Onvoldoende voedselvoorraden in EU

De Europese Unie is niet goed voorbereid op plotselinge voedselschaarste als gevolg van calamiteiten. Dit schrijft het Platform Landbouw, Innovatie en Samenleving in een vandaag verschenen rapport. Het Platform vindt dat een „trendbreuk” in het beleid nodig is door voorraden aan te leggen en „niet langer alle kaarten op liberalisering van de landbouw te zetten”.

Het Platform, een onafhankelijk adviesorgaan van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, heeft met de Universiteit Wageningen een aantal ‘stresstests’ uitgevoerd en concludeert daaruit dat er geen goede rampenplannen bestaan in de EU. Er worden ook geen noodvoorraden voedsel en veevoer meer aangelegd. Uit de testen blijkt niet dat de voedselzekerheid van de EU meteen in gevaar zal komen bij rampen. „Wel kunnen de prijzen van vlees en zuivel stijgen met 50 tot 100 procent en zo onbetaalbaar worden voor lage inkomensgroepen”, zegt Wouter van der Weijden, de voorzitter van het Platform.

Als mogelijke calamiteiten tot 2020 noemt het Platform voedselterrorisme, een abrupte klimaatverandering, instorting van de infrastructuur of energievoorziening en faillissementen in de voedselindustrie. „Ik wil geen paniek zaaien, maar Al-Qaeda heeft gedreigd met het moedwillig besmetten van voedsel en dieren in het Westen”, aldus Wouter van der Weijden. „Een biologisch 9/11 is niet ondenkbaar.”

De economische gevolgen bij rampen zijn groot, schat het Platform. „Pas na 5 à 10 jaar zijn productie en prijzen in de landbouw terug op het oude niveau. Intussen kan de economie zijn geschaad door inflatie, hoge kosten en verminderde groei,” aldus Van der Weijden. De onderzoekers zijn het meest bevreesd voor nieuwe dierziektes, de opvolgers of mogelijke nieuwe varianten van mond- en klauwzeer en de gekkekoeienziekte BSE. Van der Weijden: „Aan epidemieën van dierziekten kunnen we het minste doen. De economische schade voor Europa kan oplopen tot tientallen miljarden euro’s.” Het Platform bepleit de aanleg van een grotere voorraad vaccins.

Over de gevaren van kernenergie voor de voedselvoorziening laat het rapport zich niet uit. Van der Weijden: „Wij schrijven over voedselzekerheid, in volumes, niet over voedselveiligheid, waar het nu in Japan om gaat.” De onderzoeker vindt niettemin dat de Japanners hun stresstests niet goed hebben uitgevoerd. „Je moet altijd uitgaan van het slechtst denkbare scenario, zwaar bewolkt en niet half bewolkt en dat hebben ze in Fukushima niet gedaan. Er werd geen rekening gehouden met een zo hoge tsunami.” Het Platform adviseert daarom ook in Europa een stresstest uit te voeren van het landbouw en voedselsysteem, met een mogelijke kernramp als scenario.

In zijn advies aan de regering pleit het Platform voor het aanleggen van graanvoorraden en van braakliggende landbouwgrond, zoals in China, Rusland en India het geval is. De EU heeft enkele jaren geleden deze twee buffers afgeschaft. Ten onrechte stelt Van der Weijden. „Bij schaarste zou de EU voorraden moeten kunnen aanspreken, zodat er niet direct voedsel ingekocht moet worden op de wereldmarkt. Zonder buffers wordt het systeem instabiel.”

De Europese Unie heeft zich ook te afhankelijk gemaakt van de invoer van sojameel, voor veevoer, uit andere werelddelen. De EU moet zelf meer eiwitrijk veevoer produceren, vindt het Platform. Ook zou diermeel, gemaakt van kadavers „onder strikte voorwaarden” weer moeten worden toegelaten in het voer.

Het Platform vindt dat Nederland en de EU zich niet louter moeten richten op de vrije markt, maar ook rekening moeten houden met andere scenario’s. „Zet niet langer alle kaarten op het scenario van liberalisering. Vertrouw niet geheel op de ‘onzichtbare hand’ en het zelfregulerend vermogen van de markt. Dat vermogen is groot, maar kan falen, vooral in de landbouw en zeker bij calamiteiten”, zo schrijven de onderzoekers in hun rapport.