Koop uw zoon een kogelvrij vest

In haar vergelijkende studie over de Ilias trekt een Amerikaanse classica parallellen met de oorlogen van nu. Overtuigend?

Battle scene from a manuscript of Homer "Iliad" c300 AD Biblioteca Ambrosiana Milan.
Battle scene from a manuscript of Homer "Iliad" c300 AD Biblioteca Ambrosiana Milan. Photo12

Caroline Alexander: De oorlog die Achilles het leven kostte. Het ware verhaal van de Ilias. Atlas, 292 blz. € 34,95.

Een Achilleshiel, een muze, een nestor, een Trojaans Paard binnenhalen: zomaar wat uitdrukkingen die we ontlenen aan de Ilias en de Odyssee, de epen van de legendarische Griekse dichter Homeros. Onze kennis van de klassiekste aller klassieken lijkt echter onderhevig aan slijtage. Ik zie althans in mijn straat wel eens een auto staan van een reisorganisatie met de naam Odysseus Travel, vernoemd naar een homerische held die met tientallen metgezellen op reis was, waarvan niemand het overleefde.

Voor degenen die wat meer over Homeros willen weten publiceerde classica en journaliste Caroline Alexander in 2009 The War that Killed Achilles, nu ook beschikbaar in een prettig leesbare vertaling: De oorlog die Achilles het leven kostte. Ze neemt ons mee door de Ilias, vanaf Achilles’ besluit zich uit de Trojaanse Oorlog terug te trekken tot het moment waarop zijn vijand Hektor wordt begraven en zowel de dood van Achilles als de val van Troje onafwendbaar zijn geworden. De schrijfster biedt zo een vlot geschreven en uitgebreid becommentarieerde samenvatting van de oeroude tekst, waarmee dit stuk cultuurgoed (opnieuw) wordt ontsloten.

Ontsloten wordt ook het langzamerhand indrukwekkende, voor het grootste deel in de afgelopen dertig jaar vervaardigde corpus van Grieks-Nederlandse vertalingen: vertaler Jan Braks geeft – en helaas is dat niet vanzelfsprekend – de vele door Alexander aangehaalde Griekse teksten weer in recente Nederlandse overzettingen, zodat je je blij realiseert hoe geweldig veel materiaal de laatste tijd beschikbaar is gekomen voor wie het oud-Grieks niet meester is. Als de klad in de klassieken zit, ligt dat in elk geval niet aan de ijver van onze vertalers.

Evenmin ligt het aan Alexanders gevarieerde presentatie. Ze onderbreekt haar tekst met citaten, in lengte variërend van één of twee zinnen tot zestien pagina’s, zodat de lezer niet alleen de plot en betekenis van de Ilias begrijpt, maar ook de toon en woordkeuze kan proeven. Verder wijdt ze links en rechts uit over bijvoorbeeld de aard van de goden, de oosterse voorgangers van de homerische poëzie of het karakter van deze of gene held. Het duurt echter nooit lang tot ze terugkeert naar de Ilias.

Om te onderstrepen dat Homeros’ poëzie universele thema’s aansnijdt, trekt ze menige parallel met andere culturen. Vooral de 20ste en 21ste eeuw zijn prominent aanwezig: Achilles sleurt het lijk van Hektor achter zijn strijdwagen mee zoals Somaliërs gedode Amerikaanse soldaten achter hun jeeps door de straten van Mogadishu sleepten, de goden verschijnen aan de strijders zoals Britse soldaten in 1914 meenden ruiters over de wolken te zien rijden, Achilles’ moeder Thetis verwerft een wapenrusting voor haar zoon zoals de ouders van Amerikaanse soldaten kogelvrije vesten kochten voor zonen die werden uitgezonden naar Irak.

Alexander haalt het doel dat ze zich stelt: ze ontsluit de Ilias. Bij dit positieve oordeel moet ik echter aantekenen dat ik bevooroordeeld ben, aangezien ik als oudheidkundige haar premissen deel. Het is aannemelijk dat de gemiddelde lezer van deze krant (hoger opgeleid, kritisch) drogrederingen zal zien in Alexanders betoog. In de eerste plaats had ze een representatieve doorsnede van alle menselijke culturen moeten presenteren: wie universaliteit claimt, zal moeten definiëren wat universeel is, want anders zijn de parallellen niet slechts boeiend maar ook vrijblijvend. In de tweede plaats hoorde Alexander aan te geven waarom – of althans in welk opzicht – ze de primitieve homerische samenleving beschouwt als vergelijkbaar met de maatschappij van de 21ste eeuw. (Dit probleem staat bekend als de rechtvaardiging van het comparandum.) Door deze kwesties te negeren is De oorlog die Achilles het leven kostte alleen overtuigend voor wie er al van overtuigd was dat de aristocratische Ilias een boodschap bevat voor mensen uit een egalitaire, postindustriële cultuur.

Een andere opvallende tekortkoming is dat Alexander zich vrijwel uitsluitend baseert op Engelstalige wetenschappelijke publicaties. Duitse vakliteratuur kent ze vooral in Engelse vertaling en het aantal verwijzingen naar Franse literatuur is te tellen op de vingers van één hand. In een boek dat vaak parallellen trekt met moderne oorlogvoering stoort bovendien de afwezigheid van verwijzingen naar de archieven op het internet. Dit zijn geen onschuldige omissies: nu ruim een kwart van het publiek wetenschappelijke conclusies niet langer gelooft, is het meer dan ooit zaak betogen zó te onderbouwen dat er geen voor elke lezer zichtbare gaten in zitten.

Alexander richt zich tot mensen die er al van overtuigd zijn dat de Ilias nog belang heeft. Toevallig ben ik er daar één van en daarom heb ik, ondanks het naargeestige onderwerp, De oorlog die Achilles het leven kostte met plezier gelezen. Ik vermoed dat een groot deel van de lezers van deze krant dit mooie, goed geschreven boek over de tragiek van een oorlog eveneens in het hart zal sluiten. Andere lezers zullen echter op het idee worden gebracht dat de oudheidkunde, als een beoefenaar zulke steken mag laten vallen, wetenschappelijk niet echt meekomt. Ik voor mij sympathiseer met de ene groep, maar erken dat de kritiek van de andere groep hout snijdt.