Hoezo beperkte missie?

Drie vrouwen overtuigden Obama dat interventie in Libië noodzakelijk was.

Wat gaf de doorslag? En hoe gaat het nu verder?

CORRECTION-CAPTION BYLINE == MANDATORY CREDIT TO US NAVY VISUAL NEWS SERVICE == In this image released by the US Navy Visual News Service March 19, 2011 shows a view seen through night-vision lenses aboard amphibious transport dock USS Ponce (LPD 15), the guided missile destroyer USS Barry (DDG 52) fires Tomahawk cruise missiles in support of Operation Odyssey Dawn, in Mediterranean Sea on March 19, 2011. This was one of approximately 110 cruise missiles fired from U.S. and British ships and submarines that targeted about 20 radar and anti-aircraft sites along LibyaÕs Mediterranean coast. Joint Task Force Odyssey Dawn is the U.S. Africa Command task force established to provide operational and tactical command and control of U.S. military forces supporting the international response to the unrest in Libya and enforcement of United Nations Security Council Resolution (UNSCR) 1973. AFP PHOTO / US NAVY VISUAL NEWS SERVICE / Mass Communication Specialist 1st Class Nathanael Miller / HANDOUT == RESTRICTED TO EDITORIAL USE - NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGN - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS ==
CORRECTION-CAPTION BYLINE == MANDATORY CREDIT TO US NAVY VISUAL NEWS SERVICE == In this image released by the US Navy Visual News Service March 19, 2011 shows a view seen through night-vision lenses aboard amphibious transport dock USS Ponce (LPD 15), the guided missile destroyer USS Barry (DDG 52) fires Tomahawk cruise missiles in support of Operation Odyssey Dawn, in Mediterranean Sea on March 19, 2011. This was one of approximately 110 cruise missiles fired from U.S. and British ships and submarines that targeted about 20 radar and anti-aircraft sites along LibyaÕs Mediterranean coast. Joint Task Force Odyssey Dawn is the U.S. Africa Command task force established to provide operational and tactical command and control of U.S. military forces supporting the international response to the unrest in Libya and enforcement of United Nations Security Council Resolution (UNSCR) 1973. AFP PHOTO / US NAVY VISUAL NEWS SERVICE / Mass Communication Specialist 1st Class Nathanael Miller / HANDOUT == RESTRICTED TO EDITORIAL USE - NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGN - DISTRIBUTED AS A SERVICE TO CLIENTS == AFP

Ze zijn zeker niet elkaars vriendinnen. De een, Obama’s mensenrechtenadviseur Samantha Power, noemde de ander, minister Hillary Clinton van Buitenlandse Zaken, in 2008 nog „een monster”. En de derde, Obama’s VN-ambassadeur Susan A. Rice, zei in datzelfde jaar dat ze „de feiten vervalst”.

Toch waren het deze drie vrouwen die Barack Obama vorige week overhaalden de militaire interventie in Libië te steunen. Een even plotselinge als onverwachte wending in Washington, vorige week dinsdagavond, waardoor de luchtaanvallen van afgelopen weekeinde mogelijk werden.

Tot dat moment wekte de Amerikaanse president stelselmatig de indruk dat hij de lijn van zijn mannelijke adviseurs zou volgen. Obama eiste weken geleden al het vertrek van de Libische leider – en hield zich vervolgens afzijdig van het internationale debat over mogelijke interventie. Minister van Defensie Robert Gates zei dat voorstanders van militair ingrijpen „zich na moeten laten kijken”. Nationaal veiligheidscoördinator Tom Donilon liet doorschemeren dat de VS andere prioriteiten in het Midden-Oosten hebben. Politieke risico’s waren er niet: de voornaamste Republikein in de buitenlandcommissie van de Senaat, Dick Lugar, wilde ook niets van interventie weten.

Argumenten genoeg. Amerika is oorlogsmoe; vorige week bleek uit opinieonderzoek dat nu bijna tweederde van de bevolking niet langer denkt dat de oorlog in Afghanistan nog zinvol is. Ingrijpen in een burgeroorlog, zoals in Libië, staat sinds de oorlog in Vietnam (58.000 gedode Amerikaanse militairen) zo’n beetje gelijk aan politieke zelfmoord in VS.

