Succesvolle operatie in Libië, maar het einddoel blijft vaag

1. Wat is

de situatie op dag 3?

Na het openingssalvo van de afgelopen dagen is, zeggen de Amerikanen, het grootste deel van de luchtafweer van Gaddafi uitgeschakeld. De afgelopen nacht werd ook het hoofdkwartier van Gaddafi in Tripoli getroffen, de Bab al-Azizia kazerne. De opstandelingen putten nieuwe moed uit deze wending in de Libische crisis. De eerste fases van het militaire draaiboek lijken succesvol te verlopen.

Het begon zaterdag aan het einde van de dag, na het spoedberaad in Parijs, toen Franse gevechtsvliegtuigen tanks van Gaddafi bij het rebellenbolwerk Benghazi aanvielen. Dat dreigde onder de voet gelopen te worden.

Daarna kwamen de kruisraketten: Amerikaanse en Britse Tomahawks, afgevuurd door schepen en onderzeeboten op commandocentrales en Gaddafi’s luchtverdediging. De fases van het luchtoffensief volgden elkaar in snel tempo op, volgens een bekend patroon. Door de aanval op de ‘strategische doelen’ kregen gevechtsvliegtuigen van de coalitie zo goed als vrij spel in het Libische luchtruim. Ze gingen op jacht naar overgebleven mobiele luchtdoelbatterijen.

De no-flyzone is intussen op zondag officieel van kracht geworden. Van schade aan westerse gevechtsvliegtuigen is niets bekend. Die vliegtuigen kunnen nu, met aanvaardbaar risico, de Gaddafi-getrouwe landmachteenheden aanvallen. Op vliegvelden in de regio zijn inmiddels eenheden aangekomen uit andere landen, zoals uit Spanje, Denemarken en – cruciaal voor de brede coalitie – Qatar.

De opmars van Gaddafi’s troepen naar steden die door opstandelingen waren bezet, is tot stilstand gekomen. Zij zijn weliswaar niet uitgeschakeld, maar geïsoleerd geraakt. Bij de bombardementen is ook een aantal van hun tanks uitgeschakeld.

Rond het middaguur kwamen er berichten dat opstandelingen proberen de stad Ajdabiya te heroveren. Volgens Tripoli zijn 64 mensen omgekomen bij de bombardementen van dit weekeinde. Vanuit de stad Misurata, in het westen, melden opstandelingen dat troepen van Gaddafi burgers uit dorpen in de buurt als schild tegen aanvallen gebruiken.

2. Wat is

het einddoel van de actie?

Moeilijke vraag, waar de meeste politici omheen draaien. De Amerikaanse minister van Buitenlandse zaken Hillary Clinton zei vrijdag dat het doel is zo veel „druk” op Gaddafi uit te oefenen dat hij opstapt, maar dan wel „stap voor stap”. In de VN-resolutie staat er niets over. Die voorziet in een no-flyzone en „alle noodzakelijke maatregelen” om burgers te beschermen. Betekent dat ook actieve steun aan de opstandelingen? Ook dat is een open vraag – Obama heeft vrijdag in ieder geval gezegd dat de VS geen grondtroepen naar Libië zullen sturen.

Woordvoerders van de opstandelingen roepen dat ze het zelf willen doen, Gaddafi ten val willen brengen, maar daarvoor lijken ze op dit moment militair niet sterk genoeg te zijn. De Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague wilde vanmorgen niet antwoorden op de vraag of Gaddafi een doelwit is bij de bombardementen. „Ik ga niet speculeren over de doelwitten. Dat hangt van de omstandigheden af.’’ En als Gaddafi weg is, wat dan? Daarmee komt er niet vanzelf democratie in het in stammen verdeelde Libië. Dat is een van de redenen voor de aarzelende Amerikaanse opstelling.

3. Welke rol

spelen de VS precies?

