Moammar Gaddafi heeft geen vrienden in de Arabische wereld

Het enthousiasme onder Arabische leiders voor de aanvallen in Libië is, althans publiekelijk, gering. Niet uit sympathie voor Gaddafi, maar uit zorg over hun eigen positie, die toch al benard is.

An injured captured soldier loyal to Libyan leader Moammar Gadhafi is interrogated by a rebel soldier at the Jalaa hospital in Benghazi, eastern Libya, Saturday, March 19, 2011. In the hours before the no-fly zone over Libya went into effect, Gadhafi sent warplanes, tanks and troops into Benghazi, the rebel capital and first city to fall to the rebellion that began Feb. 15. Then the government attacks appeared to go silent. (AP Photo/Anja Niedringhaus)
An injured captured soldier loyal to Libyan leader Moammar Gadhafi is interrogated by a rebel soldier at the Jalaa hospital in Benghazi, eastern Libya, Saturday, March 19, 2011. In the hours before the no-fly zone over Libya went into effect, Gadhafi sent warplanes, tanks and troops into Benghazi, the rebel capital and first city to fall to the rebellion that began Feb. 15. Then the government attacks appeared to go silent. (AP Photo/Anja Niedringhaus) AP

Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten verzorgen het Arabische aandeel in de verder tot het Westen beperkte militaire operaties tegen de Libische leider Moammar Gaddafi. „Omdat het noodzakelijk is dat Arabische landen meedoen”, zei de Qatarese premier, sjeik Hamad bin-Jasim bin Jabr al-Thani. Maar het enthousiasme onder Arabische leiders voor de aanvallen is, althans publiekelijk, zeer gering. Niet uit sympathie voor Gaddafi, maar uit zorg over hun eigen positie die al behoorlijk benard is.

Steun van de Arabische Liga voor een vliegverbod boven Libië was vorige week een belangrijke voorwaarde voor de Europese Unie en de Verenigde Staten voor de afkondiging van het vliegverbod door de VN-Veiligheidsraad.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, zei dat de Arabische oproep een „doorslaggevende verandering” had gebracht in het internationale denken. „De oproep van de Arabische Liga tot militaire actie om burgers in Libië te beschermen, tegen een lid van de Arabische Liga, was een buitengewone uitdrukking van leiderschap en werkelijke overtuiging”, zei Clinton. „Dat heeft het denken van veel mensen veranderd.”

De tekst van de oproep van de Arabische Liga is niet officieel bekendgemaakt. Maar wat de Egyptische secretaris-generaal, Amr Moussa, er ruim een week geleden van maakte was lang niet zo krachtig als Clinton suggereerde. Moussa zei dat de Arabische Liga de no-flyzone zag als humanitaire maatregel om Libische burgers te beschermen, niet als een buitenlandse militaire interventie.

Nadat westerse luchtmachten daadwerkelijk in actie waren gekomen, zwakte Amr Moussa gisteren de Arabische steun verder af. De Arabieren, zei hij, willen geen aanvallen door westerse mogendheden die burgers het leven kosten. „Wat er in Libië gebeurt verschilt van de officiële doelstelling van de afkondiging van een no-flyzone. Wat we willen is de bescherming van burgers, en niet bombardementen op meer burgers.”

Hij voegde eraan toe een spoedzitting van de Arabische Liga bijeen te roepen om de situatie te bespreken.

Het is geen verrassing dat Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten bereid zijn aan de militaire campagne mee te doen (hoewel de rol van de VAE nog niet door het land zelf maar door de Samenwerkingsraad van de Golf is bekendgemaakt). Het zijn de enige Arabische landen die niet toneel zijn geweest van betogingen tegen het regime. In deze superrijke olielanden zijn het niet zozeer de eigen burgers als wel de miljoenen gastarbeiders die worden afgeknepen.

Alle andere regimes zitten in meerdere of mindere mate tussen twee vuren. Moammar Gaddafi heeft geen enkele vriend in de Arabische wereld. Iedereen heeft te maken gehad met door de Libische leider betaalde complotten – in 2003 verbrak de Saoedische regering nog de betrekkingen met Libië na beschuldigingen dat Gaddafi een complot had georganiseerd om de toenmalige kroonprins Abdullah te vermoorden. De zaak is nooit bijgelegd.

De publieke opinie in de Arabische wereld is volgens waarnemers ter plaatse op dit moment voorstander van steun voor de Libische rebellen, zolang geen burgers de dupe worden. Maar verschillende Arabische kranten publiceerden de afgelopen dagen al kritische artikelen over de aanvallen op Libië, waarbij onder andere de Libische olie in het geding zou zijn. De Tunesische krant Essabah bijvoorbeeld schreef dat „de oorlog in werkelijkheid over olie gaat. Het Libische volk heeft er niets mee te maken.”

Andere Arabische kranten wezen erop dat het Westen wel Gaddafi de oorlog heeft verklaard, maar de olierijke bondgenoten in het Golfgebied ongemoeid laat. Het is ook opgevallen dat de Amerikaanse regering geen veroordeling heeft uitgesproken over het zenden van troepen uit Saoedi-Arabië en de Emiraten om de pro-democratische betogers in Bahrein naar huis te helpen sturen.

Een belangrijke reden voor Arabische leiders om in de Arabische Liga hun steun te verklaren voor een no-flyzone was dat zij die westerse steun niet op het spel willen zetten. Aan de andere kant zou een eventuele overwinning voor de Libische rebellen hun eigen opstandige opposities meer moed geven, juist op een moment waarop zij zelf met miljarden dollars (de Saoedische koning) of politieke hervormingen (de koning van Marokko) of scherpschutters (de president van Jemen) aan de macht proberen te blijven.

Daarom zwijgen de meeste Arabische leiders nu.