De gevaarlijkste isotopen zijn in Japan niet ontsnapt

1 Welke radioactieve stoffen zijn in Japan vrijgekomen?

Bij kernsplijting in kernreactoren ontstaat een hele trits radioactieve stoffen. Normaal zitten die stevig verpakt in de splijtstofstaven. Maar in drie reactoren van Fukushima-1 zijn de splijtstofstaven beschadigd geraakt. Zo konden de stoffen in het koelwater belanden.

Lang niet al die stoffen zijn vervolgens in de omgeving terechtgekomen. Wel is er radioactief besmette stoom ontsnapt. Die heeft gasvormige en vluchtige radioactieve stoffen meegevoerd naar hogere luchtlagen waarna de wind ze heeft verspreid. Zulke stoffen zijn jodium-131, cesium-137, krypton-85 en diverse xenonisotopen. Radioactieve stoffen zoals uranium-235, plutonium-239 en strontium-90 zijn te zwaar om zo te worden meegevoerd. Zeer waarschijnlijk is wél zwaar besmet koel- en bluswater op het terrein van de centrale gelopen.

2 Is het rond de centrale net zo erg als in Tsjernobyl?

Nee. In Tsjernobyl is de reactor ontploft. Daarbij werden uranium, plutonium en strontium wél over de omgeving verspreid. In tegenstelling tot de vluchtige en gasvormige stoffen zenden uranium en plutonium alfastraling uit [zie inzet]. Die geldt als twintig keer schadelijker dan de bèta- en gammastralen die de andere splijtingsproducten uitzenden. Wie uranium of plutonium inademt loopt dus groot gevaar omdat deze stoffen dan later alfastraling in de longen uitzenden en daar voor DNA-schade zorgen. Strontium is gevaarlijk omdat het zich in het beenmerg ophoopt.

3 Hoe komen de radioactieve stoffen in groente en melk?

De vluchtige radioactieve stoffen drijven mee met de wind, komen vaak in wolken terecht en kunnen dan uitregenen op landbouwgrond. Daar plakken ze aan gewassen (sowieso: wassen) en ze worden met het water opgenomen door de gewassen. Of door gras, dat weer in koeienmagen belandt. Zo eindigen ze in melk.

4 Hoe lang blijven die radioactieve stoffen in het milieu?

Dat verschilt. Van al het jodium-131 bijvoorbeeld heeft de helft na acht dagen zijn straling uitgezonden. Het jodium-131 verandert tijdens zulk ‘radioactief verval’ in xenon-131 dat niet radioactief is en ongevaarlijk.

Cesium-137 heeft juist een hele lange halfwaardetijd (de periode waarin de helft van de radioactieve stof vervalt): ruim 30 jaar.

Wat betreft de gassen, die trouwens niet op de bodem belanden: xenonisotopen hebben een halfwaardetijd van een kwartier tot ruim een week. Krypton-85 heeft een lange halfwaardetijd van bijna 11 jaar.

5 Dus over een tijdje zijn water en groenten weer veilig?

Ja, mits er niet teveel van dat langlevende cesium-137 in zit. Het kan dus zijn dat in bepaalde gebieden waar door een samenloop van weersomstandigheden en stoomvorming in de reactoren veel radioactieve stoffen zijn neergeslagen (waaronder cesium-137) lange tijd geen gewassen geteeld kunnen worden.

6 En wat is die bequerel waarover het nu steeds gaat?

De bequerel telt hoeveel straling er per seconde vrijkomt: 1 becquerel betekent dat er in 1 seconde 1 atoomkeer radioactief is vervallen. Vaak wordt gekeken naar becquerel per vierkante meter, dus: hoeveel straling er per seconde van een vierkante meter landbouwgrond vrijkomt. Dat geeft een indicatie voor de besmetting van de bodem.

7 En de sievert?

De sievert is een maat voor de stralingsbelasting van mensen. De sievert brengt al in rekening dat bijvoorbeeld alfastraling in mens en dier meer schade aanricht dan bèta- en gammastraling [zie kader].

Een gemiddelde Nederlander loopt jaarlijks door natuurlijke achtergrondstraling, vliegreizen enzovoorts een dosis van 1,5 tot 2,5 millisievert per jaar op. Een heel ruwe vuistregel is dat elke extra 1000 millisievert zorgt voor 5 procent extra kankergevallen in de bevolking.

8 Nog één keer: waarom lopen kinderen meer risico?

Jodium-131 hoopt zich op in de schildklier. Die is bij kinderen actiever waardoor zich méér jodium ophoopt. Hij is ook kleiner waardoor de straling uit het jodium relatief méér schade aanricht. Ook voor straling van andere bronnen zijn kinderen kwetsbaarder. Straling richt DNA-schade aan. Omdat bij kinderen lichaamscellen sneller delen zijn ze voor die DNA-schade gevoeliger.

Margriet van der Heijden