De Leeuws 'studentenorkest' heeft een imposant volle klank

Codarts Symphony Orchestra en Symfonieorkest van het Koninklijk Conservatorium en diverse koren o.l.v. R. de Leeuw. Arnold Schönberg: Gurrelieder. Geh: 23/3 De Doelen, R’dam. Herh.: 24/3 Eindhoven, 26/3 Den Haag ****

Groot, groter, grootst: wat konden componisten eind negentiende eeuw nog doen om Wagner op zijn eigen terrein te overtreffen? Heel weinig eigenlijk, maar de Gurrelieder van Arnold Schönberg, begonnen in 1900 en voltooid in 1911, zijn een ultieme poging om nog één keer te zwelgen in die immense romantische ‘Sehnsucht’.

Met dirigent Reinbert de Leeuw meegeteld traden er gisteren 356 musici aan: onder meer veertig violen, zestien celli, tien hoorns en een 200-koppig koor. Daar kwamen nog zes solisten bij voor het verhaal over koning Waldemar, wiens liefje Tove wordt vermoord door de koningin. Alle instrumentalisten en een deel van de koorzangers studeren aan de conservatoria van Rotterdam en Den Haag, die de handen ineensloegen voor dit monsterproject.

Voor Schönberg-adept De Leeuw was het een unieke kans om dit zelden uitgevoerde werk te dirigeren. Vanaf zijn door de componist gesigneerde partituur wist hij aan het relatief onervaren orkest een imposant volle klank te ontlokken, en toch ook een opmerkelijke lenigheid, vooral in de orkestrale tussenspelen waarin veel dramatische actie is samengebald. De voorbeeldig gedoseerde opbouw van het geheel culmineerde aan het slot in een stralende en trillende zonsopgang.

De professionele solistencast had het bij al dit geweld niet makkelijk. Vooral tenor Daniel Kirch (koning Waldemar) zong uitstekend, met veel begrip van tekst en met natuurlijker lijnen en meer beheersing dan zijn tegenspeelster, sopraan Melanie Diener (Tove). Beiden verzonken echter geregeld in het mega-orkest.

Van de anderen viel vooral spreker Alexander Oliver op, met een perfect gevoel voor timing en een intonatie, duidelijk vooruitwijzend naar Pierrot Lunaire – één van de werken waarmee Schönberg later te boek zou komen te staan als grote muzikale vernieuwer ná Wagner.