Tijd dringt voor de NAVO, nog steeds

De Amerikanen willen zich terugtrekken uit de acties tegen Libië. Maar wie neemt hun rol over? NAVO-chef Rasmussen wil wel, maar mag niet van enkele landen. En dus ruziet de NAVO verder.

Het politieke machtsspel op het NAVO-hoofdkwartier duurt nu al zes dagen: wie krijgt de leiding over de luchtacties in Libië en áls de 28 NAVO-landen eindelijk beslissen om mee te doen, wat gaan ze dan precies doen?

Elke dag wordt erover vergaderd. Soms lijkt Frankrijk het sterkst – dat land begon met de aanvallen en wil ook, samen met de VS en Groot-Brittannië, de leiding houden. Maar gisteren leek opeens NAVO-secretaris-generaal Rasmussen aan de winnende hand – hij wil dat zijn bondgenootschap het commando krijgt.

En de tijd dringt. Volgens NAVO-diplomaten had de Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, Ivo Daalder, gistermiddag een belangrijke mededeling voor zijn collega-ambassadeurs: de Amerikanen trekken zich „binnen enkele dagen” terug uit de coalitie met de Britten en de Fransen, die al vanaf afgelopen zaterdag doelen in Libië bombardeert.

Iedereen wist dat die aankondiging vooral bij Frankrijk hard zou aankomen. Was het denkbaar dat de Fransen en de Britten samen verdergingen? De Britten hebben al gezegd een belangrijke rol te zien voor de NAVO. Opeens kwam het heel dichtbij dat de NAVO het commando zou overnemen – zoals Rasmussen wil.

Eergisteren nog hadden de VS en Frankrijk samen een plan bedacht voor de luchtacties in Libië, waarbij de drieledige coalitie de politieke leiding hield, samen met Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten, en de NAVO ondergeschikt zou blijven. In de vergadering van de 28 NAVO-ambassadeurs in Brussel ging dat idee meteen van tafel. De meeste andere NAVO-landen hadden geen zin om mee te betalen aan een militaire operatie waar ze niets over te zeggen hadden.

Het volgende idee was: twee operaties naast elkaar. De coalitie zou doorgaan met het afdwingen van een no-flyzone-plus, met aanvallen op militaire doelen op de grond. En de NAVO zou zich strikt houden aan de plannen die de bondgenoten al hebben goedgekeurd: het luchtruim boven Libië vrij houden om te voorkomen dat Gaddafi bombardementen uitvoert.

Rasmussen had zijn medewerkers op papier laten zetten wat daar de voor- en nadelen van zijn en op welke manier missies naast elkaar uitgevoerd kunnen worden. De Amerikaanse commandant op de vliegbasis in Napels, die ook NAVO-commandant is, zou er op moeten toezien dat er geen conflicten ontstonden. Maar wat als de coalitie opeens echt iets anders wilde dan de NAVO? NAVO-functionarissen noemden het een recipe for disaster – het zou een grote mislukking kunnen worden.

Ze hadden in opdracht van Rasmussen ook contact gezocht met Arabische landen die niet fel tegen de acties in Libië zijn. Die werd gevraagd: is het voor jullie een bezwaar als de NAVO het commando overneemt? Frankrijk noemt landen als Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten steeds als argument om de leiding bij de coalitie te houden. Die landen zouden er een groot probleem mee hebben als het bondgenootschap die zou krijgen.

De secretaris-generaal presenteerde gisteren, dik tevreden, het antwoord dat zijn mensen hadden gekregen: nee, het is in orde als de NAVO de luchtacties leidt. De landen die waren geconsulteerd zeiden wel dat ze scherp zouden opletten. Ze wilden alles wat er gebeurde „per geval” beoordelen.

Het was de wereldpolitiek aan tafel bij de NAVO: diep verdeeld, in wisselende samenstelling van partners, tegenstanders en ondersteuners – met allemaal hun eigen geopolitieke en nationale belangen. Volgens NAVO-diplomaten was het voor Turkije een „belangrijk signaal” dat Arabische landen niet tegen een leidende rol voor de NAVO waren. Turkije was eerder al bereid om, na lange aarzeling, akkoord te gaan met NAVO-betrokkenheid bij de Libië-acties. Maar in de vergadering van gisteren bleek dat vooral de VS méér vragen van de NAVO. Die organisatie zou een de no-flyzone-plus moeten gaan afdwingen, en mogelijk ook gronddoelen aanvallen. De taak die Frankrijk, Groot-Brittannië en de VS tot nu toe op zich hebben genomen.

Dat wil Turkije niet en ook Duitsland verzet zich daar tegen. Dat Duitsland al duidelijk heeft gemaakt dat het niet zal meedoen aan militaire acties in Libië, betekent volgens Duitsland niet dat het niks te zeggen heeft over de NAVO-betrokkenheid. Dus zeggen Duitsers op het NAVO-hoofdkwartier tegen hun collega’s uit andere landen: Wohin geht die Reise? Wat willen we met Libië? Wordt de NAVO partij in een burgeroorlog?

Dat de NAVO nu voor de hele wereld te kijk staat door de besluiteloosheid, vindt Duitsland niet erg, zeggen andere diplomaten. Over militair ingrijpen moet je lang en goed nadenken, vinden de Duitsers. Op het hoofdkwartier in Brussel vergaderen de 28 NAVO-ambassadeurs vanmiddag gewoon weer verder.