Facebookmoeheid

Boeken over de ondergang van het avondland en Duitse dissertaties over types als “der Europamüde” en zo voort, die vond ik als puber al kostelijk. Over mensen die hun buik vol hadden van de beschaving. Die walgden van de decadentie en van al de vertakkingen en verfijningen die het West-Europese gedachtegoed voor ze in petto

Boeken over de ondergang van het avondland en Duitse dissertaties over types als “der Europamüde” en zo voort, die vond ik als puber al kostelijk. Over mensen die hun buik vol hadden van de beschaving. Die walgden van de decadentie en van al de vertakkingen en verfijningen die het West-Europese gedachtegoed voor ze in petto had. Moe waren ze van Europa… Moe van het goethedantevondelen… Moe van de vele vele vele intellectuelen.
Prachtige, inktzwarte literatuur was dat. De literatuur van de houtwurm in de antieke ladekast en van de roos die stinkt. De literatuur van het verlangen naar nieuwe bezems die de boel wel eens schoon zouden vegen. De literatuur van het verlangen naar de wildernis.
De laatste tijd kwam er een beetje de klad in die ondergangsstemming. Er leek een misselijke neiging te bestaan naar blijdschap, optimisme en alles-maar-goedvinden.
Gelukkig is er een nieuwe moeheid opgedoken. De facebookmoeheid.
De klassieke krantenlezer heeft daar misschien niet zoveel weet van. Soms heeft de verhouding tussen papieren medium en internet iets weg van Upstairs Downstairs, die treurbuisserie, weet u wel, met meneer en mevrouw de baron op de begane grond en de knechten in de kelder. Er bestond daar heus wel onderling contact - via de butler en de warme maaltijden die moesten worden opgediend - maar toch ging het om twee volkomen gescheiden werelden. Twee planeten onder één dak.
Die klassieke krantenlezer dus even gebriefd: Facebook is een soort olievlek op de computer die iedereen met iedereen probeert te verbinden en vervolgens gevangen te houden. De afzonderlijke elementen heten ‘vrienden’ en de gevangenis is een café zonder sluitingstijd waarin iedere zatlap en heilsagent mag mee-ouwehoeren. Bij elke gespreksflard staat een opgeheven duim getekend en als je daarop drukt geef je te kennen: ‘Dit vind ik leuk.’ Zoals je in het café altijd mensen hebt die verstandig meeknikken of dom meegrijnzen. Meisjes mogen meegiechelen, ook op Facebook.
Nu weer terug naar mijn facebookvrienden en hun facebookwalging.
Hoe roddelzieker je bent hoe meer tijd Facebook je kost. Hoe nieuwsgieriger je bent hoe meer tijd Facebook je kost. Hoe ijdeler je bent hoe meer tijd Facebook je kost. Hoe lamzakkiger je je voelt hoe meer tijd Facebook je kost.
Facebook kost de meeste mensen dus veel tijd.
Ik zelf verlies zeer veel tijd aan Facebook.
Gek, ik zeg nooit: ik verlies veel tijd aan krantenlezen. Nu lees ik steeds minder krant, dat helpt.
Hoogst grappig was onlangs de opmerking van Alexis de Roode die in een statusupdate…
(noot voor klassieke krantenlezers: een statusupdate is een bijdrage aan het vriendengesprek, ook oprisping geheten, boertje, verzuchting, vignet, aforisme, borstklopperij, neuswijsheid, al naar gelang het gehalte en de stemming van de vriend)
… die in een statusupdate schreef dat hij op straat iemand was tegengekomen en die iemand had zijn duim tegen hem opgestoken. Alexis was zich een hoedje geschrokken. Een Utrechtse mededichter voegde daar aan toe dat die dag waarachtig zomaar een vriend bij hem had aangebeld. Een vriend met twee benen en een neus… Ook al schrikken.
Het woord vriendschap is door Facebook onherstelbaar verbeterd.
In het café dat Facebook heet hebben de querulanten, de zeurkousen en de mensen met een bord voor hun kop de langste adem. Maar je ontmoet er ook geinige types, die niet op hun achterhoofd zijn gevallen. Verdwaald, uiteraard, net als jij.
Absorptie en tijdverlies, Facebook vreet je op. Verslaving, rage… een normalisatie is nog lang niet in zicht.
Sommigen geven er helemaal de brui aan. De facebookvermoeide deed zijn intrede.
In de schrijverswereld groeit het besef dat je van de regen in de drup bent geraakt, toen je besloot het café te ruilen voor Facebook. Vorige week deelde Ronald Giphart al zijn vrienden zonder benen en neus mee dat hij het definitief voor gezien hield. Hij ging al zijn vrienden wissen.
Je hoorde een zucht van opluchting. Niet bij de vrienden, bij Ronald Giphart.
Vandaag schreef Menno Wigman dat hij er ernstig over dacht er mee te stoppen. ‘Ik vind er niks meer aan. Ik wil hier weg. Ik moet hier weg.’
‘Schijnt heel veel “nieuwe” tijd op te leveren,’ voegde Joost Zwagerman er aan toe.
Ik kan mijn geluk niet op. De worm is in de appel van Facebook gekropen. We hebben niet alleen het geloof, we hebben nu ook de afvalligen.
Heb niet te veel spijt, jongens, van je verspilde tijd. Denk aan al de boeken die we hebben gelezen, al de gedichten, al de verhalen, al de romans, waarvan ons ook geen lettergreep is bijgebleven.
Het komt nog wel eens goed met de wereld.

    • Gerrit Komrij