Olieprijs moet tot onder $100 kunnen zakken

Het is razend druk aan de trading desks van de oliehandelaren. De markten wegen nu twee tegengestelde risico’s tegen elkaar af: een mogelijk afnemende vraag uit het zwaar getroffen Japan versus een no-flyzone boven Libië en de aanwezigheid van Saoedische troepen in Bahrein. Zolang zich geen gekke ontwikkelingen voordoen, moet het betrekkelijk overvloedige olieaanbod ervoor kunnen zorgen dat de prijs van een vat Brent-olie uiteindelijk weer onder de 100 dollar uitkomt.

De onzekerheid over de ontwikkelingen in Japan bemoeilijkt de prijscalculaties. Als de op twee na grootste olie-importeur ter wereld – met ruim 4 miljoen vaten per dag – is Japan groot genoeg om invloed uit te oefenen op de prijs. Aanvankelijk zal de dorst naar olie van het land toenemen, door de overstap naar op olie draaiende elektrische generatoren ter compensatie van het uitvallen van kerncentrales – zoals ook is gebeurd na de aardbeving van 1995 in Kobe. Als dit wordt gevolgd door een bescheiden groeivertraging, zoals veel economen verwachten, zou er sprake kunnen zijn van een redelijk triviale vermindering van de olieconsumptie. Maar als de nucleaire crisis in Japan verergert en de economie vastloopt, zou de vraag naar olie snel kunnen opdrogen.

Tegelijkertijd is het rationeel als handelaren rekening houden met het ergste in het Midden-Oosten. De interventie van het olierijke Saoedi-Arabië in Bahrein roept het gevaar op van ontwrichtingen in het aanbod, die de olieprijs snel zouden kunnen laten stijgen. De situatie in Libië is ingewikkelder. De aanvoer van olie is daar al grotendeels verstoord. Als de VN-interventie leidt tot een snelle val van het regime van Gaddafi, zou de olieprijs zelfs kunnen dalen. Maar er is ook een risico dat de strijdkrachten van Gaddafi de olie-infrastructuur zullen saboteren, waardoor voor langere tijd capaciteit uit de markt zou verdwijnen.

Toch blijven extreme gebeurtenissen onwaarschijnlijk. Het kan ook geen kwaad erop te wijzen dat kernsplijting en olie voor twee heel verschillende soorten energie zorgen: elektriciteit en transportbrandstof zijn niet zomaar inwisselbaar. En voor degenen die niet over een kristallen bol beschikken, is een blik op de huidige stand van zaken op het gebied van vraag en aanbod geruststellend. Om te beginnen heeft de productieverhoging in Saoedi-Arabië het wegvallen van het Libische aanbod ruimschoots goedgemaakt. Het mondiale overschot bedraagt nu 900.000 vaten per dag, tegen een tekort van 1,6 miljoen vaten aan het begin van 2008. De grote wereldwijde voorraden en de ruime reservecapaciteit van de OPEC-landen zouden ook moeten helpen de gemoederen tot bedaren te brengen.

Handelaren zouden dwaas zijn als ze de risico’s negeren. Maar zolang zich geen onverwachte gebeurtenissen meer voordoen, moet de balans tussen vraag en aanbod in staat zijn de prijzen weer op een soberder niveau te brengen.

Christopher Swann

Vertaling Menno Grootveld