Is het erg dat er zoveel leegstaat?

Bankencrisis is een zwaar woord, maar het is duidelijk dat particulieren en vennootschappen die in ‘kansloze’ kantoren hebben geïnvesteerd – vaak met van de banken geleend geld – op korte termijn in de problemen zullen raken. Juist de komende jaren lopen veel leenovereenkomsten in de sector af en herfinanciering kan alleen tegen aanzienlijk minder gunstig voorwaarden of kan, in het ergste geval, gewoon niet. Ruim de helft van de totale waarde van Nederlandse kantoorpanden zou zijn gefinancierd met geld van banken.

Voor eigenaren dreigt een strop, want intussen moeten wel onderhoudskosten en belastingen worden betaald. En leegstand kweekt leegstand: gebieden met een slechte reputatie worden gemeden. Volgens de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed nadert het moment dat eigenaren hun verlies moeten nemen; op zoek moeten naar andere bestemmingen voor hun eigendom (als parkeergarage of studentenflat) of tot slopen moeten overgaan.

Investeren is risico nemen dus eigen schuld, dikke bult, nietwaar? Zeker, maar volgens projectontwikkelaars is er, naast het potentiële risico voor banken, nog een maatschappelijk belang om het probleem serieus te nemen: kantorenterreinen met veel leegstand verloederen steeds meer, terwijl de bouw van nieuwe kantoorpanden onverminderd doorgaat. Er wordt veel ruimte verkwanseld. Bovendien is een kwalitatief hoogwaardige kantorenvoorraad belangrijk voor de internationale concurrentiepositie van Nederland. Maar onderhoud is duur, helemaal als de vooruitzichten slecht zijn.