Pizza en pasta

Ajax-trainer Frank de Boer is niet dol op voetballen om half één op zondagmiddag. Dan is een Ajacied nog niet echt klaar voor het zware werk. Zijn grootste bezwaar is het vroege eten: „Als je om half tien een bord pasta door je mik moet jagen, is dat niet lekker.”

Een pasta door je mik jagen. Waar is de culinaire touch van Ajax gebleven? Italianen wisten niet wat ze hoorden. Hun goddelijke eten laat je even liggen op je tong om de smaakpapillen het werk te laten doen. Zo eet je pasta.

Bij Ajax jagen ze de papardelle eventjes snel door de strot van de selectie. Na een sirene gaat de mik open, kauwen, slikken en klaar. Had ik niet verwacht.

Ajax heeft sinds het verlies gisteren bij ADO Den Haag al vier keer een „halféénwedstrijd” verloren. Opvallend. In Den Haag speelde Ajax braaf, de kracht ontbrak. Het rondspelen ging in een te traag tempo en in de voorhoede liep geen afmaker.

Magen vol witte boterhammen.

Ondertussen maakte Luís Suarez in Liverpool een prachtige goal. De voormalige spits van Ajax is nog net zo gretig als voorheen. Hij vecht zich langs zijn tegenstander en ramt vanaf de achterlijn de bal achter de verbouwereerde keeper.

Suarez speelde op een bedje van rauw vlees.

Boegbeeld van de non-culinaire cultuur bij Ajax is de derde keeper Jeroen Verhoeven. Wegens de pijnlijke duim van doelman Maarten Stekelenburg moet hij in de goal. Verhoeven is, ja hoe zeg je dat netjes, aan de stevige kant. Zoals bij een entrecote zit er een randje vet aan.

Tijdens de wedstrijd tegen ADO riepen de Haagse supporters bij ieder balcontact van Verhoeven „Ohh, pizza!” Ik had te doen met de keeper. Gedegradeerd tot moddervet-etende ballenvanger en dan nog verliezen ook. Verhoeven keek na afloop teleurgesteld, maar over de pizza-aanmoediging was hij vol lof: „Ik kon er wel om lachen. Het was vermakelijk.”

Keepers zijn rare vogels. Ze hebben het lef en het masochistische karakter om sluitpost te durven zijn. Je bent vaker sukkel dan held. Niet te opzichtig zijn en ballen tegenhouden, is het devies.

Bij het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten stond Ed de Goey in het doel van het Nederlands elftal. De Goey had ook een buikje. Al jaren. Hij werd er soms mee gepest. Het kon hem niet schelen. En toch, bij de beroemde, beslissende vrije trap van de Braziliaan Branco in de kwartfinales was de doelman van Oranje een fractie te laat. Hoe zou de keeper naar de hoek gedoken hebben zonder buikje?

Tegen ADO had Verhoeven een paar goede reddingen. Aan het einde van de wedstrijd behoedde hij Ajax aanvankelijk nog voor een nederlaag. Na zijn acties gluurde ik steeds naar zijn zwarte shirt. De buik, daar zat ie. Je wilt er niet naar kijken, maar je doet het toch. Als bij een harige puist in een vrouwengezicht.

Het zou met de komst van Frank de Boer (en Johan Cruijff) allemaal goed komen met Ajax. Nu kop en staart – lees: Suarez en Stekelenburg – uit het elftal zijn weggevallen, is de twijfel alweer terug. Je zou de voetballers willen adviseren om vooral toch eens lekker ontspannen met elkaar uit eten te gaan. Maar dat is na de pasta- en pizzaverhalen van de afgelopen dagen verre van eenvoudig.

Waar en wat moeten Ajacieden eten, en vooral, hoe laat?