Markten blijven volatiel na Japan en Libië

Weinig bedrijfsnieuws op de agenda deze week. Europese macrocijfers kunnen een indruk geven van de gevolgen van hogere olieprijzen.

Actuele gebeurtenissen winnen het deze week waarschijnlijk van bedrijfsnieuws.

Er zijn wel cijfers van enkele grote bedrijven. Research in Motion, de Canadese producten van Blackberry’s, maakt de resultaten over het vierde kwartaal bekend. Metro, het moederbedrijf van MediaMarkt, presenteert morgen de jaarcijfers, net als de Italiaanse bank UniCredit.

De kans is groot dat de nasleep van de rampen in Japan en de onrust in het Midden-Oosten blijven domineren. Bedrijven wereldwijd kampen nog steeds met productieproblemen. Zo maakte het Amerikaanse General Motors eind vorige week bekend de productie in een fabriek in Louisiana stil te leggen. Ook in Duitsland en Spanje schroefde het autobedrijf de productie terug.

Deze week zullen bedrijven meer duidelijkheid krijgen over de gevolgen van de rampen in Japan. Hoe erg hun productie verstoord wordt, hangt af van de situatie in Japan. Vorige week kampten bedrijven vooral met de vrees dat hun productieproces verstoord zou worden. Voorraden beginnen te slinken en deze week zullen meer bedrijven waarschijnlijk productieproblemen melden. Hoe sneller de stroomvoorziening in Japan hersteld wordt, hoe sneller fabrieken cruciale onderdelen voor GM, Boeing, Samsung en Apple kunnen maken. Tot die tijd geldt de uitspraak van een analist van de onderzoeksclub Center for Automotive Research: „Met 97 procent van de onderdelen kan je geen auto bouwen.”

Na het militair ingrijpen van het Westen in Libië staat de olieprijs weer onder druk en dat zal deze week waarschijnlijk niet minder worden. Het regime van Gadaffi zal niet snel opgeven, schrijven economen van Capital Economics in een rapport. Als de Libische olieproductie lang hinder ondervindt, kan dit de olieprijs opdrijven, aldus Capital Economics. Een prijs van 140 dollar per vat is volgens de economen goed mogelijk.

Markten vrezen de invloed van een hoge olieprijs op de economie en dat leidt tot onrust. De Vix-index, een graadmeter die de beweeglijkheid van Amerikaanse koersen meet en daarom bekend staat als de angstindex, steeg vorige week woensdag tot het hoogste niveau sinds vorig jaar juli. Donderdag en vrijdag liep de Vix weliswaar iets terug. Toch is de kans groot dat koersen deze week weer volatiel zullen zijn en snel reageren op nieuws uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Deze week zal blijken of een hogere olieprijs de economie al beïnvloedt. Dinsdag worden in Groot-Brittannië consumentenprijzen over februari bekendgemaakt. In januari lagen prijzen 4 procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. De verwachting is dat prijzen deze maand 4,2 procent hoger zullen liggen, mede als gevolg van de hogere olieprijs.

Vrijdag komt het Duitse onderzoeksinstituut Ifo met nieuwe cijfers over hoe Duitse bedrijven de economie zien. Vorige maand bereikte de index een recordniveau. Nog nooit sinds de hereniging van Duitsland waren bedrijven zo positief over de economische vooruitzichten. Analisten verwachten dat de bedrijven deze keer iets somberder zullen zijn met als gevolg dat de index zal dalen. Een hoge olieprijs en de nasleep van de rampen in Japan kunnen zomaar het humeur van Duitse managers drukken. Donderdag wordt de Europese inkoopmanagersindex. Ook dan zal blijken of bedrijven de afgelopen maand negatiever zijn geworden over de stand van de economie.

Aan het einde van de week komt de eurocrisis weer in de schijnwerper. Donderdag en vrijdag komen staatshoofden en regeringsleiders in Brussel bijeen. De inzet van de top is een alomvattend plan te presenteren hoe de huidige crisis aangepakt kan worden via het noodfonds en hoe toekomstige crises voorkomen kunnen worden. De rentes op staatsobligaties van probleemlanden als Griekenland en Spanje kunnen een indicatie bieden hoe de markten de plannen ontvangen.