Het onontwarbare kluwen kernenergie

Na de ramp in Japan laait het emotionele debat over kernenergie weer op. Voor- en tegenstanders menen allebei het patent te hebben op de waarheid. En dat duurt voort, zolang het grote verhaal uitblijft.

Nederland moet geen nieuwe kerncentrale bouwen. Vindt Harry Droog, of all people. Droog was van 1993 tot 2001 directeur van EPZ, de eigenaar van de kerncentrale in Borssele. Er worden al zoveel nieuwe gas- en kolencentrales gebouwd, het is niet nodig daar ook nog een kerncentrale bij te zetten. „We hebben al een overcapaciteit aan stroom”, zegt Droog. Nederland moet juist met duurzame energie aan de slag. Het land ligt achterop in Europa. Zet de Noordzee vol met windturbines, bezaai de daken met zonnepanelen!

Als Droog dat al zegt, wie kan er dan nog vóór een kerncentrale zijn?

Maarten Hajer is in ieder geval niet tégen kernenergie. Hij wil kernenergie niet uitsluiten. „Nog niet”, zegt hij. Hajer is directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving in Bilthoven, dat voor de overheid analyses maakt over milieu, natuur, ruimte. De natuur gaat hem aan het hart. De aarde ook. We moeten de klimaatopwarming tegengaan, vindt hij. Nederland kan zijn CO2-uitstoot in veertig jaar tijd terugdringen tot bijna nul. In 2050 kan de polder bijna helemaal op duurzame energie zijn overgeschakeld. Maar voordat het zover is, is Nederland in zijn ogen nog aangewezen op een van twee kwaden: ofwel schone gas- en kolencentrales, ofwel kernenergie. Een van de twee is nog onontbeerlijk. Nog even.

Welk standpunt moet een weldenkend mens innemen over kernenergie? De meningen buitelen over elkaar heen. Zeker nu weer, na de nucleaire ramp in Japan.

De debatten over kernenergie zijn zelden rationeel, zegt Hajer. Ze zijn irrationeel. Emotioneel. Dat kan volgens hem bijna niet anders, want kernenergie raakt aan iets diepers. Hij noemt het „onze waardenoriëntatie”. De ene groep ziet de natuur als iets kwetsbaars. Mensen doen haar nu al te veel kwaad. Omdat ze regenwouden kappen, en daar veevoer verbouwen. Omdat ze de aarde afgrazen naar olie, gas, metalen. Omdat ze radioactief afval in de bodem opslaan. Niet doen dus, kernenergie. De andere groep is minder bezorgd. Die vindt dat mensen de risico’s die aan kernenergie kleven wel aan kunnen gaan. Kernenergie is schoon, en goedkoop. Het afvalprobleem is op termijn oplosbaar. Punt.

Dit zijn twee kampen met eigen principes, kampen die fundamenteel met elkaar van mening verschillen. „En je moet niet denken dat ze hun overtuigingen opgeven”, zegt Hajer.

Is dat zo? Ook niet als deskundigen een afgewogen oordeel geven over kernenergie? Zij moeten kunnen vaststellen of de nieuwe generatie kerncentrales wel of niet veiliger is. Hoeveel uranium er nog exact is. En wat kernenergie precies kost.

Dat is nou net het probleem, zegt politicoloog Rob Hagendijk van de Universiteit van Amsterdam. Over kernenergie bestaat niet één waarheid. „Zoals er ook niet één wetenschap is”, zegt hij. In onze geglobaliseerde wereld worden we overspoeld met kennis. En met deskundigen. Wat de een zegt, bestrijdt een ander. Wie moet je geloven? Tegenover elk voor staat een tegen.

Maar is niet eenvoudig te berekenen wat de risico’s van kernenergie zijn? En hoe duur, of goedkoop, kernenergie precies is?

Dat blijkt lastiger dan het lijkt. Risico’s worden soms niet meegenomen, omdat ze onvoorstelbaar zijn. Wie had ooit gedacht dat twee vliegtuigen zich in de Twin Towers in New York zouden boren? Wie had rekening gehouden met de combinatie van een aardbeving van 9,0 op de schaal van Richter, gevolgd door een tsunami met golven van tien meter hoog, en daarna ontploffingen in een reeks kernreactoren?

Risico’s worden soms ook niet meegenomen, omdat ze helemaal niet bekend zijn. Wie had er voor 1996 van prionen gehoord? Niemand wist dat ze bij koeien BSE kunnen veroorzaken, beter bekend als gekkekoeienziekte en bij mensen de dodelijke ziekte van Creutzfeldt-Jakob.

Dan bestaat er ook nog een groot verschil tussen theorie en praktijk, zegt Hagendijk. Je kunt in theorie wel berekenen dat er een kans is van één in de miljoen jaar dat er in een kerncentrale iets misgaat, maar vervolgens moet de centrale gebouwd, geëxploiteerd en beheerd worden. Een Volkswagen Polo BlueMotion rijdt in theorie 1 op 29, maar in de praktijk 1 op 19. Binnen de theorie zijn de omstandigheden ideaal – een rustig en stabiel rijgedrag, airco en andere accessoires staan uit. In de praktijk verandert dat. Remmen, snel optrekken, de banden niet vol genoeg, radio en airco aan. „Zodra je een technologie in de samenleving brengt, vermenigvuldigt het aantal risico’s”, zegt Hagendijk.

