Ik ben rood, dus ik besta

Aan roodharigen worden allerlei bijzondere kwaliteiten toegedicht.

Hoe is het om roodharig te zijn? Het maakt trots, want je hoort bij een minderheid.

Gepantserde wagens denderen in het vroege ochtendlicht door de stad. Ze stoppen voor een flat. Een tot de tanden bewapend arrestatieteam stormt naar binnen. Ze halen een woning overhoop, lichten een echtpaar van het bed, knuppelen de man tegen de grond.

Dan vinden ze wat ze zoeken: de zoon, een roodharige puber. Ze sleuren hem mee naar buiten en smijten hem in een getraliede bus die vol blijkt te zitten met roodharige jongens. De jongens worden de stad uit gereden en losgelaten in een open veld. Daar zetten ze het op een lopen. Tevergeefs. Ze worden stuk voor stuk aan flarden geschoten.

Deze videoclip, die hoort bij het nummer Born Free van de Brits-Sri Lankese zangeres M.I.A., roept een verwarrende mengeling van emoties bij me op. De schok die het zien van zo’n systematisch georganiseerde massaslachting oproept is bekend. Mijn eerste keer was toen ik een speelfilm over de jodenvervolging zag waarin de gruwelijkheden sec in beeld werden gebracht – ik was zeven en de oppas lette even niet op. Ook in deze film zat trouwens een scène waarin vluchtende mensen in hun rug werden geschoten.

Later huilde ik mijn ogen uit mijn hoofd bij Schindler’s List, en ook Disneys 101 Dalmatiërs herinner ik me als een nachtmerrieachtige kijkervaring – weer werd een groep met de dood bedreigd vanwege een overeenkomstig kenmerk: hun unieke gestipte vacht.

Ik ben geen jood, geen neger, geen zigeuner en geen homoseksueel. Maar ik ben rood waardoor men ook mij, onbewust, bepaalde persoonlijkheidstrekken toedicht, een fel karakter bijvoorbeeld. Een kenmerk wordt nu eenmaal veelzeggend gevonden wanneer het afwijkt van de norm, of het nu om religie, seksuele geaardheid of uiterlijk gaat. Anything goes, eigenlijk, zolang het maar onderscheidend is. Dat is wat de clip laat zien: daarin wordt een (hyperrealistische) werkelijkheid verbeeld waarin nu toevallig roodharigheid uitgeroeid dient te worden. En dat zorgt ervoor dat ik mijn haren opeens voel branden op mijn hoofd.

Ik ben niet uniek in die instant- identificatie. Mensen hebben de neiging zich tot een bepaalde groep te rekenen wanneer de context daarom vraagt. In een beroemd experiment van een Amerikaanse lerares, Jane Elliot, werden scholieren (8 en 9 jaar) in twee groepen verdeeld op basis van de kleur van hun ogen: de bruinogigen en de blauwogigen. Er werd hen verteld dat mensen met bruine ogen beter en intelligenter zijn en dat ze daarom bepaalde voorrechten hebben. Mensen met blauwe ogen werden achtergesteld: ze waren dommer en slechter. Binnen een paar uur was de klas van een hechte en coöperatieve groep veranderd in een microkosmos van een verdeelde maatschappij: de kinderen met bruine ogen wilden niet met de blauwogigen spelen, lachten hen uit, klikten over hen, bedachten nieuwe straffen en begonnen met ze te vechten.

Wat me opviel bij het zien van de roodharigenrazzia was dat het geen onprettig gevoel was me een rooie te voelen. De clip, te zien als een allegorie op talloze vervolginggeschiedenissen, gaf me een vaag gevoel van trots. Trots op mijn haarkleur. Niet omdat het mooi zou zijn. Maar omdat ik tot een minderheid behoor. In de minderheid zijn maakt kwetsbaar en dat zorgt ervoor dat ik me wil verdedigen. Het verleent een zekere rechtvaardiging aan mijn bestaan. Ik, met mijn rode haar, sta ergens voor, beteken iets.

In dit licht begrijp ik de aantrekkingskracht die de islam uitoefent op mensen die aanvankelijk geen enkele band met dit geloof hadden. Exacte cijfers over de groei van de groep nieuwe, autochtone moslims zijn er niet, maar vast staat dat deze groep groter wordt. Hoe harder moslims worden aangevallen, hoe kwetsbaarder deze Nederlandse minderheid lijkt. Die kwetsbaarheid verleent de minderheid glans, alsof we pas zien hoe bijzonder iemand is wanneer zij bedreigd wordt – alles van waarde is weerloos, schreef Lucebert.

Het leven krijgt dus als vanzelf zin wanneer je tot een groep behoort die in het nauw wordt gedreven: ik word bedreigd dus ik ben. Korter door de bocht: het is lekker een vijand te hebben, omdat het je definieert. Wat hij is, ben ik niet. Waar hij voor is, ben ik tegen. En als er geen vijand voorhanden is, dan verzin je ‘m gewoon. Mensen met rood haar, bijvoorbeeld.

En is die gedachte tegenwoordig de basis voor een kunstig gemaakte videoclip of een denkoefening in een krantenartikel, in de Middeleeuwen was dit de realiteit. Toen liep je als roodharige het risico als heks op de brandstapel terecht te komen.

Rood staat niet alleen voor hartstocht, ook voor zonde, schrijft schrijver-bioloog Midas Dekkers in Rood, een bekoring, een lofzang op en cultuurgeschiedenis van roodharigheid. Zo beeldden schilders Bijbelse zondaars als Eva, Kaïn en Maria Magdalena meestal met rood haar af.

De andere kant van de medaille is dat aan een minderheid ook altijd talloze bijzondere kwaliteiten worden toegedicht. Zo is Rood, een bekoring lezen een feest voor de roodharige. Zomaar wat zinnen: ‘Roodharigheid is de beste harigheid. Aan de rode verpakking zie je meteen: dit is een cadeautje. Is blond een lekkere boterham en bruin een gezonde, rood is een gebakje. Met rood ben je elke dag jarig.’ Dekkers citeert met instemming Mark Twain: ‘Terwijl de rest van de mensheid uit apen is voortgekomen, stammen roodharigen af van de kat.’

Het blijft niet bij de mooie woorden van schrijvers. Dekkers schrijft dat uit elk onderzoek steeds weer blijkt dat de meeste mannen roodharige vrouwen als hartstochtelijk beschouwen. Seksueel dominant. Hij geeft wat cijfers: op elke roodharige vrouw zijn er in de VS vier mannen die er een willen trouwen, in Duitsland maar liefst negen. Juist de zeldzaamheid van de roodharige vrouw maakt haar gewild – het aloude principe van schaarste.

Sinds 2005 wordt er elk jaar een roodharigendag georganiseerd in Breda. Oprichter is kunstschilder Bart Rouwenhorst die een oproep plaatste voor roodharige modellen. Daarop werd zo massaal gereageerd dat de roodharigendag een feit was, dit jaar worden er rond de vijfduizend roodharigen uit 46 landen verwacht.

Deze dag zou een uitgelezen kans zijn om mijn nieuw verworven identiteit als roodharige te bestendigen. Toch trekt het me niet om met duizenden andere rooien te verkeren, alleen maar omdat we hetzelfde zijn. Zouden we worden omsingeld door hordes blondharige ordetroepen, dan was het een ander verhaal.