'Wij zijn Sarkozy en Obama erg dankbaar'

De rebellen in Benghazi, onder wie studenten, hebben weer moed na de interventie door het Westen. „Stuur geen grondtroepen. We kunnen de klus nu zelf klaren.”

Arleigh Burke-class guided-missile destroyer USS Barry (DDG 52) launches a Tomahawk missile in support of Operation Odyssey Dawn in the Mediterranean Sea in this handout photo taken March 19, 2011. This was one of approximately 110 cruise missiles fired from U.S. and British ships and submarines that targeted about 20 radar and anti-aircraft sites along Libya's Mediterranean coast. Joint Task Force Odyssey Dawn is the U.S. Africa Command task force established to provide operational and tactical command and control of U.S. military forces supporting the international response to the unrest in Libya and enforcement of United Nations Security Council Resolution (UNSCR) 1973. REUTERS/Roderick Eubanks/U.S. Navy photo/Handout (UNITED STATES) FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS
Arleigh Burke-class guided-missile destroyer USS Barry (DDG 52) launches a Tomahawk missile in support of Operation Odyssey Dawn in the Mediterranean Sea in this handout photo taken March 19, 2011. This was one of approximately 110 cruise missiles fired from U.S. and British ships and submarines that targeted about 20 radar and anti-aircraft sites along Libya's Mediterranean coast. Joint Task Force Odyssey Dawn is the U.S. Africa Command task force established to provide operational and tactical command and control of U.S. military forces supporting the international response to the unrest in Libya and enforcement of United Nations Security Council Resolution (UNSCR) 1973. REUTERS/Roderick Eubanks/U.S. Navy photo/Handout (UNITED STATES) FOR EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. THIS IMAGE HAS BEEN SUPPLIED BY A THIRD PARTY. IT IS DISTRIBUTED, EXACTLY AS RECEIVED BY REUTERS, AS A SERVICE TO CLIENTS Reuters

Het kerkhof van Hawari, in het zuiden van Benghazi is bijna vol. Sinds het begin van de opstand tegen Moammar Gaddafi op 17 februari zijn er al twee lange rijen bij gegraven. Het hoogste nummer op de voorlopige grafstenen was zondagochtend 371. En straks 391, wanneer de graven voor 20 slachtoffers van de gevechten van zaterdag toen de troepen van Gaddafi hun aanval tegen rebellenbolwerk Benghazi inzetten zijn dichtgegooid.

Een van die twintig is de 23-jarige Mehdi Osman. Hij deed een masteropleiding business toen hier vorige maand de opstand tegen Gaddafi begon. Osmans vrienden laten hun emoties de vrije loop op de collectieve begrafenis. De 28-jarige Mufteh Salak houdt een lang en vurig betoog voor de honderden omstanders , voordat hij met veel omhaal zijn machinegeweer in de lucht leegschiet.

„Wij zijn geen strijders,” roept hij. „Een maand geleden was ik zelf nog aan het studeren. Ik had nog nooit een machinegeweer aangeraakt.”

De Libische rebellen mogen er dan wel stoer uitzien met hun kalasjnikovs, keffiyehs (hoofddoek) en op de vijand buitgemaakt kaki, maar dit is een oorlog waarin geoefende soldaten strijd leveren tegen studenten, boekhouders en kantoorbedienden.

„Mijn neef werkt voor een reisagentschap,” zegt zakenman Serja Sharkasi, „maar zaterdag heeft hij voor het eerst met een RPG geschoten, en toen zijn auto werd opgeblazen door de soldaten van Gaddafi is hij vijf kilometer naar huis gelopen.”

De begrafenis van gisteren was ook deels een zaak van welgestelde mensen, het soort dat de nieuwste iPhone op zak heeft, zoals de 31-jarige ingenieur Mohammed Shembish.