Wat als in de praktijk bijvoorbeeld blijkt dat de eigenaar van een kerncentrale een belabberde veiligheidscultuur heeft, zoals bij het Japanse Tepco het geval is? Hoe reken je dat mee in je risicoanalyse? En wat als het land een lakse toezichthouder heeft, die problemen toedekt?

Uitgerekend die slechte veiligheidscultuur heeft Droog geschokt. Van Tsjernobyl kon je nog denken: dat is Rusland. „Maar Japan is een hightech land waarvan we dachten dat het een strenge veiligheidscultuur heeft”, zegt hij. Als daar al zoiets kan gebeuren, wat zegt dat over Frankrijk, België? „Ik besef nu dat ik alleen kan instaan voor mijn eigen centrale”, zegt Droog, die nog voorzitter is van de externe commissie voor reactorveiligheid in Borssele.

Hij denkt dat Japan grote gevolgen kan hebben voor kernenergie wereldwijd. „Als de maatschappelijke perceptie wordt dat er binnen dertig kilometer van een kerncentrale geen mensen mogen wonen, dan is het in grote delen van de wereld wel gedaan met de technologie.”

Risicoanalyses hebben nog meer gebreken, zegt Hagendijk. „Soms raakt de theorie verdrukt door economische belangen.” China bouwt op het moment 25 nieuwe kerncentrales. Die zijn lang niet allemaal van het nieuwste, veiligere type. Die centrales zijn nog duur. Van de 25 zijn er 14 gebaseerd op bestaande technologie. Iets minder veilig, maar wel goedkoper.

En zo blijkt het ook heel lastig om de precieze kosten van kernenergie te berekenen. Dat hangt af van wat je meetelt. Vorig jaar juni ging in Duitsland de bodem schuiven van een zoutmijn waar 126.000 vaten radioactief afval lagen opgeslagen. De vaten moeten worden overgeheveld. Een eerste kostenraming ging uit van bijna 5 miljard euro. Daar draait de samenleving voor op. Het zit niet in de prijs van atoomstroom verrekend.

Je kunt nog verder gaan. België werd afgelopen november in ernstige verlegenheid gebracht door de illegale export van nucleair materiaal naar Iran. Moet dat niet worden meegeteld? Wat kost het beheersen van het proliferatiegevaar aan diplomatie, inzet van inlichtingendiensten, militaire middelen?

Iemand die zich hierover bijzonder opwindt, is de Duitse socioloog Ulrich Beck. De exploitanten van kerncentrales slagen erin de „restkosten” af te wentelen op de samenleving. En als zich een probleem voordoet, proberen ze de risico’s weg te rationaliseren. Zoals nu in Japan: de combinatie van deze zware aardbeving en heftige tsunami is zeer uitzonderlijk. Of: de kerncentrale was erg oud. Ze proberen een mythe van zekerheid te creëren.

Wat de nucleaire sector volgens Beck niet beseft, is dat ze door die reflex tot rationaliseren meteen de grootste tegenstander van kernenergie zijn. „Als de hoeders van rationaliteit en orde levensgevaren gaan legaliseren, is de duivel los”, schrijft Beck in een essay dat hij naar aanleiding van de kernramp in Japan heeft geschreven.

Volgens Hajer is dat het laatste wat de overheid nu moet doen. De zaak rationaliseren. Alles nog een keer laten door- en uitrekenen. De overheid moet zich realiseren dat in deze discussie twee kampen tegenover elkaar staan die fundamenteel van mening met elkaar verschillen. Het beste wat de overheid volgens Hajer kan doen is een zo samenhangend mogelijk verhaal schetsen over de toekomstige energievoorziening van Nederland. In al zijn complexiteit. Plaats de onderdelen in een context. Doe je dat niet, dan krijg je de ene keer weerstand tegen een windpark in Urk, en de andere keer tegen ondergrondse opslag van CO2 onder Barendrecht. Uiteindelijk kom je geen meter vooruit.

Bovendien, alles is al een keer in kaart gebracht. De Sociaal-Economische Raad gaf in 2007 opdracht aan het Energie Onderzoek Centrum en de Nuclear Research Group – allebei in Petten. Ze moesten de feiten over kernenergie op een rij zetten. Alleen de kale feiten. Fact finding, heette het.

Het rapport werd op 2 oktober gepresenteerd. Aan het eind van het rapport schrijven drie toonaangevende hoogleraren hun reactie. Een vindt het rapport iets te optimistisch, en stelt dat de auteurs er niet altijd in zijn geslaagd „feiten en meningen volledig van elkaar te scheiden”. Een ander vond het rapport iets te negatief. Volgens hem is het „jammer” dat de auteurs in een aantal gevallen „geen keuze hebben gemaakt tussen feiten en fictie”.