Slachtoffers Lockerbie: ondervraag overgelopen Libische minister

De overgelopen Libische minister Moussa Koussa moet worden ondervraagd over zijn rol in de bomaanslag bij Lockerbie. Dat stellen nabestaanden van de slachtoffers van deze aanslag waarbij in 1988 een jumbo-jet in de lucht werd opgeblazen boven het Schotse dorp Lockerbie.

Koussa krijgt geen immuniteit van strafvervolging, heeft minister William Hague (Buitenlandse Zaken) al meegedeeld. Maar er is zorg dat er toch beloftes aan Koussa worden gedaan in ruil voor informatie over Gaddafi en de situatie in Libië. “Elk voordeel dat ons dat geeft moet worden afgezet tegen zijn daden in het verleden”, zei de conservatieve politicus Patrick Mercer tegenover de BBC. “Het feit blijft staan dat als deze man in het verleden misdaden heeft begaan, hij voor de rechter moet worden gebracht.”

‘Verantwoordelijk voor Lockerbie

“Hij was het hoofd van de Libische inlichtingendienst dus als Libië verantwoordelijk is voor het opblazen van vlucht Pan Am 103, dan is de heer Koussa dat ook”, aldus Pamela Dix, zus van een van de slachtoffers van de aanslag tegenover Reuters. “De politie zou hem onmiddellijk moeten ondervragen. Hij zou niet op vrije voeten moeten zijn in dit land.”

Een voormalige Liische agent, Abdel Basset al-Megrahi, kreeg in 2001 levenslang voor de aanslag maar werd in 2009 vrijgelaten door de Schotse regering toen artsen bepaalden dat hij ernstig ziek was. Koussa speelde een belangrijke rol in de vrijlating.

De Britse politie zegt te wachten op een besluit van hogerhand over een eventuele ondervraging.

Pamela Dix zegt dat elke afspraak met Koussa onacceptabel is. “Het zou uitermate verwerpelijk zijn als men deze kans zou laten lopen, alleen maar om iets meer te weten te komen over het Libische regime.” Een andere nabestaande, Jim Swire, vertelde Sky News dat hij “juichte” over de komst van Koussa. “Ik zegt niet dat we dankzij Koussa de medeplichtigheid van Gaddafi zullen kunnen bewijzen, maar het zou ons veel kunnen leren over de omstandigheden waaronder onze geliefden zijn vermoord en dat zijn vragen waarop we een antwoord verdienen.”