Verder zijn er geen grote Amerikaanse belangen in het geding in Libië. Het is waarschijnlijk dat de krijgsmacht, al jaren overbelast door de oorlogen in Irak en Afghanistan, binnenkort ook nodig is in Bahrein en/of Saoedi-Arabië – waar voor de VS wél vitale olie- en veiligheidsbelangen op het spel staan. Actief bijdragen aan Gaddafi’s val betekent automatisch dat de VS medeverantwoordelijk worden gehouden voor de opvolging van de Libische leider. In een tribale samenleving als Libië, zonder democratische traditie, is de kans niet groot dat Gaddafi’s opvolger een soort Ghandi wordt. „Dus wees voorzichtig [met militaire actie, red.]”, zei oud-generaal Colin Powell vorige week nog, Bush’ eerste minister van Buitenlandse Zaken met wie Obama geregeld contact heeft.

Minder aandacht trok tot vorige week de opstelling van VN-ambassadeur Susan Rice en mensenrechtenadviseur Samantha Power. Beide vrouwen waren vroege bewonderaars van Barack Obama, en beider opstelling werd gevormd door de conflicten in Rwanda en op de Balkan in de jaren negentig. Rice was de Afrika-deskundige in Bill Clintons nationale veiligheidsraad toen de Amerikanen in 1994 besloten niet in te grijpen in de genocide in Rwanda, waarbij 800.000 mensen de dood vonden. Hierna bezwoer Rice dat ze „dramatische actie” zou steunen wanneer zich opnieuw een dergelijke dreiging zou voordoen. Een bekende van haar vertelde gisteren dat Rice zo begaan was met de dreigende genocide in Libië dat ze de afgelopen week fulltime doorwerkte, ook toen haar 91-jarige vader overleed.

De bekentenis dat ze nooit meer werkeloos zou toezien deed Rice aan schrijfster Samantha Power. Zij won in 2003 een Pullitzer Price met A Problem from Hell, waarin ze de Amerikaanse omgang met volkerenmoord in de moderne geschiedenis beschrijft. Power moest in 2008 aftreden als Obama’s campagnemedewerker toen ze Clinton een monster noemde, maar is nu zijn mensenrechtenadviseur in het Witte Huis. Ze is bovendien inmiddels getrouwd met jurist en gedragseconoom Cass Sunstein, een vriend van Obama die ook in het Witte Huis werkt.

Met Rice behoort Power tot een factie van de Democraten die zich sinds het catastrofale verloop van de oorlog in Irak klein maakte: progressieve denkers voor wie de val van de Servische president Milosevich in de jaren negentig en de uitschakeling van Saddam moreel gelijkwaardig waren. Democraten worden er niet graag aan herinnerd, maar driekwart van hun Congresleden stemden in 2003 in met de oorlog in Irak. Eén van hen was Hillary Clinton, en Obama’s vroege bezwaren tegen de Iraakse interventie („een domme oorlog”) waren de voornaamste reden dat hij haar in 2008 versloeg.

De ironie is dat uitgerekend Clinton er vorige week voor zorgde dat Obama nu aan zijn eigen oorlog is begonnen. Tot vorig weekeinde sloot Clinton zich aan bij de sceptici in de regering, geleid door minister Gates (Defensie). Maar nadat de Arabische Liga acht dagen geleden vroeg om een no-flyzone en Clinton een onderhoud had met de Libische oppositie, keerde zij zich, voor het eerst in deze regeerperiode, af van Gates – waardoor Obama zich geconfronteerd zag met de adviezen van drie vrouwen om een ingrijpen te steunen.

De president ging overstag, op voorwaarde dat ook de VN-Veiligheidsraad in zou stemmen. Gezien aarzelingen van Rusland en China leek een interventie toen nog steeds onwaarschijnlijk. Maar Rice wist in New York voldoende steun te verzamelen voor een verrassend ruim mandaat („alle noodzakelijke middelen” om genocide te voorkomen), en zo vond donderdag de stemming plaats die de luchtaanvallen op Libië sanctioneerden.

Het had er in het weekeinde alles van dat de regering terugschrok van haar eigen bravoure. Amerika wil dat het commando van de actie zo snel mogelijk in Europese handen overgaat, heette het. De steun van de VS aan de operatie is „een kwestie van dagen, geen weken”, zei een anonieme Witte Huis-medewerker. „Ik zou een no-flyzone geen oorlog noemen”, e-mailde een andere anonieme Witte Huis-medewerker. En de stafchef van de krijgsmacht, admiraal Mullen, benadrukte dat het om een „beperkte missie” gaat, die alleen maar tot doel heeft Gaddafi te beletten dat hij zijn eigen volk uitmoordt. De afzetting van de Libische leider is geen doelstelling – onduidelijk is dan ook wanneer de operatie in Libië voltooid is.

Amerika is kortom aan een oorlog begonnen waar het land zo snel mogelijk weer vanaf wil. De vraag is alleen hoe het dan verder moet met Libië, en met de Europese militairen van wie wel wordt verwacht dat ze langer paraat blijven.