Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Sport

Belgen vinden Nederlanders helemaal niet leuk

Belgen laten nooit merken wat ze echt vinden, is het verwijt van een Nederlandse mediatrainer. Deze echte Hollander twijfelt zelden.

Is er nog een Vlaamse krant of omroep die een echte Hollander nodig heeft? Evert van Wijk, communicatieadviseur en mediatrainer, treedt graag op. Hij woont al bijna twintig jaar in België, is getrouwd met een Vlaamse en je zou dus denken dat hij weet waar hij over praat als hij zegt: „Belgen denken zo: waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?”

Op een debatavond in de Nederlandse ambassade in Brussel, georganiseerd door het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, is hij het middelpunt: de avond heet naar zijn boek, Waarom Belgen niet kunnen voetballen en Nederlanders nooit wereldkampioen worden. De ondertitel luidt ‘over de moeizame samenwerking tussen Belgen en Nederlanders’ en in de zaal weten we het na afloop zeker: als het op een dag wél lukt met de samenwerking, dan komt het niet door Evert van Wijk.

Op het podium zitten ook drie Vlamingen: De Standaard-journalist Steven De Foer die het debat leidt, NRC Handelsblad-redacteur Piet Depuydt en Jan Raes, directeur van het Concertgebouworkest. Niet eerlijk, vindt Van Wijk: één tegen drie. De anderen vinden dat hij voor twee telt. Wij in de zaal denken: minstens drie. Van Wijk, in oranje overhemd, zegt: „Wat ik verkeerd inschatte toen ik hier kwam wonen, is dat Belgen Nederlanders helemaal niet leuk vinden. Maar dat laat u niet merken, want Belgen laten niks merken.”

In zijn boek Tot het Nederlandse Volk schrijft Geert van Istendael dat in Nederland „iemand kwetsen wordt verward met eerlijkheid”. Van Wijk wil ook „alleen maar eerlijk zijn”. Want als je weet hoe je over elkaar denkt, vindt hij, kun je beter met elkaar omgaan. „Zo moeten ouders dat met kinderen ook doen.”

Steven De Foer vraagt of Van Wijk nooit heeft overwogen om zich aan te passen aan de Belgen. „Al was het maar uit zakelijke overwegingen.” Van Wijk zegt dat hij heeft geleerd dat je in zakelijke contacten met Belgen tijd moet nemen „om elkaar te besnuffelen”. „Maar je blijft een Nederlander.”

Van Wijk blijft ook de hele avond eerlijk. Hij zegt dat hij eerst probeerde om opdrachten binnen te halen door in een bedrijf met de communicatiemanager te praten. „Maar die moet dan naar de grote baas, die een vrouw heeft die zegt: ‘Wat moet je met die Hollander? We hebben zelf iemand van onder de kerktoren die mij op mijn rug heeft gekrabd.’”

Jan Raes van het Concertgebouw vertelt hoe goed er in zijn orkest, met 120 spelers en 21 verschillende nationaliteiten, wordt samengewerkt. Samenwerken, zegt hij, gaat ook over empathie en naar elkaar luisteren. „Dat is misschien de reden dat Vlamingen in de culturele wereld hun weg wel weten te vinden.” Eén punt terug voor de Belgen, in de zaal hopen we op méér. Jan Raes zegt dat hij bij Nederlanders veel ambitie voelt die „minder solistisch” is dan in het zuiden. Maar waar hij zich aan ergert: „Hun gebrek aan twijfel.”

De zaal vindt dat drie punten in één keer. „Evert”, vraagt De Foer, „heb jij wel eens last van twijfel?”

Een Vlaming in de zaal zegt dat hij zich ergert aan de oranjegekte bij voetbalkampioenschappen. „Als wij dat doen, zijn we meteen Vlaams-nationalisten.” Van Wijk ziet dat anders: „Wij zijn trots op wat we hebben. Jullie hebben ook veel: bierbrouwerijen, chocoladeproducenten. Maar jullie komen er niet voor uit. Jullie verkopen jezelf niet goed.”

Is er nog een land dat een communicatieadviseur nodig heeft?