Vrijwilliggerswerk leidt tot conflict met fiscus

Veel culturele instellingen gebruiken maar wat graag vrijwilligers. Hun vergoeding levert soms fiscale problemen op. De Kamer bespreekt deze week een regeling.

Vrijwilligers bij culturele instellingen kunnen belastingvrij geld krijgen voor hun werk. Maar veel vrijwilligers vinden dat niet nodig en storten het geld terug. Dat levert ze via de giftenaftrek een profijtelijke aftrekpost op. Dat fiscale voordeeltje kan ook ten goede komen aan de instelling.

Dit alles is echter omgeven met fiscale risico’s, waardoor verscheidene vrijwilligers problemen met de Belastingdienst hebben gekregen. De Tweede Kamer debatteert er deze week over.

Veel organisaties gebruiken vrijwilligers. Als blijk van waardering krijgen die vaak een bescheiden vergoeding. Ook mogen reiskosten, telefoonkosten of postzegels belastingvrij worden vergoed. De autokostenvergoeding mag zelfs kostendekkend zijn, dus hoger dan de 19 cent per kilometer die in vrijwel alle andere situaties de norm is.

Wat zo simpel klinkt, leidde vroeger tot veel papieren rompslomp. Voor de vrijwilliger: bonnetjes bewaren. Voor de instelling: gewerkte uren bijhouden. Daar heeft de Tweede Kamer enkele jaren geleden een eind aan gemaakt. Daardoor kunnen vrijwilligers zonder meer tot 4,50 euro per uur onbelast vergoed krijgen, tot maximaal 150 euro per maand (95 euro bij een bijstandsuitkering) en in totaal niet meer dan 1.500 euro per jaar (764 euro bij bijstand). Bij overschrijding komt de volledige papierwinkel van het werkgeverschap bij de instelling terecht.

De vrijwilliger die het simpel wil houden kan afstand doen van vergoedingen. Maar daarmee kan hij bedrogen uitkomen. Het gevaar schuilt in de zogenoemde ‘vrijwilligersverklaring’ die veel instellingen toesturen. Daar beginnen volgens Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) de problemen: „Ik krijg veel e-mails van vrijwilligers die ondanks de vrijwilligersverklaring in fiscale problemen zijn gekomen. Velen hebben de afgelopen maand een naheffing gekregen over 2008. Dat is wel heel erg laat, dunkt me. En zeker omdat de toetsnormen pas dit jaar openbaar zijn geworden.”

Volgens Omzigt maakt de ene belastinginspecteur problemen over een vrijwilligersverklaring die door de andere inspecteur is goedgekeurd. Omtzigt stelde aan de hand van de e-mails schriftelijke vragen aan de verantwoordelijke staatssecretaris, Frans Weekers (VVD, Financiën). Omtzigt: „In zijn antwoord zijn voor het eerst de normen openbaar geworden die de fiscus voor zijn toetsing gebruikt.” Maar het Kamerlid is nog lang niet tevreden over de fiscale status van de vrijwilligersverklaring. Donderdag gaat hij er in de Kamer over in debat met Weekers.

Duidelijk is al wel dat er grote problemen zijn rond vrijwilligersverklaringen die een zogenoemde doorschenkclausule bevatten. En daar zijn er heel veel van. De verklaring dat de vrijwilliger geld dat hij kon declareren meteen heeft teruggeschonken, mag volgens de staatssecretaris niet zo maar een formaliteit zijn. Je kunt pas iets wegschenken als je het eerst echt in handen hebt gehad, zo redeneert Weekers.

Dat heeft verregaande gevolgen. De instelling mag aan het verstrekken van de vrijwilligersverklaring nooit de voorwaarde verbinden dat de vrijwilliger het geld terugstort. Dan is het geen gulheid uit de grond van het hart en schrapt de fiscus de giftenaftrek. Sterker nog: hij zal de aftrek die misschien al over de afgelopen jaren is toegekend terugvorderen, al dan niet met een boete. Dat geldt ook als de instellingen onvoldoende geld in kas hebben (gehad) om de vergoeding daadwerkelijk uit te betalen. Dan had de vrijwilliger het nooit kunnen opeisen en dus had hij het ook nooit kunnen schenken. Het rode potlood gaat dan door de giftenaftrek.

Het vervelende is volgens Omtzigt dat de vrijwilliger vertrouwt op de vrijwilligersverklaring die hij krijgt. En op het akkoord dat hij van de ene inspecteur heeft gekregen, maar waarover de volgende inspecteur anders denkt. Dit mag de overheid vrijwilligers niet aandoen, vindt het Kamerlid. Hij wil van Weekers de toezegging dat zijn belastinginspecteurs voortaan consequent zijn bij het beoordelen van vrijwilligersverklaringen. „Bovendien mogen vrijwilligers nooit de dupe worden van verklaringen die bijvoorbeeld musea onvoldoende doordacht hebben opgesteld. Ik wil duidelijke toezeggingen van de staatssecretaris vóór de inleverdatum van belastingaangiften op 1 april.”