Hoge Raad vreest voor ondermijning rechtspraak: 'Tot hier en niet verder'

De trend om het bestuur meer zelf straffen te laten opleggen en de rechter buiten spel te zetten is schadelijk. Door ‘verregaande inperking van het rechterlijk domein komt de rechtsstaat zelf in gevaar’. Dit schrijven de president van de Hoge Raad Geert Corstens en gerechtsauditeur Wouter Limborgh. Volgens hen zijn ‘de grenzen bereikt’. ‘We zijn aangekomen op

De trend om het bestuur meer zelf straffen te laten opleggen en de rechter buiten spel te zetten is schadelijk. Door ‘verregaande inperking van het rechterlijk domein komt de rechtsstaat zelf in gevaar’. Dit schrijven de president van de Hoge Raad Geert Corstens en gerechtsauditeur Wouter Limborgh. Volgens hen zijn ‘de grenzen bereikt’. ‘We zijn aangekomen op een punt waarop moet worden gezegd: tot hier en niet verder´.

Corstens en Limborgh schrijven dit in een artikel in de afscheidsbundel voor raadsheer Jeppe Balkema, die deze maand de strafkamer van de Hoge Raad verlaat wegens pensionering. Als zijn opvolger is door de Tweede Kamer strafrecht hoogleraar Ybo Buruma voorgedragen. In hun hoofdstuk getiteld ‘Inperkingen van het rechterlijk domein’ bekritiseren zij de ‘verregaande opmars’ van het bestuurlijk sanctierecht die zij een bedreiging van de rechtspraak noemen. Daarmee doelen zij vooral op de wet OM-afdoening uit 2008 die per 1 maart alweer wordt uitgebreid. Deze wet maakt het de officier van justitie mogelijk voor overtredingen en misdrijven waarop niet meer dan zes jaar staat zelf straf op te leggen, zonder inmenging van de rechter. De officier mag geen celstraf opleggen, maar wel een boete, een taakstraf, een schadevergoeding voor het slachtoffer, een inbeslagname of het intrekken van het rijbewijs voor maximaal een half jaar. Ook de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Autoriteit Financiele markten mogen op basis van deze wet zelf ‘strafbeschikkingen’ uitspreken. Wie het daar niet mee eens is, kan zijn zaak alsnog laten voorkomen bij de rechter.

De auteurs maken principieel bezwaar tegen de verschuiving van de strafbevoegdheid naar het openbaar bestuur.

,,De strafrechter komt daardoor meer en meer buitenspel te staan. Dit terwijl de strafrechtspleging grote voordelen heeft: er bestaat binnen de strafrechtspleging immers een traditie van zorgvuldige en afgewogen sanctie-oplegging die voor een deel in geschreven en ongeschreven rechtsnormen is vastgelegd en voor een ander deel een kwestie van bejegening en mores is. Binnen een bestuurlijk sanctiestelsel kan die traditie nooit in dezelfde mate groeien. Juist omdat het bestuur de toon zet. En het bestuur is primair uit op een effectieve handhaving. Dat belang staat daar voorop.’

In de rechter komen het belang van de handhaving en van de rechtsbescherming van de burger echter samen. Als dat uit elkaar wordt gehaald en de rechter alleen nog beroepsinstantie is voor straffen van de officier, dan ,,bestaat het risico dat het eerste aspect (handhaving, red) onevenredig veel aandacht krijgt en de rechter in de ogen van de samenleving gaat gelden als degene die alleen het rechtsbeschermingsaspect behartigt. Het beeld van te lankmoedige, ´softe´rechter wordt dan bevestigd, waardoor de positie van de rechter verder onder druk zal komen te staan`.

Dat veel lichte zaken bij de rechter worden weggehouden en administratief worden afgehandeld vinden zij op zichzelf te verdedigen. “Echter, er moet tegen worden gewaakt dat onder het mom van efficiëntie de rol van de rechter in de samenleving wordt ondermijnd. Want door verregaande inperkingen van het rechterlijk domein komt de rechtsstaat zelf in gevaar. Wat betreft de overheveling van bevoegdheden van de rechtspraak naar het bestuur zijn de grenzen bereikt. We zijn aangekomen op een punt waarop moet worden gezegd: tot hier en niet verder.”

Zij menen dat ‘het rechterlijk domein steeds verder onder druk komt te staan’. In de huidige tijd zijn ´de functie en het gezag van de rechtspraak niet meer vanzelfsprekend´. Daarom waarschuwen zij tegen ‘onaanvaarbare inbreuken op het rechterlijk domein’. En: ‘Er moet onverkort worden vastgehouden aan het uitgangspunt dat de mogelijkheid van het opleggen van ingrijpende sancties voorbehouden is aan de rechter’.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

    • Folkert Jensma