Waarom schrijf je?

Waarom schrijf je eigenlijk? Het is een vraag die mij zo vaak is gesteld, vooral door matige interviewers, dat ik er op een gegeven moment een standaardantwoord op had bedacht. „Om wijven te versieren natuurlijk.” Lange tijd functioneerde deze dooddoener uitstekend als middel om duidelijk te maken hoe stom de vraag is, totdat een interviewer een snuggere vervolgvraag stelde. „En? Werkt het?”

Vervolgens heb ik de vraag een tijdje beantwoord met een wedervraag. „Ik vraag jou toch ook niet waarom je neukt?” Als de interviewer een vrouw was die mij verlegen maakte, maakte ik er ademhalen van. Niemand beschouwde deze wedervraag als een bevredigend antwoord, dus ben ik er maar weer mee gestopt. Toch zat er een kern van waarheid in.

Schrijven is voor een echte schrijver een instinct, in die zin dat het ondenkbaar is om het niet te doen. Net als ademhalen. Alleen kost het beduidend meer inspanning dan ademhalen en kan het zelfs waarlijk een kwelling zijn. Desondanks schrijft de schrijver, want anders krijgt hij het benauwd en loopt hij blauw aan. Schrijven is ook een vorm van neuken. En niet alleen omdat het na een hoop geploeter soms best bevredigend is.

Het is een manier om de dood te overwinnen. Een gewoon mens maakt een roze baby die zijn naam draagt en die ervoor zorgt dat zijn genen hem overleven. Bijna elke schrijver, of hij het ontkent of niet, schrijft uit de hoop of de illusie dat zijn naam en zijn woorden ook na zijn dood nog op sommige lippen zullen liggen. Daarom snap ik niet dat schrijvers kinderen krijgen. Het één is een substituut voor het ander.

Tot zover het filosofische antwoord. De waarheid is dat schrijven gewoon een beroep is als ieder ander. Alles wat aantrekkelijk leek voordat je begon er je beroep van te maken - de roem, de glamour, de vreugde om jezelf in druk te zien, kaartjes voor het Boekenbal - verdampt al in het begin van je carrière tot een ijdele illusie of op zijn best tot een soms niet onaantrekkelijke bijzaak. Schrijven is een vak, een ambacht, dat tijd en inspanning vergt om onder de knie te krijgen. En uiteindelijk bereik je nooit een punt waarop je kunt zeggen dat je het onder de knie hebt.

Elk boek is hopelijk weer een beetje beter dan het vorige. In ieder geval zorg je dat het goed in elkaar zit. En daar ben je trots op. Net zoals de meubelmaker trots is op zijn vakmanschap. En waarom doe je het? Voor de klant. Net zoals de meubelmaker er bevrediging uit put als de klant blij is met zijn mooi gemaakte kast, is je uiteindelijke motivatie voor het schrijven gelegen in het feit dat er lezers zijn die geïnteresseerd zijn in je boek, er plezier aan beleven en appreciëren dat het goed in elkaar is gezet.

Ilja Leonard Pfeijffer

Is er een vraag die je in deze rubriek beantwoord wilt zien, stuur dan je mail aan: opinext@nrc.nl