Meer grote namen enminder experiment in de theaters

Het zijn lastige tijden voor theaters. Ze worden getroffen door bezuinigingen en minder bezoek. Daarom kiezen ze voor de ‘grote namen’.

Alphen a/d Rijn, 09-12-2010. Repetitiebeeld van de voorstelling "Moord in de kerststal" tekst Arjan Ederveen m.m.v. Don Duyns, regie Pieter Kramer. Foto Leo van Velzen.
Alphen a/d Rijn, 09-12-2010. Repetitiebeeld van de voorstelling "Moord in de kerststal" tekst Arjan Ederveen m.m.v. Don Duyns, regie Pieter Kramer. Foto Leo van Velzen.

Theater de Maaspoort in Venlo zoekt een nieuwe directeur. „Een commercieel ondernemende en zakelijke ontwikkelaar”, staat er in het functieprofiel. De vorige directeur, Marcel ’t Sas, is in november ‘vrijgesteld van arbeid’ en vertrok eind maart. De Raad van Bestuur wilde het theater een commerciëlere koers laten varen, waar ’t Sas zich niet in kon vinden.

Zelf wil ’t Sas niet ingaan op het conflict. Waarnemend directeurLeon Thommassen ook niet. Het ging financieel niet goed met het theater. Het bezoekersaantal van de Maaspoort liep de afgelopen drie jaar met 17 procent terug. Het theater had in 2010 voor het eerst een ‘fors’ begrotingstekort, groot genoeg om de koers te wijzigen. Zeker nu het theater vanaf 2013 in drie jaar tijd 300.000 euro minder subsidie krijgt van de gemeente. „We gaan 10 procent minder voorstellingen programmeren”, zegt Thommassen. „Ook laten we de programmering beter aansluiten bij de vraag. We kiezen bewust voor meer grote publiekstrekkers dan voorheen. Het aanbod blijft breed, maar het hogere culturele aanbod wordt wat kleiner. Er kwamen steeds minder mensen op af.”

De schouwburg wordt verbouwd en krijgt een Middenzaal, met 350 stoelen of 900 staanplaatsen. De kleine zaal kan dan worden gebruikt voor congressen. Ook de horeca wordt uitgebreid: er komt een entreecafé, een terras voor de deur en een restaurant met terras op de tweede verdieping. Zo moet de Maaspoort weer een plek worden waar de Venlonaren graag naar binnen lopen.

Schouwburgen en theaters verkeren in problemen, vooral de kleinere. Bezoekersaantallen lopen terug en gemeentes geven minder subsidie. Om te overleven moeten de theaters keuzes maken die soms dwars tegen de artistieke ambities indruisen. Een telefonische rondgang leert dat er minder risicovol wordt geprogrammeerd. Voorstellingen van onbekende gezelschappen of met een experimenteel karakter zijn minder in trek. Alle theaters kiezen voor ‘grote namen’ die het publiek al kent, zoals Toneelgroep Amsterdam of bekende cabaretiers. De kleine zaal wordt minder gebruikt, omdat dat weinig oplevert of zelfs geld kost.

Begrotingstekort

Bij De Tamboer in Hoogeveen ging het financieel ook niet goed. Het theater had vorig jaar een begrotingstekort van 100.000 euro, onder meer door tegenvallende kaartverkoop, maar ook doordat er geld nodig was voor het onderhoud van het gebouw. De stoelen in de zaal waren versleten, dat hielp niet mee om publiek te trekken. De gemeente sprong bij, maar wil dit niet nog een keer doen.

Directeur Diederik van Leeuwen legt per 1 april zijn functie neer. Hij is volgens de Raad van Commissarissen „niet meer de juiste man op de juiste plaats”. Maar ook de Raad van Commissarissen zelf stapte op. De vacante zetels worden sinds 1 januari gevuld door gemeenteambtenaren, want de gemeente wil nu meer greep hebben op het financiële reilen en zeilen van het theater.

De Tamboer moet commerciëler gaan opereren. Tris van der Wal, hoofd marketing en communicatie, somt op wat dat betekent: „Meer privégeld zoeken, harder onderhandelen met impresariaten over de contracten, advertentiekosten drukken door mensen op de hoogte te houden via Hyves, Twitter en e-mail, en meer voorstellingen programmeren die een groot publiek trekken. Mooie dingen kunnen pas als je het ergens anders mee kunt betalen.”

