Methadon voor Europa's verslaafde banken

De hulp van de eurozone voor verslaafde banken mag geen ‘gratis lunch’ worden. De Europese Centrale Bank (ECB) lijkt op het punt te staan langetermijnfinanciering te verstrekken aan kwakkelende crediteuren in de periferiestaten van de eurozone. Dat zou ook de juiste stap zijn. Maar de ECB moet zich ervan verzekeren dat geen misbruik wordt gemaakt van haar vrijgevigheid.

Lang uitgesponnen steun aan in problemen verkerende banken behoort niet tot het takenpakket van de ECB. De voornaamste opdracht van de centrale bank ligt op het terrein van het monetair beleid. De steunoperaties zijn bedoeld om de rente op de korte termijn laag te houden. De ECB verstrekt nu volgens schattingen van Deutsche Bank ongeveer 550 miljard euro aan kredieten aan banken in eurozonelanden. Sommige crediteuren uit de periferiestaten, die geen toegang meer hebben tot de kapitaalmarkten, zijn nu voor hun financiering vrijwel geheel afhankelijk van de ECB.

De ECB wil deze liquiditeitsverstrekking nu normaliseren. Maar het eenvoudigweg dichtdraaien van de kraan zou de crisis in landen als Ierland alleen maar verergeren. De zes binnenlandse banken van dat land hebben 85 miljard euro geleend van de ECB en ook nog eens ruim 50 miljard euro aan noodkredieten ontvangen van de Ierse centrale bank. Als hier op de korte termijn een einde aan zou worden gemaakt, moeten de Ierse banken hun balansen laten krimpen, waardoor de economie verder wordt ondermijnd en de crediteuren tot een uitverkoop van ‘slechte’ bezittingen worden gedwongen. In dit scenario zou zelfs de 35 miljard euro die bij een steunoperatie in november 2010 gereserveerd is voor de herkapitalisering van de Ierse banken niet genoeg kunnen blijken.

Het verlenen van zekerheid aan de banken over hun langetermijnfinanciering zal hen helpen langzamer af te slanken. Maar het gevaar is dat de Ierse banken – of de Griekse en Duitse crediteuren die soortgelijke steun zouden kunnen krijgen – cruciale saneringen op de lange baan zullen schuiven, zolang ze kunnen profiteren van de goedkope kredieten. Als dit te lang doorgaat, kan de geloofwaardigheid van de ECB op het spel komen te staan.

De ECB moet daarom streng zijn. Bij het vervangen van de noodkredieten van de Ierse centrale bank moet zij de Ierse banken een hoge rente opleggen en grote kortingen eisen op de bezittingen die als onderpand worden ingebracht. Vervolgens zou de ECB de banken waarvan zij denkt dat zij te zwaar leunen op haar normale liquiditeitsverstrekking, moeten dwingen geld te lenen op de kapitaalmarkten – of de nieuwe, nog duurdere kredietfaciliteit van de ECB te gebruiken. ECB-haviken zullen dan nog steeds het gevoel hebben dat de centrale bank zich te soepel opstelt. Maar zolang de ECB wil voorkomen dat zij een nieuwe bankencrisis veroorzaakt, lijkt dit de minst slechte optie.

George Hay

Vertaling Menno Grootveld