Ik word ongelukkig van slokdarmverschroeiende curry’s

Waarschijnlijk is het een probleem dat ik mijn leven lang zal houden: ik heb een zeer onfortuinlijke hand in het kiezen van gerechten in een restaurant. Vergeet de liefde en het spel: geluk in het doorgronden van een menukaart is wat er echt toe doet. Ik ben zo iemand die standaard het verkeerde bestelt. Het

Waarschijnlijk is het een probleem dat ik mijn leven lang zal houden: ik heb een zeer onfortuinlijke hand in het kiezen van gerechten in een restaurant. Vergeet de liefde en het spel: geluk in het doorgronden van een menukaart is wat er echt toe doet. Ik ben zo iemand die standaard het verkeerde bestelt. Het maakt ook niet uit wat ik probeer: mijn tafelgenoot besluit zich aan ‘iets nieuws’ te wagen en bestelt dapper een Slavische duivenpastei, waarop ik met moeite een triomfantelijke glimlach onderdruk: mijn kop tomatensoep zal straks vast een baken van culinaire rust vormen. Om er vervolgens altijd achter te komen dat de tomatensoep een bedroevend kopje aangelengde puree is, terwijl de geur van de pastei mensen aan tafels verderop motiveert om hetzelfde te kiezen.

Vanzelfsprekend werkt het ook andersom: als ik eens iets experimenteels aandurf, bestaat het doorgaans uit dril of zitten er nog verdwaalde klauwtjes aan. Mijn keuze is immer de misser, de het-was-vast-restjesdag-in-de-keuken, de ‘nou ja, gelukkig kun je die garnering wel prima eten, toch?’. Zodra het eten door een ober met een sierlijke zwaai op tafel wordt gezet, kan ik alleen maar verlangend kijken naar het bord van degene tegenover me. (En waar ik ‘verlangend’ zeg bedoel ik ‘hongerig, jaloers en plannen makend voor een gewelddadige overname’.)

Ik loste het probleem weleens op door te vragen of de ander iets voor me wilde bestellen – een gewaagde keus die totale overgave en vertrouwen vergt. De consequentie was wel dat ik me hierdoor een soort leeghoofdige trophy wife voelde, zo iemand die geen eigen beslissingen mag nemen en als ze iets aan haar schatrijke man vraagt altijd als antwoord krijgt: „Sssst, breek jij daar je mooie hoofdje maar niet over. En eet je gegrilde entrecote met bearnaise, daar hou jij van.” Daarna heb ik een tijd gewoon standaard hetzelfde besteld als de ander: „O, wat grappig, dat wil ik ook! Nah, wat zitten wij op één lijn vandaag hè!” Het was een veilige methode, maar het was ook wel erg saai. Bovendien heb ik vrienden die slokdarmverschroeiende curry’s bestellen. Ik word ongelukkig van slokdarmverschroeiende curry’s.

Nu hanteer ik al een tijd een nieuwe en zeer bevredigende methode. Hij gaat zo: „Weet je wát gezellig is? Eten delen. Met zo’n grote kaart zie je altijd wel een paar dingen die je lekker vindt, toch? Inderdaad, haha, die keuzestress van tegenwoordig ook altijd. Nou, dan kiezen we allebei iets en wisselen halverwege ons bord om.” Dit werkt perfect. Onder het mom van gezelligheid spreid ik gewiekst mijn kansen. De mislukte keus is nooit meer alleen mijn lot: er is gedeelde smart. En afhankelijk van hoe goed je de ander kent kun je altijd nog overgaan tot confiscatie van het beste bord. En de ander uiteraard de voortreffelijke garnering gunnen.