Knapen straft Burkina Faso, dat exact doet wat wij willen

Staatssecretaris Knapen wil de jaarlijkse bijdrage van 43 miljoen euro aan Burkina Faso intrekken. Dat is vreemd, want dat land deed alles precies zoals wij wilden, stelt Freek Warmelink.

De voorstellen van staatssecretaris Knapen (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) over een nieuwe invulling van het ontwikkelingsbeleid zijn onbegrijpelijk. Hoe is het uit te leggen dat Nederland de jaarlijkse bijdrage van 43 miljoen euro aan Burkina Faso intrekt? Dit land, een van de armste ter wereld, ontving jarenlang ontwikkelingshulp uit Nederland, maar is volgens Knapen van te weinig waarde voor het Nederlandse bedrijfsleven.

U leest het goed. In de toekomst wordt alleen ontwikkelingshulp gegeven als dit de zelfwerkzaamheid en de economische groei van het land versterkt en het Nederlandse bedrijfsleven hierin een rol kan spelen. Over een jaar of wat moeten ook Henk en Ingrid hier beter van worden, denk je dan snel.

Burkina Faso, het voormalige Opper-Volta, is zeven keer zo groot als Nederland. Het telt ongeveer 15 miljoen inwoners. De meeste inwoners moeten rondkomen van minder dan 75 eurocent per dag. De politiek is stabiel. Etnische spanningen kent het land niet. Het West-Afrikaanse Sahelland zet alles op alles om zich te ontwikkelen. Het volgt de adviezen op van de Nederlandse regering, de Verenigde Naties en de Wereldbank. Het land houdt verkiezingen. De pers is vrij. Onlangs heeft het land complimenten gekregen van de VN voor het naleven van mensenrechten en de bestrijding van corruptie. Een rapport van de Nederlandse Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) noemt Burkina Faso zelfs als voorbeeld voor andere landen.

Burkina Faso heeft in het verleden, in overleg met en op advies van de Nederlandse regering, ervoor gekozen om het ontwikkelingsgeld te besteden aan de twee voor dit land meest essentiële zaken – scholing en gezondheidszorg. De ontwikkelingshulp van andere landen werd gebruikt voor landbouw, irrigatie en waterprojecten.

Dat was een verkeerde keuze en een slecht advies, blijkt nu. Educatie en gezondheidszorg voldoen niet aan zelfwerkzaamheid en economische groei. Ook kan het Nederlandse bedrijfsleven hierbij geen garen spinnen.

Aan mij is de ondankbare taak om dat uit te leggen aan de mensen in Burkina Faso. „Sorry, het is gewoon domme pech. Jullie hebben decennialang keurig gedaan wat wij van jullie verwachtten, maar Nederland heeft besloten om tijdens het spel de spelregels te veranderen. Dat komt nu even beter uit. Als je maar lang genoeg op school zit, leer je dit soort dingen vanzelf.”

Burkina Faso heeft elke cent van het Nederlandse ontwikkelingsgeld besteed aan onderwijs en gezondheidszorg. Met dank aan Nederland gaat inmiddels meer dan 75 procent van de jeugd naar de basisschool. In 1990 was dat 30 procent. In 2012, was de verwachting, zou elk kind de basisschool bezoeken. Het analfabetisme onder ouderen is levensgroot. In 1994 was 82 procent van de volwassen bevolking analfabeet. Inmiddels kan, dankzij het Nederlandse ontwikkelingsgeld, ruim 30 procent van hen lezen en schrijven.

Van de Nederlandse gezondheidshulp gaat 80 procent naar de ‘reproductieve gezondheidzorg’ in Burkina. Het gaat om seksuele reproductieve gezondheid, rechten van moeders en kinderen, programma’s in de strijd tegen hiv en aids, gedwongen huwelijken, meisjesbesnijdenissen, tienerzwangerschappen en soa’s. Als Nederland met deze hulp ophoudt, zou dat een grote ramp zijn.

Burkina Faso heeft Nederland hard nodig. Dan druk ik mij voorzichtig uit. Ons land heeft een lange, diepgaande, historische ontwikkelingsrelatie met Burkina Faso. Dat kan niet zomaar ophouden. Menselijk is het niet uit te leggen en economisch evenmin. We laten jarenlange investeringen in geld, mensen en kapitaal verdampen voordat de vruchten kunnen worden geplukt, allemaal omdat het Nederlands bedrijfsleven niet wijzer wordt van dit soort ontwikkelingshulp – onderwijs en gezondheidszorg. Ik dacht altijd dat het vooral de inwoners van Burkina waren die wijzer moesten worden van onze ontwikkelingshulp.

Ik doe een beroep op staatssecretaris Knapen en de rest van het kabinet om Nederlandse investeringen in het onderwijs en de gezondheidszorg van Burkina Faso voort te zetten.

Freek Warmelink is honorair consul van Burkina Faso.