Ook bij de Nieuwe Nobelaer in Etten-Leur is een nieuwe directeur aangetreden die forse veranderingen moet bewerkstelligen. Het theater fuseerde 1 januari 2010 met de openbare bibliotheek, het poppodium, de speel-o-theek, het centrum voor de kunst en de muziekschool. De reorganisatie is nog bezig en moet leiden tot een kleinere directie en lagere organisatiekosten. Er zou ook één nieuw gebouw komen, maar de gemeente kende vorig jaar de Nieuwe Nobelaer 1 miljoen euro euro minder subsidie toe, een derde van het totale budget. Om massaontslagen of zelfs sluiting te voorkomen, is de nieuwbouw voorlopig uitgesteld.

In het theater is bezuinigd op de programmering. „Wij moeten downgraden in onze ambities”, zegt Jos Kok, algemeen directeur. „Vorig jaar hadden we 9 procent minder bezoekers. Op de meeste voorstellingen draaien we verlies, zelfs als de zaal volzit. Daarom hebben we het aantal voorstellingen verminderd.”

Het Stadstheater Zoetermeer doet hetzelfde. „Wij hebben dit jaar 250 voorstellingen in plaats van 300”, zegt directeur Peter Voorbraak. „We programmeren ook wat commerciëler. Cabaret is lucratief. Over de kleinere gezelschappen die minder bezoekers trekken moeten we wat langer nadenken. Soms nemen we nog wel een voorstelling af. Maar geen twee. Ook musicals zijn veel minder in trek dan een paar jaar geleden, omdat de kaartjes duur zijn.” De kleine zaal, die nu minder gebruikt wordt voor voorstellingen, wordt verhuurd voor congressen.

Besparen

Volgens Cees Langeveld, directeur van het Chassé Theater in Breda en hoogleraar economie van de podiumkunsten aan de Erasmus Universiteit, kunnen theaters ook besparen door meer samen te werken bij de inkoop van voorstellingen. „Samen kun je scherper onderhandelen met de producenten over de prijzen. Je kunt er dan ook voor zorgen dat de voorstellingen mooi verdeeld worden over het jaar, zodat ze goed op elkaar aansluiten.” Maar die samenwerking ziet hij nog niet veel. Het Chassé Theater voert zelf wel overleg met andere theaters, onder meer met Carré in Amsterdam, Luxor in Rotterdam. „En bij de inkoop van onze voorstellingen kopen wij ook in voor het theater in Oosterhout.” Zo blijft het mogelijk om met minder geld toch goed te programmeren, „met behoud van artistieke kwaliteit”.

De Rotterdamse Schouwburg hoopt ook zoiets te bereiken. „We hebben de hal grondig verbouwd”, vertelt Jan Zoet. „Daar is elke avond iets te beleven: een dansvoorstelling met dj of internetkunst op de mediawand. En je kunt er iets bij drinken. We willen het publiek verleiden binnen te komen, want de programmering had het imago van ontoegankelijk. We gaan niet veiliger programmeren, in de zin van commerciëler.”

Voor grotere schouwburgen biedt de verschraling van het aanbod in de kleinere theaters in het land een kans om zich te profileren. De Stadsschouwburg in Amsterdam biedt „uitsluitend artistiek, gesubsidieerd aanbod”, zegt directeur Melle Daamen. „Voor het commerciële aanbod kunnen mensen terecht in het DeLaMar Theater.” Dat wil niet zeggen dat hij niets heeft gedaan om zijn schouwburg aantrekkelijker te maken voor het publiek. Om „meer reuring” in het gebouw te krijgen ontwikkelde hij het programma ‘expanding theatre’: speciale programma’s buiten de reguliere theaterprogrammering om, zoals lezingen over maatschappelijke onderwerpen en een Sinterklaasgala voor volwassenen. „Dat heeft effect gehad. Ons publiek is verjongd en uitgebreid. Daarmee gaan we in tegen de landelijke trend.”

    • Claudia Kammer