1961-1963) door Caspar van Bruggen. Voor geregeld bestuur naar westerse snit leken de Papoea’s niet geschikt. Stammenoorlogen waren aan de orde van de dag, men lustte elkaar rauw.

Mooi in dit soort geschiedenissen zijn ‘de kleine dingen die het doen’. Papoea’s bleken van rood en zwart te houden, en die tinten moesten dus in de nieuw te ontwerpen uniformen terugkomen. Bevelhebber, de overste Van Heuven, was bang dat de vaderlandse Uniformcommissie hier niet blij mee zou zijn. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Toxopeus was tegenwoordig bij een uniformkeuring door twee Papoea’s die ze ‘zo!’ vonden. Doen dus? ‘Ja…, och ja…’ Historicus Van Bruggen: ‘De maandagochtend daarop begonnen de naaimachines al te draaien.’

We hebben in deze militaire Papoea-geschiedschrijver duidelijk te maken met een minutenman. ‘Verget ons niet’ is dan ook een heerlijk levendig boek, met beide benen op de grond. Viel een trotse Papoea om te smeden tot een geschikte, geregelde soldaat? Van Bruggen nam persoonlijke herinneringen van Nederlandse opleiders op. Ja dus. Intelligent volk, leergierig en snel van begrip als het om geweren en auto’s ging. ‘En ik heb op patrouilles met Papoea’s in de bush nooit honger gehad.’ Dat deze blanke militair keverlarven kreeg voorgeschoteld, hoorde hij achteraf.

De geschiedenis is bekend. Nederland hing nog jaren met de nagels aan zijn bezit van Nieuw-Guinea, maar moest loslaten. Indonesië nam het bestuur over. Maar voordat het zover was, waren de tijden spannend. Woudmarsen, infiltranten, verraad, strijd. Men neemt een paringsritueel van de processieschildpad waar. De Blue Diamonds treden op. Machtige anekdotes.

Maar het hield op. Hoe voorkwam je dat al die inlanders net als de Molukkers naar het verre Nederland wilden gaan, voor de veiligheid? Overste Van Heuven komt op een gouden vondst: een lange toespraak waarin hij Nederlandse toestanden schetste. ‘Als je in Nederland over het gras loopt: dapat Proces Verbaal. Als je in Nederland een duif uit de boom schiet: dapat Proces Verbaal.’ Dat is geen leven voor een oerwoudman. In september 1962 vertrokken de Nederlanders, maar niet zonder een advies aan hun trouwe strijders van het Vrijwilligers Korps. Houd stand tegen de Indonesiërs, volhard in de strijd.