Legertop Jemen loopt over, bewind wankelt

De positie van de Jemenitische president Ali Abdullah Saleh is vandaag ernstig verzwakt door het overlopen van de machtige generaal Ali Mohsen al-Ahmar naar het kamp van de oppositie. Ook twee andere hoge militairen besloten de kant te kiezen van de tegenstanders van het bewind van de president, die al 32 jaar aan het bewind is.

Vooral het overlopen van Ali Mohsen, die tot dezelfde Hashed-stam behoort als Saleh, is een slag voor de president. De president poogt al wekenlang zich staande te houden ondanks steeds aanzwellende protesten van zowel jongeren, geestelijke leiders en oude tribale tegenstanders.

„We kondigen aan dat we de jongeren die op het Universiteitsplein betogen steunen en beschermen”, aldus generaal Ali Mohsen, bevelhebber van onder meer een gepantserde divisie, vanmorgen in een verklaring op de televisie.

De generaal zette zijn verklaring kracht bij door ook tanks te posteren rond het plein, waar de demonstraties plaatshebben. Het is nog niet duidelijk of dit het einde van Saleh's bewind betekent. Het leger gold als het laatste belangrijke machtscentrum dat hem nog steunde.

Ali Mohsen staat bekend als een man die nauwe contacten onderhoudt met lokale moslimextremisten, ook met het terroristennetwerk Al Qaeda. In de jaren ’90 hielp Ali Mohsen Saleh een hernieuwde afscheidingspoging van Zuid-Jemen met geweld de kop in te drukken.

Als het het huidige regime uitkomt, zo heeft het bewezen, deinst het er ook niet voor terug het op een akkoordje te gooien met zulke extremisten.

Gisteren hadden ook andere vertegenwoordigers van de Hashed-stam na intern beraad al laten weten dat ze geen vertrouwen meer hadden in president Saleh.

President Saleh ontsloeg gisteren zijn gehele kabinet, volgens sommige berichten toen dit op het punt stond zelf op te stappen. Op veel plaatsen in het land werden er ook op grote schaal protestdemonstraties gehouden, waarbij mensen hun afschuw uitschreeuwden over het doden van enige tientallen deelnemers aan een betoging in de hoofdstad Sanaa op vrijdag. (AP, AFP, Reuters)