De mooiste vrouw ter wereld

Ze was de laatste ster die nog volledig gevormd is door het studiosysteem.

Filmster Elizabeth Taylor overleed gisteren in een ziekenhuis in Los Angeles.

Ze staat op postzegels van landen waar ze nooit geweest is. Haar wenkbrauwen zijn te bestellen op internet. Ze is een parfum. Elizabeth Taylor was al heel lang geen actrice meer. Het klinkt zelfs ontoereikend om haar een ster te noemen. Feestverlichting? Een zon? Nu is ze dood. Taylor (79) overleed gisteren in een ziekenhuis in Los Angeles.

Taylor is een van de laatste sterren die nog volledig gevormd is door het studiosysteem. Niet per film maar per jaar stond Taylor onder contract bij een van de grote filmfabrieken, MGM, die niet alleen bepaalde in welke film ze werd gestopt, maar ook met wie ze uitging en met wie ze in het nieuws kwam. Het is waarschijnlijk ook een gevolg van dit systeem dat Taylor om haar leven uiteindelijk minstens zo bekend is als om haar werk. Naar verluidt waren er op het hoogtepunt van haar roem, begin jaren zestig, journalisten die de kost konden verdienen door alleen over haar te berichten. Zelfs de paus bemoeide zich met haar liefdesleven. Het feit dat ze als eerste actrice een miljoen dollar verdiende heeft zich bijna losgezongen van de film waarmee ze dat deed, Cleopatra (1963), zoals ook meer mensen zullen weten dat Taylor op de set van deze film Richard Burton ontmoette (hij speelde Marcus Antonius) dan er Cleopatra gezien hebben. Zelfs Taylor wist zich over de film niet zoveel te herinneren. „There were a lot of other things going on.”

Een vrouw zo mooi als Taylor, en volgens velen was zij de mooiste vrouw ter wereld, houdt niet op met mooi zijn als ze de set afstapt. Taylor kon ook zonder filmcamera’s laten zien waar ze goed in was. Zij dankt in ieder geval een deel van haar roem aan haar ogen, haar wenkbrauwen, haar huid, hoe vulgair ze die ook kon versieren.

Elizabeth Taylor (27 februari 1932) had Amerikaanse ouders, maar werd geboren in Londen, waar haar vader een kunsthandel dreef. Zijn mooie dochtertje reed paard en zat op ballet. Vlak voor de oorlog ging het gezin terug naar Amerika. Haar schoonheid moet toen al opvallend zijn geweest. Ze debuteerde in 1942 in There’s One Born Every Minute, een titel die voor Taylor wel heel ongeschikt is. In National Velvet (1944) hield ze zichzelf tegenover Mickey Rooney staande en werd een ster.

Haar eerste echt volwassen rol speelde Taylor in 1951 in A Place in the Sun van George Stevens. Het is een film die over schoonheid nare dingen beweert. Taylor speelt hier een rijk meisje dat verliefd wordt op een arme sloeber, die gespeeld wordt door een man die even mooi is als zij, Montgomery Clift. De film doet net of schoonheid en rijkdom recht op elkaar hebben; wie de close-ups van de kussende Clift en Taylor ziet gelooft bijna dat een moord geoorloofd is om hen bij elkaar te brengen, zeker als een foeilelijke Shelley Winters de sta-in-de-weg is.

De volgende nu nog beroemde film waar Taylor in speelde was vijf jaar en acht rollen later Giant, weer van Stevens, al is die film nu beroemder vanwege James Dean. De film is ook belangrijk voor Taylors tweede carrière. Ze speelde hier voor het eerst samen met Rock Hudson, na wiens dood in 1985 Taylor als eerste ster openlijk over aids sprak. Taylor is nu nog steeds een van de boegbeelden van de strijd tegen deze ziekte.

De late jaren vijftig waren de hoogtijdagen voor Taylor als actrice. Ze speelde onder meer in Raintree County, Cat on a Hot Tin Roof, Suddenly, Last Summer en BUtterfield 8, rollen die allemaal voor een Oscar genomineerd werden. Ze kreeg hem uiteindelijk voor BUtterfield 8, niet omdat ze daar zo goed in was, maar omdat het leven van de ster toen al belangrijker voor haar werk was geworden dan dat werk zelf. Tijdens de opnames van Cleopatra, die in Londen al begonnen waren, kreeg ze een longontsteking, waarvan ze alleen met een spoedoperatie gered kon worden. De eveneens genomineerde Shirley MacLaine schreef later: ‘I lost that Oscar to a tracheotomy.’

Na BUtterfield 8 speelde Taylor meer dan tien jaar lang bijna alleen nog maar in films met Richard Burton, haar vijfde en zesde echtgenoot. Ze kreeg haar tweede Oscar voor Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1966), een rol waarin ze dik en oud leek. Ook Taylor zelf zag deze kijvende furie als bekroning van haar oeuvre. Toch hangt er juist aan de bewondering voor deze rol iets onprettigs. Het is alsof een tennisser met zijn linkerhand moet spelen. Taylor werd pas echt serieus genomen toen ze niet meer benutte waar de natuur haar zo rijk mee bedeeld had.

Na Who’s Afraid heeft Taylor geen goede films meer gemaakt. Schandalen kwamen er ook steeds minder. Toch is haar ster nog lang niet gedoofd. Bij iemand die zo gestraald heeft, gaat dat doven heel erg langzaam.