In eurozone verliest dominotheorie aanhang

Als Portugal valt zou Spanje volgen, was lange tijd de redenering op de financiële markten. Maar Spanje wordt nu positiever gezien. Dat is een geluk voor de eurozone

De dominotheorie verliest aanhangers. Vorig jaar mocht Portugal koste wat kost geen beroep doen op noodgeld van het Europese stabiliteitsfonds, luidde een veel gehoorde redenering. Het kleine Portugal vormde immers een laatste verdedigingslinie. Als Portugal valt, richten de markten hun pijlen op Spanje. En een Spaanse reddingsactie zou mogelijk te duur zijn om te bekostigen voor Europa.

Spanje en Italië dreigden een paar maanden geleden serieus in de problemen te raken. „Die twee maken de laatste tijd in toenemende mate positieve ontwikkelingen door”, zegt Patrick Dunnewolt, manager bij obligatiebelegger Pimco.

De Spaanse staatsschuld (60 procent van bbp) is niet te vergelijken met Griekse (144 procent) of Portugese (86 procent) schuld. „Vergeleken met Portugal en Griekenland kan de Spaanse economie beter concurreren met de rest van Europa. Spanje hield het exportniveau op peil”, zegt Dunnewolt.

De zwakke Spaanse spaarbanken – caja’s – worden ook aangepakt. De kleine spaarbanken worden gedwongen te fuseren om ze groter en stabieler te maken, zodat ze beter in staat zijn kapitaal op te halen op de markt. Ook worden de banken gedwongen meer kapitaal aan te houden. „Spanje moet op eigen benen kunnen blijven staan”, zegt Dunnewolt.

Economen van kredietbeoordelaar Standard & Poor’s keken deze week hoe Europese landen en banken een nieuwe economische crisis zouden weerstaan. „Wij denken dat de Spanje en Italië het zullen houden, gezien de omvang en de diversiteit van de economieën”, schrijft Jean-Michel Six, de hoofdauteur van het rapport. Wat ook helpt, schrijft S&P, is dat Italiaanse huishoudens en bedrijven relatief weinig schulden hebben. In Spanje en Ierland, waar vastgoedbubbels uiteenspatten, is dat anders.

Het verschil tussen Spanje en Griekenland, Ierland en Portugal wordt ook opgemerkt door financiële markten. De rentes op Portugese staatsobligaties stijgen al maanden, ondanks opkoopacties van de Europese Centrale Bank, en bereikten vanochtend recordhoogtes. Op tienjaars staatsobligaties betaalt Portugal bijna 8 procent rente. De kosten voor Spanje om de staatsschuld te financieren liggen veel lager. Op tienjaars obligaties betaalde Spanje vanochtend een rente van 5,2 procent.

Is de angel dan uit de Europese schuldencrisis? Dat lijkt nog erg voorbarig. De kans dat Griekenland ondanks de steun die het land gekregen heeft aan betalingsverplichtingen niet kan voldoen groeit. Dunnewolt van Pimco: „Griekenland moet 20 jaar lang stevige begrotingsoverschotten presenteren om de staatsschuld weer onder de Europese norm van 60 procent van bbp te brengen.” Dat vergt zulke bezuinigingen dat het politiek nauwelijks haalbaar is. Een herstructurering zou pijnlijk zijn voor bezitters van Griekse staatsobligaties en investeerders in het land. Dit zijn vooral Europese banken en bedrijven.

De kans dat Portugal een beroep doet op Europese noodgeld groeit. Dit zorgt voor onrust op een ongelegen moment. Markten keken al gespannen uit naar de Europese top die vandaag begint. Bovendien verlaagde kredietbeoordelaar Moody's de rating van Spaanse banken. Volgens Moody’s is de Spaanse overheid niet bereid een blanco cheque uit te schrijven aan de Spaanse spaarbanken tijdens het herstructureringsproces. Als gevolg is de kans op faillissement van de cajas toegenomen. Dit soort nieuws maakt beleggers snel nerveus. De dominotheorie kan nog niet helemaal naar de prullebak.