Libië brandt terwijl het avondland kwijnt

In zijn weblog betoont scheidend hoofdredacteur van NOS Nieuws Hans Laroes zich uiterst tevreden over de manier waarop zijn mensen de oorlog in Libië en de Japanse kerncrisis verslaan. Er zijn overdag veel extra bulletins van het NOS Journaal maar ’s avonds valt het me een beetje tegen, omdat de gewone programmering nauwelijks aangepast wordt. In vergelijking met de nieuwszenders Al Jazeera en CNN en de liveblogs van NOS en deze krant, is het moeilijk om via de Nederlandse televisie het gevoel te krijgen dat er iets bijzonders aan de hand is.

De gewone nieuwsrubrieken draaien op volle toeren, maar hebben nauwelijks meer aandacht voor het binnenland. Daardoor is het debat dat Kamerlid Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) deze week aanzwengelde, over de scheiding tussen Kerk en Staat en het verbieden van hoofddoekjes en keppeltjes voor loketambtenaren, op televisie nog nauwelijks besproken. Alleen in De halve maan (NTR) werd er hartstochtelijk over gediscussieerd.

Maar misschien is de kwaliteit van televisie ook eerder het vermogen om nieuwsfeiten van een context te voorzien. Een excellent voorbeeld waren de twee laatste afleveringen van de twaalfdelige documentaireserie De weg naar het Avondland (VPRO/Canvas).

Op zijn reis van Afrika via het Midden-Oosten en de Kaukasus naar Antwerpen deed Jan Leyers verrassende inzichten op in Oekraïne, Polen, Duitsland en Rotterdam. Waarom zijn Duitsers zo fel tegen kernenergie? Krijgt Oswald Spengler gelijk met zijn in 1918 gepubliceerde De ondergang van het Avondland, dat onze cultuur geen verdere vooruitgang meer zal boeken? En vormde de scheiding tussen Kerk en Staat de belangrijkste verklaring voor de West-Europese culturele, politieke en economische hegemonie?

Dat laatste is een stelling van een historicus die Leyers in het Oekraïense Lviv ontmoet. De tegenstelling tussen paus en keizer zou de grondslag zijn geweest voor concurrentie tussen stadstaten en dus voor een burgerlijke samenleving die elders in de wereld ontbrak.

In Berlijn treft Leyers een oudere dame die al haar hele leven actie voert. In een levende ketting tegen kernenergie bekent zij, evenals haar vriendin, altijd te zijn voortgedreven door schaamte over het nazisme van haar ouders: „Ik was het liefst met een Afrikaanse Jood getrouwd, maar die kon ik niet vinden, dus werd het een gewone Afrikaan.”

Ook Leyers dweept sinds zijn vertrek uit Addis Abeba met iets wat hij niet goed kan benoemen en wat wij Europeanen zouden zijn kwijtgeraakt. Je vindt het nog in Afrika, de Arabische wereld en in oostelijk Europa,een vorm van medemenselijkheid en echtheid.

In Benghazi wordt daar nu anders over gedacht, en ook in Rotterdam, volgens Leyers de bakermat van „een nieuw rechts discours”.