„De aanval van zaterdagochtend is begonnen hier vlakbij in Tabalino, een rijke buurt van Benghazi. Wellicht dachten ze dat wij ons niet zouden verdedigen, of dat wie geld heeft in Libië hoe dan ook het regime goedgezind is. Maar toen ze in het wilde weg begonnen te schieten, is het een zaak van pure zelfverdediging geworden,” zegt Shembish.

Hij is samen met zijn neef Majed Shembish (31) naar de begrafenis gekomen om de laatste eer te betuigen aan vier buren die zaterdag de dood hebben gevonden in de strijd tegen de troepen van Gaddafi. „Er waren een aantal gewapende ‘shabeeb’ in de wijk,” zegt Majed Shembish, „maar het zijn in de eerste plaats gewone burgers geweest die de aanslag van Gaddafi hebben afgeslagen. We hebben de soldaten bestookt met zelfgemaakte molotovcocktails en alles wat voorradig was.”

Hoe dat kan? „Dat is niet moeilijk,” zegt Mohammed Shembish, „zij vechten voor een verloren zaak, wij vechten voor ons overleven.”

De westerse bombardementen tegen het regime van Gaddafi hebben de Libische rebellen nieuwe hoop gegeven. Dat en de wetenschap dat hun geen andere keuze meer rest dan een gevecht op leven of dood. Gaddafi heeft Benghazi gewaarschuwd: als zijn troepen de stad veroveren zullen ze geen genade tonen.

„Wij zijn Frankrijk en de andere landen heel dankbaar,” zegt Saif Mohammed, een 50-jarige kapitein op de grote vaart, zondagochtend bij het mortuarium van het belangrijkste ziekenhuis. „Met de hulp van het Westen zullen wij de troepen van Gaddafi terugdrijven naar Sirte en helemaal tot in Tripoli.”

„We kunnen de overwinning al ruiken,” valt de 30-jarige ingenieur Ali Fadi hem bij. „En Gaddafi moet niet rekenen op een exit zoals Ben Ali in Tunesië of Mubarak in Egypte. hij zal in Libië sterven.”

Het mortuarium is de plek waar familieleden de slachtoffers identificeren, voordat ze naar het kerkhof gaan. Zondag liggen 34 lijken in lades en op brancards te wachten op identificatie. Achter een deken liggen acht lijken van Gaddafi-soldaten: vier zijn zwarte Afrikanen, van wie twee in uniform en twee in burger. Huurlingen, zegt het personeel.

Lang niet alle slachtoffers aan rebellenzijde komen uit Benghazi. Ahmed Reja, een 30-jarige advocaat uit Derna, komt zijn broer van 37 begraven die zaterdag sneuvelde: „Hij is donderdag met tien vrienden uit Derna naar hier gekomen om Benghazi te helpen verdedigen.” Er liggen nog drie mannen uit Derna.

Voordat de slachtoffers worden begraven, maken ze een verplichte omweg langs het gerechtsgebouw aan de zeepromenade, dat is uitgegroeid tot de symboolplek van de opstand. Hier is de afgelopen weken een tentenkamp ontstaan met een permanente tentoonstelling over de slachtoffers van het regime. Er is zelfs plek gevonden voor een verzameling cartoons over de Libische leider.

In de tent van de werkers in de oliesector beaamt ingenieur Ali Sherif (37) dat de opstandelingen de wanhoop nabij waren voor het Franse bombardement van zaterdagavond. „Veel mensen waren zaterdag vertrokken richting Egypte om hun families in veiligheid te brengen. Maar na het Franse bombardement hebben ze rechtsomkeert gemaakt. Het plaatje is drastisch veranderd.”

Aan het eind van de plechtigheid op het kerkhofzijn overvliegende gevechtsvliegtuigen te horen, op weg naar doelwitten ergens in Libië.

„We zijn Sarkozy en Obama erg dankbaar,” zegt student en rebel Mufteh Salak. Hij voegt eraan toe: „Wij willen onder geen beding buitenlandse troepen op Libische bodem. Met de westerse luchtsteun kunnen wij de klus zelf klaren.”