Washington liep voorop, maar wil zo snel mogelijk het vaandel overdragen – „binnen een paar dagen’’, zei minister van Defensie Robert Gates vannacht. Laat Europese landen nu maar eens de leiding nemen, is de gedachte in Washington. Na Irak en Afghanistan is Amerika oorlogsmoe. De economie krabbelt maar moeizaam overeind. En bovendien: Libië lijkt strategisch gezien niet zo belangrijk voor de VS.

De chefstaf van de Amerikaanse strijdkrachten, admiraal Mullen, benadrukt dat dit „een beperkte missie’’ is. President Obama heeft tot midden vorige week geaarzeld, maar besloot uiteindelijk te luisteren naar adviseurs met goede herinneringen aan de NAVO-interventie in de Balkan en een slecht geweten over de afzijdigheid van het Westen bij het conflict in Rwanda. De ambivalentie van de VS over Libië laat zien dat een nieuw tijdperk aanbreekt: het Westen kan niet automatisch meer rekenen op een Amerikaanse voortrekkersrol in militaire conflictsituaties.

4. En wat

doet de NAVO intussen?

De NAVO vergadert vooralsnog. Het zijn NAVO-lidstaten – de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk– die de aanvallen op Libische doelen uitvoeren. Maar de NAVO als geheel is er nog even niet uit, ondanks lang vergaderen in Brussel.

Want het enthousiasme waarmee de Franse president Nicolas Sarkozy de Libische opstandelingen zegt te willen steunen, wordt in Duitsland en Turkije niet gedeeld. Berlijn worstelt met zijn verleden, met zijn militaire missie in Afghanistan en het vindt deze aanval sowieso riskant.Conclusie: Duitsland verkiest even de zijlijn.

Het andere probleem heet Turkije, het grootste moslimland binnen de NAVO. Sarkozy had de Turkse premier Erdogan niet uitgenodigd voor het spoedberaad zaterdagmiddag in Parijs, en de Grieken wel. Resultaat: Frankrijk loopt binnen de NAVO voor de troepen uit en Turkije hangt aan de rem.

Er zijn ook andere NAVO-lidstaten die vraagtekens zetten bij de voortvarendheid van de eerste bombardementen. Voor de besluitvorming helpt het evenmin dat China, Rusland en de Arabische Liga protest aantekenen omdat de aanvallen verder zouden gaan dan hun bedoeling was – niet alleen Gaddafi heeft het over „een kruistocht”, Poetin gebruikte dezelfde woorden.

Bij de NAVO in Brussel gaat men ervan uit dat de coalitie van Frankrijk, de VS en Groot-Brittannië de NAVO alsnog hard nodig zal hebben, want de NAVO heeft de juiste ‘commando- en controlecentra’, zeker als de Amerikanen zich in een later stadium militair zouden terugtrekken. Vooralsnog is de NAVO het alleen eens over een wapenembargo.

Premier Rutte heeft overigens gezegd dat Nederland bereid is een bijdrage te leveren, maar pas in het kader van een NAVO-missie. Den Haag wacht op een concreet verzoek. Er zijn eventueel F-16’s beschikbaar.

5. Heeft

Gaddafi nog vrienden over?

Behalve de vrouwen en kinderen dan die, zo willen berichten uit Tripoli, in deze moeilijke uren bij hem willen zijn – en tegelijkertijd een burgerschild tegen een eventuele aanslag vormen? Gaddafi zal zijn vrienden vooral in Afrika zoeken. Vele Afrikaanse leiders zijn hem dankbaarheid verschuldigd, en Gaddafi lijkt zeker te zijn van de steun van Robert Mugabe in Zimbabwe en Amadou Toumani Touré in Mali. Hij heeft voor miljarden dollar geïnvesteerd, in een groot aantal landen.

Arabische landen staan niet te juichen. Alleen Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten doen tot nog toe mee. Het geringe enthousiasme laat vooral zien dat veel Arabische leiders zich zorgen maken over hun eigen positie, die al behoorlijk benard is.

Aanval op Libië: pagina 2, 4-9